Preek - 1 Johannes 1:1-2:17 - TASTBAAR GELOVEN

Inleiding

Vorige week vierden we het Paasfeest:

Jezus is opgestaan – hij leeft!

Dat is zo bijzonder, dat twee Paasdagen veel te kort zijn om het te vieren.

Een verjaardag kun je op een of twee dagen vieren,

de opstanding van Jezus niet.

Daarom is het elke zondag een beetje Pasen.

En al helemaal deze weken:

het Paasfeest duurt niet 2 maar 50 dagen – tot Pinksteren.

In deze internetdiensten vieren we dat Paasfeest

met de eerste brief van Johannes.

De komende weken zullen Marten Wybe en ik

om en om over deze brief preken.

 

Om het in een beeld van nu te zeggen:

Johannes schrijft in deze brief

dat videobellen geen volwaardig alternatief voor menselijk contact is.

Ik heb nog nooit zoveel gevideobeld als afgelopen weken.

Sterker: ik weet niet eens hoe je het woord ‘videobellen’ moet vervoegen:

is het videogebeld of gevideobeld? – dezelfde ellende als met stofzuigen…

In ieder geval: videobellen was een leuk aardigheidje

om bijvoorbeeld een jarige in de familie toe te zingen

die je een paar dagen later zou bezoeken.

Nu is videobellen bittere noodzaak.

 

Daar zítten voordelen aan:

het scheelt een hoop reistijd,

je kunt ondertussen je mailbox opruimen,

en er gaat minder tijd verloren aan gezelligheid.

Maar eigenlijk snak ik wel weer naar gezelligheid…

Uiteindelijk is videobellen saai en kil.

Voor zakelijke besprekingen misschien nog niet eens zo slecht,

maar ongeschikt voor écht contact.

Dus ik hoop dat videobellen niet het nieuwe normaal wordt – ik pas ervoor.

 

Videobellen is niet tastbaar -

en dat is waar Johannes mee begint.

Jezus is namelijk wél tastbaar.

Gelóven is tastbaar – dat is vanmorgen ook het thema: tastbaar geloven.

We lezen 1 Johannes 1:1-2:17.

 

1.    De invloed van Plato

Ik kan me voorstellen dat als je dit gedeelte zo hoort,

je aan de ene kant denkt: ‘die Johannes zegt mooie dingen’,

maar aan de andere kant er ook niet echt een touw aan kunt vastknopen.

Dat is in ieder geval hoe het  mij verging.

Het gaat over licht en liefde, dat kabbelt een beetje voort,

maar wat is nu eigenlijk het punt?

Ik kreeg daar grip op toen ik ontdekte dat deze brief

geen algemeen pleidooi voor meer licht en liefde in je leven is,

maar in een heel concrete situatie geschreven is.

Dus ik wil je graag wat over die situatie vertellen.

 

Daarvoor moeten we nog verder de geschiedenis in.

In het jaar 427 voor Christus

krijgen een zekere Ariston en zijn vrouw Perictione,

burgers van Athene, een zoon.

Zijn naam is Plato.

Deze Plato wordt een van de invloedrijkste denkers aller tijden.

Zo heeft Plato zo’n 500 jaar later

grote invloed op de christenen aan wie Johannes schrijft.

Zelfs in de 21e eeuw is Plato niet verdwenen.

 

Dus wat zegt Plato?

Misschien heb je wel eens gehoord van ‘Platoonse liefde’.

Dat is liefde op afstand, liefde zonder lichamelijkheid,

die prima past in onze 1,5-meter-samenleving.

In Plato’s denken is je lichaam een gevangenis voor de ziel.

Volgens Plato is onze materiële wereld,

de wereld waar je dingen kunt aanraken,

en waar je door allerlei natuurwetten beperkt wordt,

niet de echte wereld: de échte wereld is geestelijk.

De wereld die wij kennen is daar een schaduw van.

Onze wereld is volgens Plato een beetje als videobellen:

een ontmoeting via Zoom is een afbeelding van een echte ontmoeting.

Zo is volgens Plato onze wereld een afbeelding van de echte wereld,

waar je niet meer te maken hebt met de beperkingen van iets als een lichaam.

 

Om een lang verhaal kort te maken:

na Plato zijn allerlei filosofen met dit denken verder gegaan,

en zo krijgt Johannes er mee te maken.

In de eerste eeuw na Christus heeft Plato nog altijd veel invloed.

Ook in de kerk.

Sommige christenen vermengen de ideeën van Plato

met het verhaal van Jezus.

Maar die 2 passen niet naadloos bij elkaar.

Allereerst is er dan een probleem met Jezus zelf:

als je lichaam echt zo onbelangrijk is als Plato zegt,

waarom wordt God dan als baby geboren,

krijgt Jezus zo’n lichaam?

Verderop in de brief, in 1 Johannes 4,

kun je lezen dat er inderdaad christenen zijn

die ontkennen dat Jezus als mens gekomen is.

Hetzelfde geldt voor de opstanding van Jezus:

is Jezus eindelijk verlost van zijn lichaam, krijgt hij een nieuw lichaam…

Daar schiet Jezus, in de visie van Plato, natuurlijk niets mee op.

 

Maar het gaat ook over:

wat is verlossing, en wat verwacht je van de toekomst?

Christenen onder invloed van Plato zeggen:

verlossing is dat je bevrijd wordt van je lichaam,

dat je ziel naar de hemel gaat en daar eeuwig bij God leeft.

Dát is de concrete situatie waarin Johannes schrijft.

 

Dat klinkt misschien als een ver-van-je-bed-show,

maar is dichterbij dan je denkt.

Sowieso kom je het in de samenleving overal tegen.

Helemaal nu weer eens blijkt hoe kwetsbaar je lichaam is:

één klein virus, met het blote oog niet eens te zien,

kan de hele wereld platleggen.

Dan is het toch fijn om te geloven dat je lichaam niet alles is,

dat je ziel juist van je lichaam bevrijd moet worden?

 

Dat is bijvoorbeeld wat het Boeddhisme zegt –

en al jaren wint het Boeddhisme aan populariteit.

Het is ook waar Yoga uiteindelijk om draait:

oorspronkelijk is dat geen gymnastiekoefening voor hogeropgeleiden,

maar een manier om je wezenlijke mens te ontdekken,

en zo één met het goddelijke te worden.

Het is ook het volksgeloof

dat je ziel na de dood op een of andere manier voortleeft

tussen de sterren.

 

En er is nog altijd een christelijke variant:

dat uiteindelijk alles draait om je zieleheil.

Voor veel christenen is het klaar als je ziel straks bij God is.

In heel veel christelijke liederen gaat het daarover,

veel minder dan over de opstanding van de doden als Jezus terugkomt.

Alsof we zijn gemaakt voor videobellen…

 

2.    Tastbaar geloven

Dat zijn we dus niet!

Je lichaam is geen gevangenis voor je ziel,

niet iets waar je het maar even mee moet zien uit te houden.

God heeft jou een lichaam gegeven,

en dat is wezenlijk onderdeel van wie jij bent.

God vindt het lichaam zo belangrijk

dat hij tastbaar, in een lichaam, naar de aarde kwam.

 

Daar trapt Johannes zijn brief mee af.

‘Wat wij gehoord hebben,

wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben,

wat onze handen hebben aangeraakt.’

Hoe fysiek, hoe lichamelijk, wil je het hebben?

God is mens geworden, heeft een lichaam gekregen –

dat heeft Johannes zelf gezien,

sterker nog: Johannes heeft hem aangeraakt!

Drie jaar lang trok hij als vriend met Jezus op.

 

Johannes heeft ook gezien dat Jezus is opgestaan.

In zijn  beschrijving van het leven van Jezus

is juist Johannes het meest uitgebreid

over de verschijningen van Jezus na zijn opstanding.

En het valt op hoe fysiek Jezus daar is:

je kunt hem niet alleen zien, maar ook aanraken,

en Jezus zet de barbecue alvast aan

om met zijn vrienden een visje te eten.

 

Elke doorgewinterde platonist krijgt van zo’n Jezus een hartverzakking.

Juist dat Jezus is opgestaan mét een lichaam

rekent af met het idee dat je van je lichaam verlost moet worden.

Pasen is Gods ja tegen zijn schepping, tegen de aarde en jouw lichaam.

Dat Jezus leeft, betekent dat je niet ván je lichaam wordt verlost,

maar dat je lichaam van het graf wordt verlost.

 

Dat heeft consequenties – daarover gaat het in het vervolg van 1 Johannes 1 en 2.

Als dat lichamelijke echt zo belangrijk is,

dan is er alle reden om zonde serieus te nemen – dat is 1:5-2:2.

Dat klinkt misschien een beetje vergezocht

-hoezo zou je zonde minder serieus nemen

als je het lichaam van minder belang vindt–

dus laat ik dat uitleggen.

Vergelijk het maar met een spel op je computer of gameconsole:

daar doe je dingen die je in het gewone leven nooit zou doen.

Daar is het de gewoonste zaak van de wereld

om gevaarlijke inhaalmanoeuvres uit te halen

en medeweggebruikers van de weg te drukken.

Daar kun je zonder gewetenswroeging je vijand overhoop schieten.

Of je laat de gasten in je pretpark verzuipen.

Het maakt allemaal niet uit, want het is toch niet echt.

Zo’n redenering kun je in de lijn van Plato ook op dit leven loslaten:

het maakt allemaal niet uit,

want dit lichamelijke leven is toch niet het echte leven.

Die redenering steekt bij christenen nog best vaak de kop op:

wat je met je lichaam doet, moet je zelf weten – want het gaat om je ziel.

Of: wat we met de aarde doen, maakt niet uit – de aarde is toch maar tijdelijk.

 

Tegen zulke redeneringen loopt Johannes aan.

Mensen hangen mooie verhalen op over dat God licht is,

maar ondertussen laten ze er niets van zien.

Ze zien er het probleem niet van in

als ze eens even lekker uit de band springen.

Of ze zeggen gewoon ronduit dat in hen geen zonde is,

want het lichamelijke leven telt toch niet mee.

Dan zegt Johannes: ‘neem zonde toch serieus!

Doe niet alsof het allemaal niet uitmaakt.

Als God licht is, dan moet jij ook in het licht lopen!

En doe niet alsof het allemaal onbelangrijk is:

Jezus is voor jouw zonden gekruisigd!’

 

Het is Pasen geweest,

en dat betekent dat je zonde niet hoeft te ontkennen of bagatelliseren.

Er is nu een andere weg: neem je zonde serieus

en Jezus zal je ervan bevrijden.

Dat is de belofte van het kruis en het open graf.

 

Dat is de eerste consequentie van dat je lichaam ertoe doet.

Er is er nog een:

dan moet je ook liefde in de praktijk brengen – dat is 2:3-11.

Weer is de vraag: hoezo zou je geen liefde in de praktijk brengen

als je je lichaam als een tijdelijke gevangenis ziet?

Het punt is dat als je deze wereld niet zo belangrijk vindt,

je je er vanzelf ook uit gaat terugtrekken.

Uiteindelijk gaat het om jouw lijntje naar boven,

om jouw relatie met God.

Het is een geloof dat erom draait dat jij God kent,

of dat het voor jou goed voelt bij God.

 

Dan zegt Johannes: ‘allemaal leuk en aardig,

en ja: het is belangrijk dat je een goede relatie met God hebt,

maar vergeet niet dat je God niet kent

als je je niet aan zijn geboden houdt!

Houd toch op met dat gezweef:

als je écht gelooft wordt dat tastbaar in je liefde.’

Daarin hoor je Jezus in Johannes 13 terug,

waar hij de voeten van zijn leerlingen wast,

en zegt: ‘ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.

Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.’

 

Het is Pasen geweest.

Jezus heeft laten zien wat liefde is.

En het open graf is hét bewijs dat liefde wint!

 

3.    Tastbare liefde

Geloven in Jezus is niet zweverig:

het moet tastbaar worden in je liefde.

Dat is ook nu we van elkaar gescheiden zijn,

of misschien zelfs juist nu, de opdracht:

want er is zoveel liefde nodig.

 

Ja, de eenzaamheid van deze maanden

kan een aanleiding zijn om meer persoonlijk met God om te gaan.

Je kunt extra tijd nemen voor gebed en stilte.

En dat is mooi – maar laat het daar niet bij!

Trek je niet terug in jouw relatie met God

nu de wereld in brand staat

en schreeuwt om de liefde van God

die jij handen en voeten mag geven,

die jij tastbaar mag maken.

 

Nu wil ik niet zo’n dominee worden

voor wie het nooit goed genoeg is,

dus daarom wil ik duidelijk zeggen

dat ik onder de indruk ben

van wat ik kerken en christenen zie doen.

In het gemeentehuis wordt gezien dat kerken zich dienstbaar opstellen.

In het licht van Johannes zou ik zeggen: houd dat vol!

 

Want het doet ertoe.

Deze aarde en jouw lichaam hebben de toekomst!

Daarom hoeven we niet te wennen

aan Platoonse liefde, videobellen en een 1,5-meter-samenleving.

Dat is een offer dat we nu even moeten brengen,

waarmee we een wezenlijk stukje van ons menszijn even inleveren.

Maar God maakt alles nieuw – zo tastbaar als het maar kan.

Met Pasen is hij ermee begonnen!

Amen.

1 Johannes 1:1-2:17 - TASTBAAR GELOVEN

Inleiding

Vorige week vierden we het Paasfeest:

Jezus is opgestaan – hij leeft!

Dat is zo bijzonder, dat twee Paasdagen veel te kort zijn om het te vieren.

Een verjaardag kun je op een of twee dagen vieren,

de opstanding van Jezus niet.

Daarom is het elke zondag een beetje Pasen.

En al helemaal deze weken:

het Paasfeest duurt niet 2 maar 50 dagen – tot Pinksteren.

In deze internetdiensten vieren we dat Paasfeest

met de eerste brief van Johannes.

De komende weken zullen Marten Wybe en ik

om en om over deze brief preken.

 

Om het in een beeld van nu te zeggen:

Johannes schrijft in deze brief

dat videobellen geen volwaardig alternatief voor menselijk contact is.

Ik heb nog nooit zoveel gevideobeld als afgelopen weken.

Sterker: ik weet niet eens hoe je het woord ‘videobellen’ moet vervoegen:

is het videogebeld of gevideobeld? – dezelfde ellende als met stofzuigen…

In ieder geval: videobellen was een leuk aardigheidje

om bijvoorbeeld een jarige in de familie toe te zingen

die je een paar dagen later zou bezoeken.

Nu is videobellen bittere noodzaak.

 

Daar zítten voordelen aan:

het scheelt een hoop reistijd,

je kunt ondertussen je mailbox opruimen,

en er gaat minder tijd verloren aan gezelligheid.

Maar eigenlijk snak ik wel weer naar gezelligheid…

Uiteindelijk is videobellen saai en kil.

Voor zakelijke besprekingen misschien nog niet eens zo slecht,

maar ongeschikt voor écht contact.

Dus ik hoop dat videobellen niet het nieuwe normaal wordt – ik pas ervoor.

 

Videobellen is niet tastbaar -

en dat is waar Johannes mee begint.

Jezus is namelijk wél tastbaar.

Gelóven is tastbaar – dat is vanmorgen ook het thema: tastbaar geloven.

We lezen 1 Johannes 1:1-2:17.

 

1.    De invloed van Plato

Ik kan me voorstellen dat als je dit gedeelte zo hoort,

je aan de ene kant denkt: ‘die Johannes zegt mooie dingen’,

maar aan de andere kant er ook niet echt een touw aan kunt vastknopen.

Dat is in ieder geval hoe het  mij verging.

Het gaat over licht en liefde, dat kabbelt een beetje voort,

maar wat is nu eigenlijk het punt?

Ik kreeg daar grip op toen ik ontdekte dat deze brief

geen algemeen pleidooi voor meer licht en liefde in je leven is,

maar in een heel concrete situatie geschreven is.

Dus ik wil je graag wat over die situatie vertellen.

 

Daarvoor moeten we nog verder de geschiedenis in.

In het jaar 427 voor Christus

krijgen een zekere Ariston en zijn vrouw Perictione,

burgers van Athene, een zoon.

Zijn naam is Plato.

Deze Plato wordt een van de invloedrijkste denkers aller tijden.

Zo heeft Plato zo’n 500 jaar later

grote invloed op de christenen aan wie Johannes schrijft.

Zelfs in de 21e eeuw is Plato niet verdwenen.

 

Dus wat zegt Plato?

Misschien heb je wel eens gehoord van ‘Platoonse liefde’.

Dat is liefde op afstand, liefde zonder lichamelijkheid,

die prima past in onze 1,5-meter-samenleving.

In Plato’s denken is je lichaam een gevangenis voor de ziel.

Volgens Plato is onze materiële wereld,

de wereld waar je dingen kunt aanraken,

en waar je door allerlei natuurwetten beperkt wordt,

niet de echte wereld: de échte wereld is geestelijk.

De wereld die wij kennen is daar een schaduw van.

Onze wereld is volgens Plato een beetje als videobellen:

een ontmoeting via Zoom is een afbeelding van een echte ontmoeting.

Zo is volgens Plato onze wereld een afbeelding van de echte wereld,

waar je niet meer te maken hebt met de beperkingen van iets als een lichaam.

 

Om een lang verhaal kort te maken:

na Plato zijn allerlei filosofen met dit denken verder gegaan,

en zo krijgt Johannes er mee te maken.

In de eerste eeuw na Christus heeft Plato nog altijd veel invloed.

Ook in de kerk.

Sommige christenen vermengen de ideeën van Plato

met het verhaal van Jezus.

Maar die 2 passen niet naadloos bij elkaar.

Allereerst is er dan een probleem met Jezus zelf:

als je lichaam echt zo onbelangrijk is als Plato zegt,

waarom wordt God dan als baby geboren,

krijgt Jezus zo’n lichaam?

Verderop in de brief, in 1 Johannes 4,

kun je lezen dat er inderdaad christenen zijn

die ontkennen dat Jezus als mens gekomen is.

Hetzelfde geldt voor de opstanding van Jezus:

is Jezus eindelijk verlost van zijn lichaam, krijgt hij een nieuw lichaam…

Daar schiet Jezus, in de visie van Plato, natuurlijk niets mee op.

 

Maar het gaat ook over:

wat is verlossing, en wat verwacht je van de toekomst?

Christenen onder invloed van Plato zeggen:

verlossing is dat je bevrijd wordt van je lichaam,

dat je ziel naar de hemel gaat en daar eeuwig bij God leeft.

Dát is de concrete situatie waarin Johannes schrijft.

 

Dat klinkt misschien als een ver-van-je-bed-show,

maar is dichterbij dan je denkt.

Sowieso kom je het in de samenleving overal tegen.

Helemaal nu weer eens blijkt hoe kwetsbaar je lichaam is:

één klein virus, met het blote oog niet eens te zien,

kan de hele wereld platleggen.

Dan is het toch fijn om te geloven dat je lichaam niet alles is,

dat je ziel juist van je lichaam bevrijd moet worden?

 

Dat is bijvoorbeeld wat het Boeddhisme zegt –

en al jaren wint het Boeddhisme aan populariteit.

Het is ook waar Yoga uiteindelijk om draait:

oorspronkelijk is dat geen gymnastiekoefening voor hogeropgeleiden,

maar een manier om je wezenlijke mens te ontdekken,

en zo één met het goddelijke te worden.

Het is ook het volksgeloof

dat je ziel na de dood op een of andere manier voortleeft

tussen de sterren.

 

En er is nog altijd een christelijke variant:

dat uiteindelijk alles draait om je zieleheil.

Voor veel christenen is het klaar als je ziel straks bij God is.

In heel veel christelijke liederen gaat het daarover,

veel minder dan over de opstanding van de doden als Jezus terugkomt.

Alsof we zijn gemaakt voor videobellen…

 

2.    Tastbaar geloven

Dat zijn we dus niet!

Je lichaam is geen gevangenis voor je ziel,

niet iets waar je het maar even mee moet zien uit te houden.

God heeft jou een lichaam gegeven,

en dat is wezenlijk onderdeel van wie jij bent.

God vindt het lichaam zo belangrijk

dat hij tastbaar, in een lichaam, naar de aarde kwam.

 

Daar trapt Johannes zijn brief mee af.

‘Wat wij gehoord hebben,

wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben,

wat onze handen hebben aangeraakt.’

Hoe fysiek, hoe lichamelijk, wil je het hebben?

God is mens geworden, heeft een lichaam gekregen –

dat heeft Johannes zelf gezien,

sterker nog: Johannes heeft hem aangeraakt!

Drie jaar lang trok hij als vriend met Jezus op.

 

Johannes heeft ook gezien dat Jezus is opgestaan.

In zijn  beschrijving van het leven van Jezus

is juist Johannes het meest uitgebreid

over de verschijningen van Jezus na zijn opstanding.

En het valt op hoe fysiek Jezus daar is:

je kunt hem niet alleen zien, maar ook aanraken,

en Jezus zet de barbecue alvast aan

om met zijn vrienden een visje te eten.

 

Elke doorgewinterde platonist krijgt van zo’n Jezus een hartverzakking.

Juist dat Jezus is opgestaan mét een lichaam

rekent af met het idee dat je van je lichaam verlost moet worden.

Pasen is Gods ja tegen zijn schepping, tegen de aarde en jouw lichaam.

Dat Jezus leeft, betekent dat je niet ván je lichaam wordt verlost,

maar dat je lichaam van het graf wordt verlost.

 

Dat heeft consequenties – daarover gaat het in het vervolg van 1 Johannes 1 en 2.

Als dat lichamelijke echt zo belangrijk is,

dan is er alle reden om zonde serieus te nemen – dat is 1:5-2:2.

Dat klinkt misschien een beetje vergezocht

-hoezo zou je zonde minder serieus nemen

als je het lichaam van minder belang vindt–

dus laat ik dat uitleggen.

Vergelijk het maar met een spel op je computer of gameconsole:

daar doe je dingen die je in het gewone leven nooit zou doen.

Daar is het de gewoonste zaak van de wereld

om gevaarlijke inhaalmanoeuvres uit te halen

en medeweggebruikers van de weg te drukken.

Daar kun je zonder gewetenswroeging je vijand overhoop schieten.

Of je laat de gasten in je pretpark verzuipen.

Het maakt allemaal niet uit, want het is toch niet echt.

Zo’n redenering kun je in de lijn van Plato ook op dit leven loslaten:

het maakt allemaal niet uit,

want dit lichamelijke leven is toch niet het echte leven.

Die redenering steekt bij christenen nog best vaak de kop op:

wat je met je lichaam doet, moet je zelf weten – want het gaat om je ziel.

Of: wat we met de aarde doen, maakt niet uit – de aarde is toch maar tijdelijk.

 

Tegen zulke redeneringen loopt Johannes aan.

Mensen hangen mooie verhalen op over dat God licht is,

maar ondertussen laten ze er niets van zien.

Ze zien er het probleem niet van in

als ze eens even lekker uit de band springen.

Of ze zeggen gewoon ronduit dat in hen geen zonde is,

want het lichamelijke leven telt toch niet mee.

Dan zegt Johannes: ‘neem zonde toch serieus!

Doe niet alsof het allemaal niet uitmaakt.

Als God licht is, dan moet jij ook in het licht lopen!

En doe niet alsof het allemaal onbelangrijk is:

Jezus is voor jouw zonden gekruisigd!’

 

Het is Pasen geweest,

en dat betekent dat je zonde niet hoeft te ontkennen of bagatelliseren.

Er is nu een andere weg: neem je zonde serieus

en Jezus zal je ervan bevrijden.

Dat is de belofte van het kruis en het open graf.

 

Dat is de eerste consequentie van dat je lichaam ertoe doet.

Er is er nog een:

dan moet je ook liefde in de praktijk brengen – dat is 2:3-11.

Weer is de vraag: hoezo zou je geen liefde in de praktijk brengen

als je je lichaam als een tijdelijke gevangenis ziet?

Het punt is dat als je deze wereld niet zo belangrijk vindt,

je je er vanzelf ook uit gaat terugtrekken.

Uiteindelijk gaat het om jouw lijntje naar boven,

om jouw relatie met God.

Het is een geloof dat erom draait dat jij God kent,

of dat het voor jou goed voelt bij God.

 

Dan zegt Johannes: ‘allemaal leuk en aardig,

en ja: het is belangrijk dat je een goede relatie met God hebt,

maar vergeet niet dat je God niet kent

als je je niet aan zijn geboden houdt!

Houd toch op met dat gezweef:

als je écht gelooft wordt dat tastbaar in je liefde.’

Daarin hoor je Jezus in Johannes 13 terug,

waar hij de voeten van zijn leerlingen wast,

en zegt: ‘ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.

Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.’

 

Het is Pasen geweest.

Jezus heeft laten zien wat liefde is.

En het open graf is hét bewijs dat liefde wint!

 

3.    Tastbare liefde

Geloven in Jezus is niet zweverig:

het moet tastbaar worden in je liefde.

Dat is ook nu we van elkaar gescheiden zijn,

of misschien zelfs juist nu, de opdracht:

want er is zoveel liefde nodig.

 

Ja, de eenzaamheid van deze maanden

kan een aanleiding zijn om meer persoonlijk met God om te gaan.

Je kunt extra tijd nemen voor gebed en stilte.

En dat is mooi – maar laat het daar niet bij!

Trek je niet terug in jouw relatie met God

nu de wereld in brand staat

en schreeuwt om de liefde van God

die jij handen en voeten mag geven,

die jij tastbaar mag maken.

 

Nu wil ik niet zo’n dominee worden

voor wie het nooit goed genoeg is,

dus daarom wil ik duidelijk zeggen

dat ik onder de indruk ben

van wat ik kerken en christenen zie doen.

In het gemeentehuis wordt gezien dat kerken zich dienstbaar opstellen.

In het licht van Johannes zou ik zeggen: houd dat vol!

 

Want het doet ertoe.

Deze aarde en jouw lichaam hebben de toekomst!

Daarom hoeven we niet te wennen

aan Platoonse liefde, videobellen en een 1,5-meter-samenleving.

Dat is een offer dat we nu even moeten brengen,

waarmee we een wezenlijk stukje van ons menszijn even inleveren.

Maar God maakt alles nieuw – zo tastbaar als het maar kan.

Met Pasen is hij ermee begonnen!

Amen.