Preek - 1 Johannes 3:11-24 - DE TESTCASE

Inleiding

dia 1 - molen

Thema van mijn verhaal vanmorgen is ‘de testcase’.

Dat is een  mooi Engels woord,

maar er ís ook een Nederlands woord voor: lakmoesproef.

Daar zit zelfs een Zaans tintje.

Want toen ik opzocht hoe het ook alweer precies zat met lakmoes,

ontdekte ik dat het hier, in de Zaanstreek, werd geproduceerd.

In Westzaan, om precies te zijn, in Blauwselmolen, later Blauwselfabriek, Avis.

Wat het nog interessanter maakt, is de bijnaam van deze molen.

Als we nu gewoon bij elkaar zouden zijn,

zou ik hem graag van jullie willen horen,

als testcase voor wie een echte Zaankanter is.

Maar nu krijgen jullie het antwoord van mij:

de blauwselmolen werd in de volksmond ook wel de ‘pismolen’ genoemd.

Niet geheel zonder reden:

een van de ingrediënten voor lakmoes is urine…

 

dia 2 - lakmoes

Maar wat kun je er mee?

Daarmee komen we bij een van de eerste proefjes uit het scheikundelokaal.

Van lakmoes kun je lakmoespapier maken,

en dat kun je gebruiken om te zien of een vloeistof zuur of basisch is.

Als je een stukje blauw lakmoespapier in een zure vloeistof doopt,

wordt het rood, en weet je: dit is zuur.

Als je een stukje rood lakmoespapier in een basische vloeistof doopt,

wordt het juist blauw, en dan weet je dat het basisch is.

Dat is (je raadt het nooit) de lakmoesproef.

 

Zulke testen zijn er natuurlijk veel meer.

Actueel is de coronatest.

Die test is heel wat complexer dan die lakmoesproef,

maar het idee is hetzelfde:

de test wijst uit of je corona hebt of niet.

 

dia 3 – de testcase / 1 Joh 3

Is er ook zo’n testcase als het gaat om geloven?

Een soort lakmoespapier dat aantoont dat je gelooft?

‘Ja’, zegt Johannes dan, ‘dat is er!’

Lees maar mee in 1 Johannes 3:11-24.

 

1.    Liefde – een open deur?

dia 4 – de invloed van Plato

De testcase voor geloof is liefde.

Jouw liefde toont aan of jij in Jezus gelooft –

dat is de stelling van Johannes in dit gedeelte.

Dat klinkt misschien als een open deur:

natuurlijk moeten we elkaar liefhebben!

Er is niemand die iets tegen liefde heeft,

geen onderwerp waar zoveel over wordt gezongen als liefde.

Tóch zegt Johannes: juist in je liefde blijkt of je christen bent.

 

Daarvoor moeten we terug naar de Griekse filosoof Plato.

Twee weken geleden heb ik hem uitgebreid geïntroduceerd,

dus nu even een korte samenvatting.

Plato leefde zo’n 400 jaar voor Jezus,

maar zijn manier van denken heeft blijvende invloed.

Zo heeft het invloed op de christenen aan wie Johannes schrijft,

maar zelfs op ons in de 21e eeuw.

 

Volgens Plato is je lichaam niet meer dan een gevangenis voor je ziel.

Je echte ik, dat is je ziel, en je lichaam zit daar maar onhandig omheen.

De wereld waar wij op leven, is volgens Plato dan ook niet de echte wereld:

de echte wereld is de geestelijke wereld,

de wereld zonder fysieke beperkingen.

Vermeng je dat met het christelijk geloof,

iets wat Johannes in zijn tijd ziet gebeuren,

dan krijg je een geloof dat helemaal draait

om de relatie van jouw ziel met God.

De aardse kant van geloven is er uit verdwenen – want dat is minderwaardig.

 

dia 5 – liefdeloosheid toen en nu

Die manier van denken gaat ten koste van de liefde.

Om precies te zijn: het gaat ten koste van concrete, praktische liefde.

Want hoe praktischer liefde wordt, hoe aardser het is.

Als je in het spoor van Plato denkt,

zijn er echt nog wel hoogverheven gedachten over de liefde,

niet voor niets is zulke liefde naar Plato vernoemd: ‘Platoonse liefde’,

maar het blijft bij mooie ideeën die in de lucht zweven

die maar niet echt in de praktijk willen aarden.

 

En dat is best herkenbaar!

Laten we wel wezen: liefde is een cliché geworden, een uitgehold begrip.

Iedereen vindt liefde belangrijk,

liedjes over de liefde brult iedereen uit volle borst mee,

of je nu in de file staat of onder de douche,

en tegelijk klagen we over dat er zo weinig liefde in de wereld is.

Er is niets zo belangrijk als de liefde, maar ook niets zo moeilijk.

Dus blijft het te vaak bij mooie woorden.

 

Dat ziet Johannes.

Christenen die helemaal ‘in de Heer’ zijn, zoals dat zo mooi heet,

die graag samen aanbiddingsliederen zingen,

serieus werk maken van persoonlijke stille tijd,

maar niet thuis geven als ze iets praktisch kunnen betekenen.

Begrijp me niet verkeerd: niets mis met aanbidding en stille tijd,

maar wel als je het gebruikt als excuus om je liefde niet concreet te maken.

Johannes gaat in tegen christenen die graag voor iemand willen bidden,

maar niet de boodschappen voor een ander willen doen.

 

Helaas werd én wordt in de kerk concrete liefde nogal eens uitgespeeld

tegen het verkondigen van het goede nieuws van Jezus.

Alsof het enige wat telt is dat je in Jezus gelooft

en dat je daarom een relatie met de Vader mag hebben.

Dat is op zijn best een half evangelie,

en zonder die concrete liefde is het ronduit een leugen.

We moeten het over Jezus hebben én we moeten goed doen –

die kunnen niet zonder elkaar.

Het slaat nergens op mensen wel over Jezus te vertellen,

maar ze geen maaltijd te geven, of wat ze ook maar nodig hebben,

of die maaltijd puur als lokkertje naar Jezus te gebruiken:

alsof concrete liefde minderwaardig is aan het  vertellen van het evangelie.

 

2.    Liefde is de testcase

dia 6 – wat liefde is

Dáár tegenover voert Johannes een pleidooi voor de liefde.

Het is dus geen open deur die Johannes intrapt.

De liefde waar Johannes het over heeft, is helemaal niet vanzelfsprekend.

Maar voor een christen is deze liefde wel onmisbaar:

deze liefde is de testcase, waaruit blijkt of je christen bent.

Liefde is als lakmoespapier dat verkleurt:

het toont aan hoe het staat met jouw geloof.

 

Wat is die liefde dan?

Het eerste dat Johannes erover zegt, is dat die liefde niets nieuws is.

Liefde is geen uitvinding van Jezus,

liefde was vanaf het begin de bedoeling.

Liefde zou een open deur moeten zijn,

maar Adam en Eva hebben de deur dichtgegooid,

waarna Kaïn hem op slot heeft gedraaid.

Sindsdien hebben we de liefde verleerd.

 

Daarom moeten we de liefde opnieuw leren.

Daarover schrijft Johannes: ‘wat liefde is,

hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft.’

Van Jezus kunnen we weer leren wat liefde is!

Liefde is geen mooipraterij,

liefde is niet alleen maar zeggen: ‘ik houd van jou’,

liefde is niet alleen een sterk gevoel van verbondenheid:

zulke liefde is goedkoop.

Echte liefde wordt tastbaar en vraagt offers:

Jezus gaf zich helemaal om jou te redden.

 

‘Als je door die liefde van Jezus gegrepen bent,’

zo gaat Johannes verder, ‘dan ga je ook op Jezus lijken.

Je kunt geen volgeling van Jezus zijn,

als je geen voorbeeld neemt aan zijn liefde.’

Daarin gaat Johannes heel ver:

hij zegt dat we onze levens voor elkaar zouden moeten geven.

Nu weet Johannes ook wel dat de meesten van ons

niet in zo’n situatie zullen belanden,

maar als we zelfs ons leven voor elkaar willen geven,

dan ons geld al helemaal.

 

Zó concreet is liefde.

Je kunt wel zeggen dat je van alle mensen houdt,

dat je niets tégen iemand hebt,

dat je welwillend tegenover je medemens staat,

maar dat is nog geen liefde.

Liefde onderneemt actie.

Liefde is een kar vol boodschappen,

liefde is op de kinderen van een ander passen,

liefde is iemand helpen met de administratie,

of de eenzaamheid doorbreken door er voor iemand te zijn.

 

Als liefde zo concreet wordt,

dan is ook duidelijk dat je niet álle mensen zulke liefde kunt geven.

Richt je maar gewoon op de mensen die op je pad komen.

Johannes beperkt het ook: hij heeft het niet in het algemeen over liefde,

maar over liefde voor een broer of zus uit je eigen kerk.

Dát is de eerste plaats waar liefde concreet wordt.

 

dia 7 – liefde als hét kenmerk

Dat over wat liefde is.

Johannes gaat nog een stap verder:

zulke concrete liefde is hét kenmerk van een christen.

Liefde is de testcase.

Zonder liefde geen geloof:

‘wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven

omdat we elkaar liefhebben.

Wie niet liefheeft, blijft in de dood.’

Liefde is voor christenen dus geen aardigheidje,

iets voor erbij als je nog wat tijd en geld overhebt:

zonder concrete aardse liefde blijf je ‘in de dood’.

Dat is de manier waarop Johannes wel vaker uitdrukt

dat je niet met God verbonden bent.

Dus: jouw stille tijd met God is verspilde tijd

als het niet samengaat met concrete liefde voor wie God op jouw pad zet.

 

Dat zijn best zware woorden!

Ik ben ook maar een gewoon mens, nakomeling van Adam en Eva.

Ik ben écht onder de indruk van de liefde van Jezus,

maar weet ook dat mijn liefde tekort schiet.

Praten over de liefde is makkelijk – liefde doen is een ander verhaal.

Ik wíl het wel, maar in de praktijk bedenk ik vaak een dag later

dat ik weer eens een geweldige kans voor liefde heb laten schieten…

Als liefde de testcase is, dan val ik door de mand.

 

Als je zulke gedachten hebt, heeft Johannes bemoedigende woorden:

‘zelfs als ons hart ons aanklaagt:

God is groter dan ons hart, hij weet alles.’

Johannes bedoelt het als een bemoediging:

God kijkt door jouw geklungel met liefde heen, naar je hart.

Hij kent jouw verlangens, jouw intenties.

Dat is geen excuus om concrete liefde te verzaken,

maar kan je wel ademruimte geven!

 

dia 8 – dán ook verbonden met God

Als je zó met liefde bezig bent,

dán ben je ook verbonden met God.

Ik gaf net af op aanbidding en stille tijd die niet tot liefde leidt,

maar je relatie met God doet er wel degelijk toe!

Vol inzetten op je relatie met God,

kan ten koste gaan van je liefde – dat is wat Johannes ziet gebeuren.

Maar andersom gaat het net zo goed mis:

vol inzetten op de liefde, waarbij God langzaam maar zeker uit beeld verdwijnt.

Het gaat mis als je de een tegen de ander uitspeelt.

 

Johannes zegt het zo: ‘dit is zijn gebod:

dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus

en elkaar liefhebben zoals hij ons heeft opgedragen.’

Geloof én liefde zijn samen het ene gebod.

Net zoals Jezus zelf zegt dat God liefhebben het eerste gebod is,

en dat het tweede eraan gelijk is: je naaste liefhebben als jezelf.

Geloof en liefde zijn een soort twee-eenheid:

de een kan niet zonder de ander – ze versterken elkaar.

Juist als je liefde praktisch maakt, kun je dichter bij God komen,

mag je vol vertrouwen naar hem gaan

en veel van hem verwachten.

 

3.    Liefde oefenen

dia 9 – liefde oefenen!

Aan de slag dus – met liefde!

Maar dat gaat wel wat verder dan eenmalig huiswerk.

Het gaat er niet om eens een keer iets uit liefde voor een ander te doen,

het gaat om een houding, om een manier van leven.

Het is de testcase voor je geloof.

 

Een manier van leven leer je het beste door te oefenen.

Als je bijvoorbeeld 3 maanden in de wildernis wilt leven,

dan zul je daarvoor moeten trainen.

Zo is het met liefde ook: oefen ermee!

Hoe meer je ermee oefent, hoe meer het deel van jouzelf wordt,

hoe minder je erover hoeft na te denken, maar het gewoon doet.

 

Johannes heeft het dan concreet over een broeder of zuster die je gebrek ziet lijden.

Volg die raad maar op.

Daarbij denk ik aan de gevolgen van de coronacrisis.

Toen die crisis begon, dachten we misschien nog dat corona niet discrimineert:

het treft iedereen, van dakloze tot staatshoofd.

Maar de gevolgen van de coronacrisis treffen de een veel harder dan de ander.

Bijvoorbeeld als je in een toch al moeilijke thuissituatie zit.

Of als je werk door de crisis wordt afgepakt.

Of als je alleen bent, en aan de eenzaamheid kapot gaat.

Of als je in een risicogroep zit.

Ik wil jullie vragen een daad van liefde te doen voor een ander.

Voor iemand uit je kerk, of uit je buurt, of wie God ook maar op je weg plaatst.

Nee, wij kunnen niet alle schrijnende situaties in de samenleving oplossen,

maar met de liefde van Jezus mogen we wel verschil maken.

Dus oefen met liefde – en kijk daarbij naar hem die uit liefde zijn leven gaf voor jou!

Amen.

1 Johannes 3:11-24 - DE TESTCASE

Inleiding

dia 1 - molen

Thema van mijn verhaal vanmorgen is ‘de testcase’.

Dat is een  mooi Engels woord,

maar er ís ook een Nederlands woord voor: lakmoesproef.

Daar zit zelfs een Zaans tintje.

Want toen ik opzocht hoe het ook alweer precies zat met lakmoes,

ontdekte ik dat het hier, in de Zaanstreek, werd geproduceerd.

In Westzaan, om precies te zijn, in Blauwselmolen, later Blauwselfabriek, Avis.

Wat het nog interessanter maakt, is de bijnaam van deze molen.

Als we nu gewoon bij elkaar zouden zijn,

zou ik hem graag van jullie willen horen,

als testcase voor wie een echte Zaankanter is.

Maar nu krijgen jullie het antwoord van mij:

de blauwselmolen werd in de volksmond ook wel de ‘pismolen’ genoemd.

Niet geheel zonder reden:

een van de ingrediënten voor lakmoes is urine…

 

dia 2 - lakmoes

Maar wat kun je er mee?

Daarmee komen we bij een van de eerste proefjes uit het scheikundelokaal.

Van lakmoes kun je lakmoespapier maken,

en dat kun je gebruiken om te zien of een vloeistof zuur of basisch is.

Als je een stukje blauw lakmoespapier in een zure vloeistof doopt,

wordt het rood, en weet je: dit is zuur.

Als je een stukje rood lakmoespapier in een basische vloeistof doopt,

wordt het juist blauw, en dan weet je dat het basisch is.

Dat is (je raadt het nooit) de lakmoesproef.

 

Zulke testen zijn er natuurlijk veel meer.

Actueel is de coronatest.

Die test is heel wat complexer dan die lakmoesproef,

maar het idee is hetzelfde:

de test wijst uit of je corona hebt of niet.

 

dia 3 – de testcase / 1 Joh 3

Is er ook zo’n testcase als het gaat om geloven?

Een soort lakmoespapier dat aantoont dat je gelooft?

‘Ja’, zegt Johannes dan, ‘dat is er!’

Lees maar mee in 1 Johannes 3:11-24.

 

1.    Liefde – een open deur?

dia 4 – de invloed van Plato

De testcase voor geloof is liefde.

Jouw liefde toont aan of jij in Jezus gelooft –

dat is de stelling van Johannes in dit gedeelte.

Dat klinkt misschien als een open deur:

natuurlijk moeten we elkaar liefhebben!

Er is niemand die iets tegen liefde heeft,

geen onderwerp waar zoveel over wordt gezongen als liefde.

Tóch zegt Johannes: juist in je liefde blijkt of je christen bent.

 

Daarvoor moeten we terug naar de Griekse filosoof Plato.

Twee weken geleden heb ik hem uitgebreid geïntroduceerd,

dus nu even een korte samenvatting.

Plato leefde zo’n 400 jaar voor Jezus,

maar zijn manier van denken heeft blijvende invloed.

Zo heeft het invloed op de christenen aan wie Johannes schrijft,

maar zelfs op ons in de 21e eeuw.

 

Volgens Plato is je lichaam niet meer dan een gevangenis voor je ziel.

Je echte ik, dat is je ziel, en je lichaam zit daar maar onhandig omheen.

De wereld waar wij op leven, is volgens Plato dan ook niet de echte wereld:

de echte wereld is de geestelijke wereld,

de wereld zonder fysieke beperkingen.

Vermeng je dat met het christelijk geloof,

iets wat Johannes in zijn tijd ziet gebeuren,

dan krijg je een geloof dat helemaal draait

om de relatie van jouw ziel met God.

De aardse kant van geloven is er uit verdwenen – want dat is minderwaardig.

 

dia 5 – liefdeloosheid toen en nu

Die manier van denken gaat ten koste van de liefde.

Om precies te zijn: het gaat ten koste van concrete, praktische liefde.

Want hoe praktischer liefde wordt, hoe aardser het is.

Als je in het spoor van Plato denkt,

zijn er echt nog wel hoogverheven gedachten over de liefde,

niet voor niets is zulke liefde naar Plato vernoemd: ‘Platoonse liefde’,

maar het blijft bij mooie ideeën die in de lucht zweven

die maar niet echt in de praktijk willen aarden.

 

En dat is best herkenbaar!

Laten we wel wezen: liefde is een cliché geworden, een uitgehold begrip.

Iedereen vindt liefde belangrijk,

liedjes over de liefde brult iedereen uit volle borst mee,

of je nu in de file staat of onder de douche,

en tegelijk klagen we over dat er zo weinig liefde in de wereld is.

Er is niets zo belangrijk als de liefde, maar ook niets zo moeilijk.

Dus blijft het te vaak bij mooie woorden.

 

Dat ziet Johannes.

Christenen die helemaal ‘in de Heer’ zijn, zoals dat zo mooi heet,

die graag samen aanbiddingsliederen zingen,

serieus werk maken van persoonlijke stille tijd,

maar niet thuis geven als ze iets praktisch kunnen betekenen.

Begrijp me niet verkeerd: niets mis met aanbidding en stille tijd,

maar wel als je het gebruikt als excuus om je liefde niet concreet te maken.

Johannes gaat in tegen christenen die graag voor iemand willen bidden,

maar niet de boodschappen voor een ander willen doen.

 

Helaas werd én wordt in de kerk concrete liefde nogal eens uitgespeeld

tegen het verkondigen van het goede nieuws van Jezus.

Alsof het enige wat telt is dat je in Jezus gelooft

en dat je daarom een relatie met de Vader mag hebben.

Dat is op zijn best een half evangelie,

en zonder die concrete liefde is het ronduit een leugen.

We moeten het over Jezus hebben én we moeten goed doen –

die kunnen niet zonder elkaar.

Het slaat nergens op mensen wel over Jezus te vertellen,

maar ze geen maaltijd te geven, of wat ze ook maar nodig hebben,

of die maaltijd puur als lokkertje naar Jezus te gebruiken:

alsof concrete liefde minderwaardig is aan het  vertellen van het evangelie.

 

2.    Liefde is de testcase

dia 6 – wat liefde is

Dáár tegenover voert Johannes een pleidooi voor de liefde.

Het is dus geen open deur die Johannes intrapt.

De liefde waar Johannes het over heeft, is helemaal niet vanzelfsprekend.

Maar voor een christen is deze liefde wel onmisbaar:

deze liefde is de testcase, waaruit blijkt of je christen bent.

Liefde is als lakmoespapier dat verkleurt:

het toont aan hoe het staat met jouw geloof.

 

Wat is die liefde dan?

Het eerste dat Johannes erover zegt, is dat die liefde niets nieuws is.

Liefde is geen uitvinding van Jezus,

liefde was vanaf het begin de bedoeling.

Liefde zou een open deur moeten zijn,

maar Adam en Eva hebben de deur dichtgegooid,

waarna Kaïn hem op slot heeft gedraaid.

Sindsdien hebben we de liefde verleerd.

 

Daarom moeten we de liefde opnieuw leren.

Daarover schrijft Johannes: ‘wat liefde is,

hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft.’

Van Jezus kunnen we weer leren wat liefde is!

Liefde is geen mooipraterij,

liefde is niet alleen maar zeggen: ‘ik houd van jou’,

liefde is niet alleen een sterk gevoel van verbondenheid:

zulke liefde is goedkoop.

Echte liefde wordt tastbaar en vraagt offers:

Jezus gaf zich helemaal om jou te redden.

 

‘Als je door die liefde van Jezus gegrepen bent,’

zo gaat Johannes verder, ‘dan ga je ook op Jezus lijken.

Je kunt geen volgeling van Jezus zijn,

als je geen voorbeeld neemt aan zijn liefde.’

Daarin gaat Johannes heel ver:

hij zegt dat we onze levens voor elkaar zouden moeten geven.

Nu weet Johannes ook wel dat de meesten van ons

niet in zo’n situatie zullen belanden,

maar als we zelfs ons leven voor elkaar willen geven,

dan ons geld al helemaal.

 

Zó concreet is liefde.

Je kunt wel zeggen dat je van alle mensen houdt,

dat je niets tégen iemand hebt,

dat je welwillend tegenover je medemens staat,

maar dat is nog geen liefde.

Liefde onderneemt actie.

Liefde is een kar vol boodschappen,

liefde is op de kinderen van een ander passen,

liefde is iemand helpen met de administratie,

of de eenzaamheid doorbreken door er voor iemand te zijn.

 

Als liefde zo concreet wordt,

dan is ook duidelijk dat je niet álle mensen zulke liefde kunt geven.

Richt je maar gewoon op de mensen die op je pad komen.

Johannes beperkt het ook: hij heeft het niet in het algemeen over liefde,

maar over liefde voor een broer of zus uit je eigen kerk.

Dát is de eerste plaats waar liefde concreet wordt.

 

dia 7 – liefde als hét kenmerk

Dat over wat liefde is.

Johannes gaat nog een stap verder:

zulke concrete liefde is hét kenmerk van een christen.

Liefde is de testcase.

Zonder liefde geen geloof:

‘wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven

omdat we elkaar liefhebben.

Wie niet liefheeft, blijft in de dood.’

Liefde is voor christenen dus geen aardigheidje,

iets voor erbij als je nog wat tijd en geld overhebt:

zonder concrete aardse liefde blijf je ‘in de dood’.

Dat is de manier waarop Johannes wel vaker uitdrukt

dat je niet met God verbonden bent.

Dus: jouw stille tijd met God is verspilde tijd

als het niet samengaat met concrete liefde voor wie God op jouw pad zet.

 

Dat zijn best zware woorden!

Ik ben ook maar een gewoon mens, nakomeling van Adam en Eva.

Ik ben écht onder de indruk van de liefde van Jezus,

maar weet ook dat mijn liefde tekort schiet.

Praten over de liefde is makkelijk – liefde doen is een ander verhaal.

Ik wíl het wel, maar in de praktijk bedenk ik vaak een dag later

dat ik weer eens een geweldige kans voor liefde heb laten schieten…

Als liefde de testcase is, dan val ik door de mand.

 

Als je zulke gedachten hebt, heeft Johannes bemoedigende woorden:

‘zelfs als ons hart ons aanklaagt:

God is groter dan ons hart, hij weet alles.’

Johannes bedoelt het als een bemoediging:

God kijkt door jouw geklungel met liefde heen, naar je hart.

Hij kent jouw verlangens, jouw intenties.

Dat is geen excuus om concrete liefde te verzaken,

maar kan je wel ademruimte geven!

 

dia 8 – dán ook verbonden met God

Als je zó met liefde bezig bent,

dán ben je ook verbonden met God.

Ik gaf net af op aanbidding en stille tijd die niet tot liefde leidt,

maar je relatie met God doet er wel degelijk toe!

Vol inzetten op je relatie met God,

kan ten koste gaan van je liefde – dat is wat Johannes ziet gebeuren.

Maar andersom gaat het net zo goed mis:

vol inzetten op de liefde, waarbij God langzaam maar zeker uit beeld verdwijnt.

Het gaat mis als je de een tegen de ander uitspeelt.

 

Johannes zegt het zo: ‘dit is zijn gebod:

dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus

en elkaar liefhebben zoals hij ons heeft opgedragen.’

Geloof én liefde zijn samen het ene gebod.

Net zoals Jezus zelf zegt dat God liefhebben het eerste gebod is,

en dat het tweede eraan gelijk is: je naaste liefhebben als jezelf.

Geloof en liefde zijn een soort twee-eenheid:

de een kan niet zonder de ander – ze versterken elkaar.

Juist als je liefde praktisch maakt, kun je dichter bij God komen,

mag je vol vertrouwen naar hem gaan

en veel van hem verwachten.

 

3.    Liefde oefenen

dia 9 – liefde oefenen!

Aan de slag dus – met liefde!

Maar dat gaat wel wat verder dan eenmalig huiswerk.

Het gaat er niet om eens een keer iets uit liefde voor een ander te doen,

het gaat om een houding, om een manier van leven.

Het is de testcase voor je geloof.

 

Een manier van leven leer je het beste door te oefenen.

Als je bijvoorbeeld 3 maanden in de wildernis wilt leven,

dan zul je daarvoor moeten trainen.

Zo is het met liefde ook: oefen ermee!

Hoe meer je ermee oefent, hoe meer het deel van jouzelf wordt,

hoe minder je erover hoeft na te denken, maar het gewoon doet.

 

Johannes heeft het dan concreet over een broeder of zuster die je gebrek ziet lijden.

Volg die raad maar op.

Daarbij denk ik aan de gevolgen van de coronacrisis.

Toen die crisis begon, dachten we misschien nog dat corona niet discrimineert:

het treft iedereen, van dakloze tot staatshoofd.

Maar de gevolgen van de coronacrisis treffen de een veel harder dan de ander.

Bijvoorbeeld als je in een toch al moeilijke thuissituatie zit.

Of als je werk door de crisis wordt afgepakt.

Of als je alleen bent, en aan de eenzaamheid kapot gaat.

Of als je in een risicogroep zit.

Ik wil jullie vragen een daad van liefde te doen voor een ander.

Voor iemand uit je kerk, of uit je buurt, of wie God ook maar op je weg plaatst.

Nee, wij kunnen niet alle schrijnende situaties in de samenleving oplossen,

maar met de liefde van Jezus mogen we wel verschil maken.

Dus oefen met liefde – en kijk daarbij naar hem die uit liefde zijn leven gaf voor jou!

Amen.