Preek - 1 Koningen 17 - WAAR JE HET NIET VERWACHT

Inleiding

dia 1 – sloop/ferrari

Bepaalde dingen horen op bepaalde plekken.

Bijvoorbeeld een totaal uitgewoonde Suzuki Alto,

met motorkap en linker portier in een andere kleur dan de rest van de auto,

ducttape om de raampjes op hun plek te houden

en om het af te maken een verrotte uitlaat die de auto doet klinken

als een vliegtuig uit de Eerste Wereldoorlog:

die verwacht je niet in de blinkende showroom van de Ferrari-dealer.

Daar heeft dit wrak niets te zoeken.

Net zoals je vreemd zou kijken

als je een wandeling over het autokerkhof maakt

-er zijn vast wel raardere hobby’s te bedenken-

en je daar een splinternieuwe Ferrari spot,

opgestapeld op die Suzuki Alto.

Het is wel de laatste plek waar je die Ferrari verwacht.

 

dia 2 – Waar je het niet verwacht / 1 Kon 17

Zo verwacht je in een kerkgebouw geen vrijdagmiddaggebed van moslims,

net zoals je in een moskee geen christelijke kerkdienst verwacht.

Daarmee komen we bij het bijbelverhaal dat we gaan lezen.

Het gaat over de profeet Elia

die terechtkomt op de laatste plek waar je hem zou verwachten:

bij een weduwe in Sarefat – midden in het land van Baäl.

Elia moet naar een plek waar je het niet verwacht.

Gód is op plekken waar je hem niet verwacht!

Laten we het verhaal lezen: 1 Koningen 17.

 

1.   Lesje geschiedenis

dia 3 – het lijkt goed te gaan (kaart)

Op het eerste gezicht gaat het allemaal best goed met Israël.

Zeker, het zijn roerige tijden geweest voor het land.

Sinds koning Salomo, de zoon van David,

de laatste koning van groot-Israël is overleden,

is het wel een beetje een puinzooi geworden in het land.

Na de dood van Salomo raakte het land verdeeld:

een deel wilde verder met Salomo’s zoon Rechabeam,

maar een groter deel riep de onafhankelijkheid uit

en maakte een zekere Jerobeam tot koning.

Er is niet langer één Israël:

je hebt nu Zuid-Israël, rond de hoofdstad Jeruzalem,

waar de lijn van David wordt doorgezet,

en het grotere Noord-Israël,

waar het verhaal van vandaag zich afspeelt.

 

Een paar coups verder komt het huis van Omri aan de macht.

Omri doet het eigenlijk best goed:

hij wint verschillende veldslagen, hij drijft slim handel

en hij bouwt een nieuwe hoofdstad: Samaria.

Hij wordt opgevolgd door zoon Achab.

Achab wil verder gaan in het spoor van zijn vader

en trouwt daarom met Izebel,

dochter van de koning van Sidon, een belangrijke handelspartner.

Een politiek huwelijk dus, en het lijkt een slimme zet:

het gaat goed met Noord-Israël.

Er is werk, er is geld, er is vrede.

 

dia 4 – probleem: onder invloed Baäl (Baäl)

Tóch is de schrijver van het bijbelboek Koningen vernietigend.

Omri wordt erger dan al zijn voorgangers genoemd,

en Achab op zijn beurt is nóg erger.

Wat Achab erger maakt dan al zijn voorgangers

is dat hij de Kanaänitische vruchtbaarheidsgod Baäl introduceert.

Onder zijn voorgangers werd het al een rage

om overal godenbeeldjes neer te zetten en offerplaatsen op te richten.

Dat was al bedenkelijk, maar in ieder geval was het nog gericht op Gód.

Achab zet zelfs dat overboord en introduceert Baäl.

Baäl was een package deal met Izebel:

Baäl was Izebels god, en ze neemt hem mee naar Israël.

Achab wil zijn vrouw een plezier doen,

per slot van rekening zorgen haar connecties voor veel geld,

en overal in Israël plopt de Baäldienst op.

 

Nu parkeert Achab zijn God nog niet helemaal op de schroot:

hij laat God en Baäl naast elkaar staan.

Als Baäl een klus niet weet te klaren,

is het altijd handig om op een andere god te kunnen terugvallen.

Maar zo wil God niet gebruikt worden!

God wil exclusieve toewijding,

wil niet als optie achter de hand worden gehouden.

 

2.   Onverwacht stukje hemel

dia 5 – dromen van een opwekking

God kan het niet aanzien, en daarom stuurt hij Elia.

Deze Elia zal de belangrijkste profeet uit de geschiedenis van Israël worden,

op gelijke hoogte met Mozes,

dus je zou verwachten dat hij met veel tamtam wordt aangekondigd.

Niet dus: ‘de Tisbiet Elia uit Gilead zei tegen Achab’ – that’s it.

Zelf heeft Elia ook niet veel woorden nodig.

Hij stelt zich niet voor, leidt zijn woorden niet even vriendelijk in,

geeft Achab geen kans te reageren,

maar gooit het er direct uit:

‘in de naam van de Heer: de komende jaren valt er geen regen.’

En weg is Elia weer.

 

Het is geen willekeurig noodlot dat Israël treft omdat God zich gepasseerd voelt.

Baäl was de god van de vruchtbaarheid – en dus ook van de regen,

want zonder regen valt er weinig te eten.

Eigenlijk zegt God tegen Achab:

‘jij dwaas van een koning – dacht jij echt dat Baäl het laat regenen?

Probeer het maar, dan zul je zien wat een waardeloze god je hebt gekozen.’

 

Als ik Elia was geweest, dan zou ik heel benieuwd zijn geweest

naar het effect van mijn woorden op Achab.

Wat zou het gaaf zijn als door jouw woorden

de koning van Israël tot inkeer komt,

en jij zo aan het begin van een grote opwekking staat.

Dat is waar volgens mij elke prediker van droomt – ik in ieder geval wel.

 

Zo stel ik me voor dat Elia als profeet

droomt hoe door zijn optreden Israël terugkeert naar God.

Maar nog voor Elia de kans krijgt zijn boodschap verder te brengen,

wordt hij door God alweer teruggeroepen:

‘zo is het genoeg, ga weg van hier.’

En daar gaat Elia, weg van Samaria,

om af te wachten aan een klein beekje.

Daar zit Elia maar wat te nagelbijten:

hij heeft niets te doen, kan geen kant op,

en hoeft zelfs geen eten te zoeken,

want daarvoor heeft God een bezorgdienst van raven opgezet.

Niet bepaald je droom als profeet…

 

dia 6 – de plek waar je niets verwacht (kaart)

Maar het wordt nog erger.

De beek droogt op -dat heb je als het niet regent-

en Elia krijgt weer een opdracht:

‘ga naar Sarefat en neem je intrek bij een weduwe daar.’

Dat is wel de laatste plek waar je iets verwacht:

Elia heeft daar net zo weinig te zoeken

als dat Suzuki-wrak in de Ferrari-showroom.

 

Maar wat maakt Sarefat dan de laatste plek

waar je de profeet van God zou verwachten?

Nou, allereerst: het is ver van Samaria.

Als het de taak van Elia is om koning Achab op God te wijzen,

om hem op te roepen zich te bekeren,

dan zou het voor de hand liggen

als Elia een uitvalsbasis dicht bij Samaria zou hebben.

Elia’s boodschap moet in Samaria landen,

niet in een of ander dorpje buiten Israël.

 

Dat is direct het tweede waarom je Elia niet in Sarefat verwacht.

Sarefat ligt niet in Israël, maar in de buurt van Sidon.

En Sidon – dat is dan weer de plaats waar Izebel vandaan kwam,

waar al die Baäl-ellende mee begon.

Sarefat ligt dus in Baäls achtertuin, het is Baäl-land!

Als er een plek is waar een profeet van God niets te zoeken heeft,

dan is het wel daar, in het gebied van de vijand,

in het hol van de leeuw.

 

dia 7 – (afbeelding weg)

En dan moet Elia óók nog bij een weduwe aankloppen.

Dat belooft niet veel goeds…

Weduwen waren de pechvogels van de samenleving.

Zonder man was het leven verschrikkelijk hard,

helemaal als eten toch al schaars begint te worden

omdat er maar geen regen valt.

Dat wordt dus geen rijk gevulde tafel voor Elia…

Bovendien werd een weduwe door iedereen over het hoofd gezien,

en is ze voor Elia dus geen ingang naar mensen die wat belangrijker zijn.

Ze is op geen enkele manier relevant.

En dáár moet Elia heen.

 

Daar gaat God heen.

Naar de plek waar je hem het laatste zou verwachten.

Zo is God - kijk maar naar Jezus.

Ook Jezus gaat naar het ‘hol van de leeuw’ –

vanuit de hemel gedacht kun je de aarde gerust zo noemen.

Vanuit de hemel ging Jezus bezet gebied in,

waar de belangrijke mensen niets van hem moesten hebben.

In plaats daarvan trok Jezus op met de minst relevante mensen:

weduwen, melaatsen, tollenaars en hoeren.

Blijkbaar zijn juist dat plekken waar je God mag verwachten!

 

dia 8 – juist daar: wederzijdse zegen (meel en olie)

Dat is ook wat Elia ervaart.

Naar een weduwe in Sarefat –

het is de laatste plek waar je Gods profeet verwacht.

Maar juist daar blinkt een stukje hemel,

breekt een glimp van Gods koninkrijk door!

Er gebeuren daar, waar niemand het ziet, wónderen!

 

Het is al een wonder dat de weduwe Elia in huis neemt.

Zij heeft haar gevecht om te leven opgegeven, het wil niet meer,

en ze staat op het punt haar laatste maaltje te bereiden.

En nu vraagt die mafketel uit Israël haar ook nog

om haar laatste maaltijd op te geven en aan hem te schenken -

Wie denkt hij wel niet dat hij is?!

Toch geeft ze Elia wat hij vraagt.

 

Het is de beste beslissing uit haar leven.

Met Elia komt het leven terug in haar huis.

Er gebeuren meer wonderen.

Haar restje meel en de laatste druppels olie – ze raken maar niet op!

Even lijkt het erop dat haar nieuwe hoop

op een sadistische manier weer wordt afgepakt.

Haar zoon, haar toekomst, wordt dodelijk ziek.

Maar Elia brengt hem terug!

Wat een zegen is Elia voor deze vrouw.

 

Maar andersom net zo goed!

Het is niet zo dat Elia geeft en de weduwe ontvangt.

Elia is juist degene die om hulp vraagt:

‘mevrouw, hebt u misschien wat voor me te eten?’

Deze vrouw uit Baälland houdt hem in leven.

En dan haar geloof: als Elia zegt dat God voor haar zal zorgen,

gelooft ze hem op zijn woord

en schenkt ze hem de allerlaatste restjes uit haar voorraadkast.

Zo’n geloof heeft Elia in Israël nooit gezien – en het geeft hem nieuwe moed.

Wat een zegen is deze weduwe voor Elia!

 

dia 9 - licht

Samen zien ze iets van God, daar in de achtertuin van Baäl.

Baäl laat het afweten – er valt geen spatje regen.

Maar God is de God van leven,

en zowel Elia als de weduwe mogen dat opnieuw ontdekken.

Daar in Sarefat, op de laatste plek waar je het zou verwachten,

is een stukje hemel op aarde!

 

Juist die plekken waarvan je denkt: ‘wat heeft God daar te zoeken?’

juist daar kun je zomaar een glimp van Gods koninkrijk opvangen.

Weer: kijk maar naar Jezus.

Hij zocht precies die plaatsen op

waarvan iedereen dacht dat God er niets te zoeken had.

Hij sloot geen strategische vriendschappen die hem hogerop konden helpen,

maar spreekt af met de pechvogels en wie zichzelf in de nesten hebben gewerkt.

En juist daar, in de marge, schittert iets van Gods koninkrijk,

breekt de hemel op aarde door.

 

3.   Jouw ‘weduwe van Sarefat’

dia 10 – jouw ‘weduwe van Sarefat’

Elia is niet waar je hem zou verwachten.

God is niet waar je hem zou verwachten.

Jezus is niet waar je hem zou verwachten.

Dus dan wordt het tijd je verwachtingen bij te stellen.

Om niet slechts met het grote werk genoegen te nemen,

maar om juist jouw ‘weduwe van Sarefat’ te zoeken.

 

Ja, jouw ‘weduwe van Sarefat’.

Wie is dat eigenlijk?

Ik wil je vragen daar deze week eens over na te denken.

Wie kan voor jou zo’n weduwe van Sarefat zijn?

Wie is het waarvan jij denkt:

‘ja maar God… kunt u nu echt geen beter persoon voor mij bedenken?

Hier valt toch geen eer aan te behalen?’

Ik wil jullie en mijzelf uitdagen om juist die persoon te zoeken.

Want juist daar blijkt God verrassend vaak te vinden!

Als je meer van God en van zijn koninkrijk wilt ontdekken,

misschien moet je dan maar eens beginnen

op zo’n plek waar je hem het laatste verwacht.

Amen.

1 Koningen 17 - WAAR JE HET NIET VERWACHT

Inleiding

dia 1 – sloop/ferrari

Bepaalde dingen horen op bepaalde plekken.

Bijvoorbeeld een totaal uitgewoonde Suzuki Alto,

met motorkap en linker portier in een andere kleur dan de rest van de auto,

ducttape om de raampjes op hun plek te houden

en om het af te maken een verrotte uitlaat die de auto doet klinken

als een vliegtuig uit de Eerste Wereldoorlog:

die verwacht je niet in de blinkende showroom van de Ferrari-dealer.

Daar heeft dit wrak niets te zoeken.

Net zoals je vreemd zou kijken

als je een wandeling over het autokerkhof maakt

-er zijn vast wel raardere hobby’s te bedenken-

en je daar een splinternieuwe Ferrari spot,

opgestapeld op die Suzuki Alto.

Het is wel de laatste plek waar je die Ferrari verwacht.

 

dia 2 – Waar je het niet verwacht / 1 Kon 17

Zo verwacht je in een kerkgebouw geen vrijdagmiddaggebed van moslims,

net zoals je in een moskee geen christelijke kerkdienst verwacht.

Daarmee komen we bij het bijbelverhaal dat we gaan lezen.

Het gaat over de profeet Elia

die terechtkomt op de laatste plek waar je hem zou verwachten:

bij een weduwe in Sarefat – midden in het land van Baäl.

Elia moet naar een plek waar je het niet verwacht.

Gód is op plekken waar je hem niet verwacht!

Laten we het verhaal lezen: 1 Koningen 17.

 

1.   Lesje geschiedenis

dia 3 – het lijkt goed te gaan (kaart)

Op het eerste gezicht gaat het allemaal best goed met Israël.

Zeker, het zijn roerige tijden geweest voor het land.

Sinds koning Salomo, de zoon van David,

de laatste koning van groot-Israël is overleden,

is het wel een beetje een puinzooi geworden in het land.

Na de dood van Salomo raakte het land verdeeld:

een deel wilde verder met Salomo’s zoon Rechabeam,

maar een groter deel riep de onafhankelijkheid uit

en maakte een zekere Jerobeam tot koning.

Er is niet langer één Israël:

je hebt nu Zuid-Israël, rond de hoofdstad Jeruzalem,

waar de lijn van David wordt doorgezet,

en het grotere Noord-Israël,

waar het verhaal van vandaag zich afspeelt.

 

Een paar coups verder komt het huis van Omri aan de macht.

Omri doet het eigenlijk best goed:

hij wint verschillende veldslagen, hij drijft slim handel

en hij bouwt een nieuwe hoofdstad: Samaria.

Hij wordt opgevolgd door zoon Achab.

Achab wil verder gaan in het spoor van zijn vader

en trouwt daarom met Izebel,

dochter van de koning van Sidon, een belangrijke handelspartner.

Een politiek huwelijk dus, en het lijkt een slimme zet:

het gaat goed met Noord-Israël.

Er is werk, er is geld, er is vrede.

 

dia 4 – probleem: onder invloed Baäl (Baäl)

Tóch is de schrijver van het bijbelboek Koningen vernietigend.

Omri wordt erger dan al zijn voorgangers genoemd,

en Achab op zijn beurt is nóg erger.

Wat Achab erger maakt dan al zijn voorgangers

is dat hij de Kanaänitische vruchtbaarheidsgod Baäl introduceert.

Onder zijn voorgangers werd het al een rage

om overal godenbeeldjes neer te zetten en offerplaatsen op te richten.

Dat was al bedenkelijk, maar in ieder geval was het nog gericht op Gód.

Achab zet zelfs dat overboord en introduceert Baäl.

Baäl was een package deal met Izebel:

Baäl was Izebels god, en ze neemt hem mee naar Israël.

Achab wil zijn vrouw een plezier doen,

per slot van rekening zorgen haar connecties voor veel geld,

en overal in Israël plopt de Baäldienst op.

 

Nu parkeert Achab zijn God nog niet helemaal op de schroot:

hij laat God en Baäl naast elkaar staan.

Als Baäl een klus niet weet te klaren,

is het altijd handig om op een andere god te kunnen terugvallen.

Maar zo wil God niet gebruikt worden!

God wil exclusieve toewijding,

wil niet als optie achter de hand worden gehouden.

 

2.   Onverwacht stukje hemel

dia 5 – dromen van een opwekking

God kan het niet aanzien, en daarom stuurt hij Elia.

Deze Elia zal de belangrijkste profeet uit de geschiedenis van Israël worden,

op gelijke hoogte met Mozes,

dus je zou verwachten dat hij met veel tamtam wordt aangekondigd.

Niet dus: ‘de Tisbiet Elia uit Gilead zei tegen Achab’ – that’s it.

Zelf heeft Elia ook niet veel woorden nodig.

Hij stelt zich niet voor, leidt zijn woorden niet even vriendelijk in,

geeft Achab geen kans te reageren,

maar gooit het er direct uit:

‘in de naam van de Heer: de komende jaren valt er geen regen.’

En weg is Elia weer.

 

Het is geen willekeurig noodlot dat Israël treft omdat God zich gepasseerd voelt.

Baäl was de god van de vruchtbaarheid – en dus ook van de regen,

want zonder regen valt er weinig te eten.

Eigenlijk zegt God tegen Achab:

‘jij dwaas van een koning – dacht jij echt dat Baäl het laat regenen?

Probeer het maar, dan zul je zien wat een waardeloze god je hebt gekozen.’

 

Als ik Elia was geweest, dan zou ik heel benieuwd zijn geweest

naar het effect van mijn woorden op Achab.

Wat zou het gaaf zijn als door jouw woorden

de koning van Israël tot inkeer komt,

en jij zo aan het begin van een grote opwekking staat.

Dat is waar volgens mij elke prediker van droomt – ik in ieder geval wel.

 

Zo stel ik me voor dat Elia als profeet

droomt hoe door zijn optreden Israël terugkeert naar God.

Maar nog voor Elia de kans krijgt zijn boodschap verder te brengen,

wordt hij door God alweer teruggeroepen:

‘zo is het genoeg, ga weg van hier.’

En daar gaat Elia, weg van Samaria,

om af te wachten aan een klein beekje.

Daar zit Elia maar wat te nagelbijten:

hij heeft niets te doen, kan geen kant op,

en hoeft zelfs geen eten te zoeken,

want daarvoor heeft God een bezorgdienst van raven opgezet.

Niet bepaald je droom als profeet…

 

dia 6 – de plek waar je niets verwacht (kaart)

Maar het wordt nog erger.

De beek droogt op -dat heb je als het niet regent-

en Elia krijgt weer een opdracht:

‘ga naar Sarefat en neem je intrek bij een weduwe daar.’

Dat is wel de laatste plek waar je iets verwacht:

Elia heeft daar net zo weinig te zoeken

als dat Suzuki-wrak in de Ferrari-showroom.

 

Maar wat maakt Sarefat dan de laatste plek

waar je de profeet van God zou verwachten?

Nou, allereerst: het is ver van Samaria.

Als het de taak van Elia is om koning Achab op God te wijzen,

om hem op te roepen zich te bekeren,

dan zou het voor de hand liggen

als Elia een uitvalsbasis dicht bij Samaria zou hebben.

Elia’s boodschap moet in Samaria landen,

niet in een of ander dorpje buiten Israël.

 

Dat is direct het tweede waarom je Elia niet in Sarefat verwacht.

Sarefat ligt niet in Israël, maar in de buurt van Sidon.

En Sidon – dat is dan weer de plaats waar Izebel vandaan kwam,

waar al die Baäl-ellende mee begon.

Sarefat ligt dus in Baäls achtertuin, het is Baäl-land!

Als er een plek is waar een profeet van God niets te zoeken heeft,

dan is het wel daar, in het gebied van de vijand,

in het hol van de leeuw.

 

dia 7 – (afbeelding weg)

En dan moet Elia óók nog bij een weduwe aankloppen.

Dat belooft niet veel goeds…

Weduwen waren de pechvogels van de samenleving.

Zonder man was het leven verschrikkelijk hard,

helemaal als eten toch al schaars begint te worden

omdat er maar geen regen valt.

Dat wordt dus geen rijk gevulde tafel voor Elia…

Bovendien werd een weduwe door iedereen over het hoofd gezien,

en is ze voor Elia dus geen ingang naar mensen die wat belangrijker zijn.

Ze is op geen enkele manier relevant.

En dáár moet Elia heen.

 

Daar gaat God heen.

Naar de plek waar je hem het laatste zou verwachten.

Zo is God - kijk maar naar Jezus.

Ook Jezus gaat naar het ‘hol van de leeuw’ –

vanuit de hemel gedacht kun je de aarde gerust zo noemen.

Vanuit de hemel ging Jezus bezet gebied in,

waar de belangrijke mensen niets van hem moesten hebben.

In plaats daarvan trok Jezus op met de minst relevante mensen:

weduwen, melaatsen, tollenaars en hoeren.

Blijkbaar zijn juist dat plekken waar je God mag verwachten!

 

dia 8 – juist daar: wederzijdse zegen (meel en olie)

Dat is ook wat Elia ervaart.

Naar een weduwe in Sarefat –

het is de laatste plek waar je Gods profeet verwacht.

Maar juist daar blinkt een stukje hemel,

breekt een glimp van Gods koninkrijk door!

Er gebeuren daar, waar niemand het ziet, wónderen!

 

Het is al een wonder dat de weduwe Elia in huis neemt.

Zij heeft haar gevecht om te leven opgegeven, het wil niet meer,

en ze staat op het punt haar laatste maaltje te bereiden.

En nu vraagt die mafketel uit Israël haar ook nog

om haar laatste maaltijd op te geven en aan hem te schenken -

Wie denkt hij wel niet dat hij is?!

Toch geeft ze Elia wat hij vraagt.

 

Het is de beste beslissing uit haar leven.

Met Elia komt het leven terug in haar huis.

Er gebeuren meer wonderen.

Haar restje meel en de laatste druppels olie – ze raken maar niet op!

Even lijkt het erop dat haar nieuwe hoop

op een sadistische manier weer wordt afgepakt.

Haar zoon, haar toekomst, wordt dodelijk ziek.

Maar Elia brengt hem terug!

Wat een zegen is Elia voor deze vrouw.

 

Maar andersom net zo goed!

Het is niet zo dat Elia geeft en de weduwe ontvangt.

Elia is juist degene die om hulp vraagt:

‘mevrouw, hebt u misschien wat voor me te eten?’

Deze vrouw uit Baälland houdt hem in leven.

En dan haar geloof: als Elia zegt dat God voor haar zal zorgen,

gelooft ze hem op zijn woord

en schenkt ze hem de allerlaatste restjes uit haar voorraadkast.

Zo’n geloof heeft Elia in Israël nooit gezien – en het geeft hem nieuwe moed.

Wat een zegen is deze weduwe voor Elia!

 

dia 9 - licht

Samen zien ze iets van God, daar in de achtertuin van Baäl.

Baäl laat het afweten – er valt geen spatje regen.

Maar God is de God van leven,

en zowel Elia als de weduwe mogen dat opnieuw ontdekken.

Daar in Sarefat, op de laatste plek waar je het zou verwachten,

is een stukje hemel op aarde!

 

Juist die plekken waarvan je denkt: ‘wat heeft God daar te zoeken?’

juist daar kun je zomaar een glimp van Gods koninkrijk opvangen.

Weer: kijk maar naar Jezus.

Hij zocht precies die plaatsen op

waarvan iedereen dacht dat God er niets te zoeken had.

Hij sloot geen strategische vriendschappen die hem hogerop konden helpen,

maar spreekt af met de pechvogels en wie zichzelf in de nesten hebben gewerkt.

En juist daar, in de marge, schittert iets van Gods koninkrijk,

breekt de hemel op aarde door.

 

3.   Jouw ‘weduwe van Sarefat’

dia 10 – jouw ‘weduwe van Sarefat’

Elia is niet waar je hem zou verwachten.

God is niet waar je hem zou verwachten.

Jezus is niet waar je hem zou verwachten.

Dus dan wordt het tijd je verwachtingen bij te stellen.

Om niet slechts met het grote werk genoegen te nemen,

maar om juist jouw ‘weduwe van Sarefat’ te zoeken.

 

Ja, jouw ‘weduwe van Sarefat’.

Wie is dat eigenlijk?

Ik wil je vragen daar deze week eens over na te denken.

Wie kan voor jou zo’n weduwe van Sarefat zijn?

Wie is het waarvan jij denkt:

‘ja maar God… kunt u nu echt geen beter persoon voor mij bedenken?

Hier valt toch geen eer aan te behalen?’

Ik wil jullie en mijzelf uitdagen om juist die persoon te zoeken.

Want juist daar blijkt God verrassend vaak te vinden!

Als je meer van God en van zijn koninkrijk wilt ontdekken,

misschien moet je dan maar eens beginnen

op zo’n plek waar je hem het laatste verwacht.

Amen.