Preek - 2 Koningen 1 - GEPASSEERD

Inleiding

Stel je voor: jij bent de beste componist van Nederland.

Iedereen, maar dan ook echt iedereen, kent jouw muziek:

van vroeg tot laat zijn jouw liedjes op de radio te horen

en in sommige steden speelt de stadsbeiaardier ze zelfs op het carillon.

Je schrijft niet alleen muziek waar het publiek mee wegloopt,

ook jouw vakgenoten zijn lovend over jouw muzikaal talent.

Niemand twijfelt eraan: jij bent de beste.

 

En stel je voor:

de gemeente Zaanstad heeft bedacht

dat een stad als Zaanstad een echt stadslied verdient.

Het moet een verbindend lied worden,

want ons stadsbestuur wil graag verbinding,

het moet stijl hebben, maar ook door iedereen gezongen kunnen worden.

En jij weet direct: dit is helemaal míjn opdracht.

Dus stuur je de verantwoordelijk wethouder een berichtje

dat jij beschikbaar bent voor deze klus.

 

Maar je krijgt maar geen reactie…

In de media klaagt de gemeente wel dat er niemand te vinden is

die het nieuwe stadslied wil componeren,

en doet de gemeente een dringend beroep

op al haar inwoners die ook maar een beetje muzikaal zijn.

Via jouw contacten in de muziekwereld

hoor je dat al jouw vakgenoten ook een brief hebben gekregen

met de vraag of ze willen meewerken.

Intussen doet de gemeente alsof jij niet bestaat.

Dan voel je je gepasseerd!

 

Gepasseerd – dat is vandaag het thema.

Want in het bijbelverhaal van vandaag, 2 Koningen 1,

gaat het ook over gepasseerd worden.

God zelf wordt gepasseerd – en dat is misschien wel het domste wat je kunt doen.

We gaan het lezen: 2 Koningen 1.

 

1.   Verval

Afgelopen weken heb ik het al vaker over Elia gehad.

Tot nog toe was koning Achab zijn tegenspeler.

Maar Achab leeft niet meer.

Elia had, nadat Achab zich de wijngaard van Nabot had toegeëigend,

al aangekondigd dat Achab een roemloze dood zou sterven,

en zo is het gegaan.

In een oorlog met Aram wordt Achab getroffen door een verdwaalde pijl

en daar houdt zijn leven op.

 

Daar begint ook het verval van Israël.

Want hoe kritisch de bijbel ook is op koning Achab

-Achab is de koning die afgod Baäl in Israël introduceerde-

politiek gezien en economisch gezien deed Achab het best goed.

Maar nu Achab dood is, ontstaan de eerste barsten.

Ons verhaal begint ermee:

‘na de dood van Achab kwam Moab tegen Israël in opstand.’

Al heel lang stond Moab onder Israëls gezag

en mochten de Moabieten de Israëlitische staatskas spekken.

Nu Achab dood is, ruiken ze de onafhankelijkheid,

en zo begint het in Israël te rommelen.

 

Tot overmaat van ramp valt de nieuwe koning, Achabs zoon Achazja,

uit het raam van zijn paleis.

Geen idee hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen,

maar hij raakt er zwaargewond bij.

Uiteraard krijgt hij de beste behandeling die in Israël beschikbaar is,

toch moet hij vrezen voor zijn leven.

Die val van Achazja is een ongelukkig incident,

maar staat ook voor de situatie waarin Israël zich bevindt:

de gloriejaren zijn voorbij, nu komen de barsten.

De recessie is begonnen – Israël is nu officieel een land in verval.

 

Of Nederland ook een land in verval is, dat weet ik niet,

maar de sfeer is in ieder geval wel heel anders dan een jaar geleden.

Een economische recessie is onafwendbaar,

maar alle spanning van deze coronatijd is misschien nog wel slopender.

Natuurlijk kunnen we de toekomst niet voorspellen,

maar net als in het Israël van Achazja begint de somberheid wel toe te slaan.

Wordt het ooit nog zoals het was?

In zo’n situatie zoek je naar iets om je aan vast te houden,

iets waarmee je de moed er in kunt houden, hoop kunt houden.

En dan is de grote vraag: waar zoek je dat?

 

2.   God niet passeren

Achazja zoekt het bij ene Baäl Zebub, god van de Filistijnse stad Ekron.

Om alle verwarring te voorkomen: deze Baäl Zebub van Ekron

is weer een andere god dan de Baäl die Achab introduceerde –

dat was de Baäl van Sidon…

Een van de nadelen van die buitenlandse goden,

is dat je ze niet overal kunt benaderen.

Als je iets van Baäl Zebub wilt, zul je naar Ekron moeten

Dat is voor Achazja nu niet echt een optie: zelfs liggen doet hem pijn.

Daarom laat hij zijn bedienden bij zijn bed komen.

 

Vanuit zijn bed geeft Achazja zijn orders:

‘jullie weten hoe slecht ik er aan toe ben.’

Intussen zien de bedienden hoe Achazja zich groot probeert te houden,

maar niet kan verbergen dat hij vergaat van de pijn.

‘Ik moet weten of ik het overleef.

Daarom heb ik voor jullie een opdracht:

ga naar Ekron, en raadpleeg daar Baäl Zebub voor mij.

Vertrek direct, en kom zo snel mogelijk terug.

En nu: wegwezen!’

 

De bedienden gaan direct op pad,

maar worden al snel onderschept – door Elia.

Ze worden door Elia tegengehouden en toegesproken.

‘Waar zijn jullie nu helemaal mee bezig?

Jullie gaan naar Ekron om daar een of andere god te raadplegen

alsof Israël zelf geen God heeft!

Dit is de druppel: ga terug naar Achazja,

en zeg hem dat hij zal sterven.’

De bedienden luisteren: ze breken hun missie af

en gaan direct terug naar de koning.

 

‘Alsof Israël zelf geen God heeft’ – dat is een belangrijk zinnetje.

Achazja passeert God.

Het is prima dat Achazja houvast zoekt,

maar hij zoekt het op de verkeerde plek.

Dat brengt mij bij de lastige vraag: wanneer doen wij dat?

Wie zijn onze Baäl Zebubs, die wij om raad vragen in plaats van naar God te gaan?

Wanneer passeren we God in de coronacrisis?

 

In Nederland pakken we die crisis wetenschappelijk aan,

en luisteren we naar wetenschappers als Jaap van Dissel en Maurice de Hond.

Natuurlijk is er discussie over alle maatregelen,

Van Dissel en De Hond verschillen vaak van mening,

maar ook die discussie is wetenschappelijk:

die gaat over wat nu precies de invloed van aerosolen is,

en over wat nu precies het effect van mondkapjes is.

Je zou kunnen denken: de wetenschap is onze Baäl Zebub –

als christen moet je niet luisteren naar de wetenschap, maar naar God.

Maar dát is te kort door de bocht.

 

Je maakt dan een tegenstelling tussen God en de wetenschap,

terwijl wetenschap juist een geschenk van God is.

Maar als je ziek bent,

ben je toch wel erg blij dat diezelfde wetenschap

heeft uitgezocht hoe jij het beste behandeld kunt worden.

En daar mag je God vervolgens voor bedanken!

Je passeert God niet als je serieus neemt wat experts zeggen.

 

Je passeert God wél als je van Jaap van Dissel, of Maurice de Hond,

of wie je favoriete crisisbestrijder ook maar is, een god maakt.

Je passeert God als de wetenschap je houvast wordt.

Als je je hoop stelt op de statistiek:

als de curve maar wordt afgebogen, komt alles goed.

Of op het naleven van de regels:

als iedereen zich daar nou eens strikt aan houdt, dan zijn we er zo vanaf.

Of op het vaccin:

dat zal ons verlossen van dat ellendige virus.

Het gaat om de vraag: waar houdt jij je aan vast,

waar vind jij jouw diepste hoop – bij God of ergens anders?

 

Terug naar Achazja.

Hij is, zacht gezegd, not amused als hij het verhaal van zijn bedienden hoort.

Hij begrijpt direct dat hij met Elia te maken heeft.

Hij heeft zijn ouders, Achab en Izebel,

vaak genoeg horen schelden op deze profeet.

En nu gaat diezelfde Elia ook hém het leven zuur maken?

Dat dacht Achazja niet!

Wij kennen de uitdrukking don’t shoot the messenger,

maar dat is precies wat Achazja wel wil doen:

de boodschapper uitschakelen.

 

Achazja pakt het groots aan:

hij stuurt een heel regiment soldaten op Elia af.

Hij schiet met het spreekwoordelijke kanon op een mug.

Achazja wil zich overduidelijk laten gelden:

‘Elia, jij moet goed begrijpen dat ík hier de baas ben.’

Zodra het arrestatieteam Elia gelokaliseerd heeft,

slaat de bevelhebber dezelfde toon aan:

‘Godsman, de koning beveelt u onmiddellijk mee te komen.’

 

Maar Elia neemt geen bevelen van de koning aan.

In plaats daarvan reageert God met vuur uit de hemel,

en zo wordt deze missie ook direct de laatste missie van deze soldaten.

Achazja wordt alleen maar bozer, en stuurt een tweede regiment,

dat op dezelfde manier aan zijn einde komt.

Dan maar een derde regiment – want Elia mág niet wegkomen.

De commandant van het derde regiment is verstandiger.

Hij heeft door dat Achazja wel van alles kan willen,

maar dat niet Achazja maar Gód de baas is.

En dan, op bevel van God, gaat Elia eindelijk mee.

Zo laat God zien dat híj God is.

Achazja kan denken dat hij wel om God heen kan,

maar daar denkt God anders over: Gód heeft het laatste woord.

 

God wil niet dat je hem passeert.

Toch dwingt God dat bij ons niet af – wat hij bij Achazja wel deed.

Ik moest bij dit verhaal over een heel leger dat Elia moet arresteren

denken aan het verhaal van de arrestatie van Jezus.

Ook Jezus had machtige mensen boos gemaakt,

en ook op Jezus werd een zwaarbewapend leger afgestuurd.

Met het verhaal van Elia in je achterhoofd

zou je denken: maar dat laat God natuurlijk niet gebeuren,

nu moet er vuur uit de hemel komen!

Maar er komt geen vuur.

Als Jezus’ leerlingen dan maar voor hem willen gaan vechten,

antwoordt Jezus: ‘weet je niet dat ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen

en dat hij mij dan onmiddellijk

meer dan 12 legioenen engelen ter beschikking zou stellen?’

Maar Jezus kíest ervoor zich over te geven,

kiest ervoor zich te laten passeren.

Want hij wil dat je voor hem kiest,

niet omdat je daartoe gedwongen wordt,

maar omdat je gelooft dat Jezus je liefde waard is.

 

Je kunt God passeren –

maar weet wel dat je dan de bron van leven passeert!

Dat merkt Achazja ook.

Hij wilde weten of hij zijn val zou overleven.

Van God krijgt hij antwoord: nee, het wordt je dood.

Achazja ondergaat het gelaten – hij reageert niet eens.

Toen zijn vader Achab een vergelijkbare mededeling te horen kreeg,

smeekte hij God om genade – maar Achazja gaat nog liever dood.

Hij krijgt het zoals hij het wil.

 

Dat wil niet zeggen dat als je God in de coronacrisis passeert,

en je houvast volledig in de wetenschap zoekt,

dat het dan ook direct je dood wordt.

Zo werkt het -gelukkig!- niet.

Maar je maakt het jezelf wel onnodig moeilijk.

Waarom zou je ál je vertrouwen op wetenschappers stellen,

die het onderling niet eens altijd met elkaar eens zijn,

en waarmee we corona tot nog toe niet onder controle hebben gekregen?

Waarom zou je daar je houvast zoeken, je ultieme hoop,

als je het ook bij God kunt krijgen,

en bij God wél vindt waar je naar zoekt?

Als je al je hoop op de wetenschap vestigt,

dan moet je nog maar afwachten wat het oplevert,

en kun je zomaar in de greep van de angst terecht komen.

Als christen mag je altijd, maar júist ook in deze tijd,

leven vanuit hoop, omdat Jezus de bron van leven is.

 

3.   Ga naar God

De conclusie lijkt me een inkoppertje:

passeer God niet – zoek je houvast juist bij hem.

En daarmee bedoel ik dus niet dat christenen kritisch zijn op alle maatregelen.

Nee: alle Nederlanders lopen daar al op te mopperen,

we vertrouwen onszelf nóg meer dan we Jaap van Dissel vertrouwen,

en als christen maak je niet echt het verschil

door óók voor je eigen belangen op te komen.

 

Wat dan wel?

In ieder geval: God niet buiten beschouwing laten.

Doe niet alsof het twee aparte werelden zijn,

de wereld van God en de wereld van de coronacrisis.

God is Gód – dus betrek hem!

En zoek dan: waar is God in deze crisis,

wat wil God in deze tijd van jou,

en hoe kun jij in deze tijd hoop doorgeven?

 

God niet passeren begint met tijd voor God nemen.

Want waar je je tijd in stopt, laat vaak zien waar je op vertrouwt.

Als je elke dag de laatste cijfers móet zien,

zou het zomaar kunnen dat die cijfers te belangrijk voor je zijn.

Grijp eens wat vaker naar de bijbel, in plaats van naar het nieuws.

Eén maal daags het laatste coronanieuws is echt wel genoeg.

Want in het nieuws is geen houvast te vinden.

Bij God wel!

Amen.

2 Koningen 1 - GEPASSEERD

Inleiding

Stel je voor: jij bent de beste componist van Nederland.

Iedereen, maar dan ook echt iedereen, kent jouw muziek:

van vroeg tot laat zijn jouw liedjes op de radio te horen

en in sommige steden speelt de stadsbeiaardier ze zelfs op het carillon.

Je schrijft niet alleen muziek waar het publiek mee wegloopt,

ook jouw vakgenoten zijn lovend over jouw muzikaal talent.

Niemand twijfelt eraan: jij bent de beste.

 

En stel je voor:

de gemeente Zaanstad heeft bedacht

dat een stad als Zaanstad een echt stadslied verdient.

Het moet een verbindend lied worden,

want ons stadsbestuur wil graag verbinding,

het moet stijl hebben, maar ook door iedereen gezongen kunnen worden.

En jij weet direct: dit is helemaal míjn opdracht.

Dus stuur je de verantwoordelijk wethouder een berichtje

dat jij beschikbaar bent voor deze klus.

 

Maar je krijgt maar geen reactie…

In de media klaagt de gemeente wel dat er niemand te vinden is

die het nieuwe stadslied wil componeren,

en doet de gemeente een dringend beroep

op al haar inwoners die ook maar een beetje muzikaal zijn.

Via jouw contacten in de muziekwereld

hoor je dat al jouw vakgenoten ook een brief hebben gekregen

met de vraag of ze willen meewerken.

Intussen doet de gemeente alsof jij niet bestaat.

Dan voel je je gepasseerd!

 

Gepasseerd – dat is vandaag het thema.

Want in het bijbelverhaal van vandaag, 2 Koningen 1,

gaat het ook over gepasseerd worden.

God zelf wordt gepasseerd – en dat is misschien wel het domste wat je kunt doen.

We gaan het lezen: 2 Koningen 1.

 

1.   Verval

Afgelopen weken heb ik het al vaker over Elia gehad.

Tot nog toe was koning Achab zijn tegenspeler.

Maar Achab leeft niet meer.

Elia had, nadat Achab zich de wijngaard van Nabot had toegeëigend,

al aangekondigd dat Achab een roemloze dood zou sterven,

en zo is het gegaan.

In een oorlog met Aram wordt Achab getroffen door een verdwaalde pijl

en daar houdt zijn leven op.

 

Daar begint ook het verval van Israël.

Want hoe kritisch de bijbel ook is op koning Achab

-Achab is de koning die afgod Baäl in Israël introduceerde-

politiek gezien en economisch gezien deed Achab het best goed.

Maar nu Achab dood is, ontstaan de eerste barsten.

Ons verhaal begint ermee:

‘na de dood van Achab kwam Moab tegen Israël in opstand.’

Al heel lang stond Moab onder Israëls gezag

en mochten de Moabieten de Israëlitische staatskas spekken.

Nu Achab dood is, ruiken ze de onafhankelijkheid,

en zo begint het in Israël te rommelen.

 

Tot overmaat van ramp valt de nieuwe koning, Achabs zoon Achazja,

uit het raam van zijn paleis.

Geen idee hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen,

maar hij raakt er zwaargewond bij.

Uiteraard krijgt hij de beste behandeling die in Israël beschikbaar is,

toch moet hij vrezen voor zijn leven.

Die val van Achazja is een ongelukkig incident,

maar staat ook voor de situatie waarin Israël zich bevindt:

de gloriejaren zijn voorbij, nu komen de barsten.

De recessie is begonnen – Israël is nu officieel een land in verval.

 

Of Nederland ook een land in verval is, dat weet ik niet,

maar de sfeer is in ieder geval wel heel anders dan een jaar geleden.

Een economische recessie is onafwendbaar,

maar alle spanning van deze coronatijd is misschien nog wel slopender.

Natuurlijk kunnen we de toekomst niet voorspellen,

maar net als in het Israël van Achazja begint de somberheid wel toe te slaan.

Wordt het ooit nog zoals het was?

In zo’n situatie zoek je naar iets om je aan vast te houden,

iets waarmee je de moed er in kunt houden, hoop kunt houden.

En dan is de grote vraag: waar zoek je dat?

 

2.   God niet passeren

Achazja zoekt het bij ene Baäl Zebub, god van de Filistijnse stad Ekron.

Om alle verwarring te voorkomen: deze Baäl Zebub van Ekron

is weer een andere god dan de Baäl die Achab introduceerde –

dat was de Baäl van Sidon…

Een van de nadelen van die buitenlandse goden,

is dat je ze niet overal kunt benaderen.

Als je iets van Baäl Zebub wilt, zul je naar Ekron moeten

Dat is voor Achazja nu niet echt een optie: zelfs liggen doet hem pijn.

Daarom laat hij zijn bedienden bij zijn bed komen.

 

Vanuit zijn bed geeft Achazja zijn orders:

‘jullie weten hoe slecht ik er aan toe ben.’

Intussen zien de bedienden hoe Achazja zich groot probeert te houden,

maar niet kan verbergen dat hij vergaat van de pijn.

‘Ik moet weten of ik het overleef.

Daarom heb ik voor jullie een opdracht:

ga naar Ekron, en raadpleeg daar Baäl Zebub voor mij.

Vertrek direct, en kom zo snel mogelijk terug.

En nu: wegwezen!’

 

De bedienden gaan direct op pad,

maar worden al snel onderschept – door Elia.

Ze worden door Elia tegengehouden en toegesproken.

‘Waar zijn jullie nu helemaal mee bezig?

Jullie gaan naar Ekron om daar een of andere god te raadplegen

alsof Israël zelf geen God heeft!

Dit is de druppel: ga terug naar Achazja,

en zeg hem dat hij zal sterven.’

De bedienden luisteren: ze breken hun missie af

en gaan direct terug naar de koning.

 

‘Alsof Israël zelf geen God heeft’ – dat is een belangrijk zinnetje.

Achazja passeert God.

Het is prima dat Achazja houvast zoekt,

maar hij zoekt het op de verkeerde plek.

Dat brengt mij bij de lastige vraag: wanneer doen wij dat?

Wie zijn onze Baäl Zebubs, die wij om raad vragen in plaats van naar God te gaan?

Wanneer passeren we God in de coronacrisis?

 

In Nederland pakken we die crisis wetenschappelijk aan,

en luisteren we naar wetenschappers als Jaap van Dissel en Maurice de Hond.

Natuurlijk is er discussie over alle maatregelen,

Van Dissel en De Hond verschillen vaak van mening,

maar ook die discussie is wetenschappelijk:

die gaat over wat nu precies de invloed van aerosolen is,

en over wat nu precies het effect van mondkapjes is.

Je zou kunnen denken: de wetenschap is onze Baäl Zebub –

als christen moet je niet luisteren naar de wetenschap, maar naar God.

Maar dát is te kort door de bocht.

 

Je maakt dan een tegenstelling tussen God en de wetenschap,

terwijl wetenschap juist een geschenk van God is.

Maar als je ziek bent,

ben je toch wel erg blij dat diezelfde wetenschap

heeft uitgezocht hoe jij het beste behandeld kunt worden.

En daar mag je God vervolgens voor bedanken!

Je passeert God niet als je serieus neemt wat experts zeggen.

 

Je passeert God wél als je van Jaap van Dissel, of Maurice de Hond,

of wie je favoriete crisisbestrijder ook maar is, een god maakt.

Je passeert God als de wetenschap je houvast wordt.

Als je je hoop stelt op de statistiek:

als de curve maar wordt afgebogen, komt alles goed.

Of op het naleven van de regels:

als iedereen zich daar nou eens strikt aan houdt, dan zijn we er zo vanaf.

Of op het vaccin:

dat zal ons verlossen van dat ellendige virus.

Het gaat om de vraag: waar houdt jij je aan vast,

waar vind jij jouw diepste hoop – bij God of ergens anders?

 

Terug naar Achazja.

Hij is, zacht gezegd, not amused als hij het verhaal van zijn bedienden hoort.

Hij begrijpt direct dat hij met Elia te maken heeft.

Hij heeft zijn ouders, Achab en Izebel,

vaak genoeg horen schelden op deze profeet.

En nu gaat diezelfde Elia ook hém het leven zuur maken?

Dat dacht Achazja niet!

Wij kennen de uitdrukking don’t shoot the messenger,

maar dat is precies wat Achazja wel wil doen:

de boodschapper uitschakelen.

 

Achazja pakt het groots aan:

hij stuurt een heel regiment soldaten op Elia af.

Hij schiet met het spreekwoordelijke kanon op een mug.

Achazja wil zich overduidelijk laten gelden:

‘Elia, jij moet goed begrijpen dat ík hier de baas ben.’

Zodra het arrestatieteam Elia gelokaliseerd heeft,

slaat de bevelhebber dezelfde toon aan:

‘Godsman, de koning beveelt u onmiddellijk mee te komen.’

 

Maar Elia neemt geen bevelen van de koning aan.

In plaats daarvan reageert God met vuur uit de hemel,

en zo wordt deze missie ook direct de laatste missie van deze soldaten.

Achazja wordt alleen maar bozer, en stuurt een tweede regiment,

dat op dezelfde manier aan zijn einde komt.

Dan maar een derde regiment – want Elia mág niet wegkomen.

De commandant van het derde regiment is verstandiger.

Hij heeft door dat Achazja wel van alles kan willen,

maar dat niet Achazja maar Gód de baas is.

En dan, op bevel van God, gaat Elia eindelijk mee.

Zo laat God zien dat híj God is.

Achazja kan denken dat hij wel om God heen kan,

maar daar denkt God anders over: Gód heeft het laatste woord.

 

God wil niet dat je hem passeert.

Toch dwingt God dat bij ons niet af – wat hij bij Achazja wel deed.

Ik moest bij dit verhaal over een heel leger dat Elia moet arresteren

denken aan het verhaal van de arrestatie van Jezus.

Ook Jezus had machtige mensen boos gemaakt,

en ook op Jezus werd een zwaarbewapend leger afgestuurd.

Met het verhaal van Elia in je achterhoofd

zou je denken: maar dat laat God natuurlijk niet gebeuren,

nu moet er vuur uit de hemel komen!

Maar er komt geen vuur.

Als Jezus’ leerlingen dan maar voor hem willen gaan vechten,

antwoordt Jezus: ‘weet je niet dat ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen

en dat hij mij dan onmiddellijk

meer dan 12 legioenen engelen ter beschikking zou stellen?’

Maar Jezus kíest ervoor zich over te geven,

kiest ervoor zich te laten passeren.

Want hij wil dat je voor hem kiest,

niet omdat je daartoe gedwongen wordt,

maar omdat je gelooft dat Jezus je liefde waard is.

 

Je kunt God passeren –

maar weet wel dat je dan de bron van leven passeert!

Dat merkt Achazja ook.

Hij wilde weten of hij zijn val zou overleven.

Van God krijgt hij antwoord: nee, het wordt je dood.

Achazja ondergaat het gelaten – hij reageert niet eens.

Toen zijn vader Achab een vergelijkbare mededeling te horen kreeg,

smeekte hij God om genade – maar Achazja gaat nog liever dood.

Hij krijgt het zoals hij het wil.

 

Dat wil niet zeggen dat als je God in de coronacrisis passeert,

en je houvast volledig in de wetenschap zoekt,

dat het dan ook direct je dood wordt.

Zo werkt het -gelukkig!- niet.

Maar je maakt het jezelf wel onnodig moeilijk.

Waarom zou je ál je vertrouwen op wetenschappers stellen,

die het onderling niet eens altijd met elkaar eens zijn,

en waarmee we corona tot nog toe niet onder controle hebben gekregen?

Waarom zou je daar je houvast zoeken, je ultieme hoop,

als je het ook bij God kunt krijgen,

en bij God wél vindt waar je naar zoekt?

Als je al je hoop op de wetenschap vestigt,

dan moet je nog maar afwachten wat het oplevert,

en kun je zomaar in de greep van de angst terecht komen.

Als christen mag je altijd, maar júist ook in deze tijd,

leven vanuit hoop, omdat Jezus de bron van leven is.

 

3.   Ga naar God

De conclusie lijkt me een inkoppertje:

passeer God niet – zoek je houvast juist bij hem.

En daarmee bedoel ik dus niet dat christenen kritisch zijn op alle maatregelen.

Nee: alle Nederlanders lopen daar al op te mopperen,

we vertrouwen onszelf nóg meer dan we Jaap van Dissel vertrouwen,

en als christen maak je niet echt het verschil

door óók voor je eigen belangen op te komen.

 

Wat dan wel?

In ieder geval: God niet buiten beschouwing laten.

Doe niet alsof het twee aparte werelden zijn,

de wereld van God en de wereld van de coronacrisis.

God is Gód – dus betrek hem!

En zoek dan: waar is God in deze crisis,

wat wil God in deze tijd van jou,

en hoe kun jij in deze tijd hoop doorgeven?

 

God niet passeren begint met tijd voor God nemen.

Want waar je je tijd in stopt, laat vaak zien waar je op vertrouwt.

Als je elke dag de laatste cijfers móet zien,

zou het zomaar kunnen dat die cijfers te belangrijk voor je zijn.

Grijp eens wat vaker naar de bijbel, in plaats van naar het nieuws.

Eén maal daags het laatste coronanieuws is echt wel genoeg.

Want in het nieuws is geen houvast te vinden.

Bij God wel!

Amen.