Preek - 2 Koningen 2 - DE OPVOLGER

Inleiding

Al 2 maanden neem ik jullie mee in het verhaal van Elia.

Elia was een belangrijke profeet,

misschien wel de belangrijkste profeet die Israël ooit gehad heeft.

Maar zelfs voor de belangrijkste profeten is het een keer afgelopen,

en hoe kun je ooit iemand als Elia opvolgen?!

 

Sommige mensen zijn gewoon heel moeilijk om op te volgen!

Barack Obama bijvoorbeeld: ik heb nog altijd heimwee naar hem als president.

Voordeeltje is dan wel weer dat Donald Trump vrij makkelijk op te volgen is:

zijn opvolger zal het al snel beter doen…

Tot zover de Amerikaanse politiek voor vandaag.

Door naar de Nederlandse:

ik denk dat Geert Wilders óók heel moeilijk op te volgen is.

De PVV hangt zo sterk aan hem als persoon,

dat de hele partij in elkaar stort als hij opstapt.

 

Of wat denk je van Max Verstappen?

Hij heeft Nederland aan de Formule-1 gekregen.

Maar als hij stopt – waar ga je dan weer zo’n racetalent vinden?

Of Duncan Laurence.

Ik hoor je denken: wie was dat ook alweer?

Ik zal je even helpen: hij won voor Nederland het laatste Eurovisie Songfestival.

Wat ook alweer anderhalf jaar geleden is.

Maar als je hem mag opvolgen, wat best een eer is,

doe je het al snel slechter…

 

Elia hoort ook in dat lijstje

van mensen die heel moeilijk op te volgen zijn.

En Jezus kun je daar ook gerust aan toevoegen.

Dat klinkt misschien gek, Jezus heeft toch geen opvolger?,

maar in zekere zin is iedereen die leerling van Jezus is,

ook een opvolger van hem:

zij gaan verder met het werk dat door Jezus is begonnen.

Maar hoe kun je dat ooit doen?

Over dat soort vragen gaat het in het laatste verhaal over Elia: 2 Koningen 2.

 

1.   Onmisbaar?

We zien hier 2 mannen, Elia en Elisa.

Ze zijn op reis.

Van Gilgal naar Betel naar Jericho tot over de Jordaan.

Voor Elia is het zijn laatste reis: zijn einde nadert, en beiden weten dat.

Daar gaan ze. Elia is zwijgzaam.

Dat Elisa hem deze laatste reis vergezelt – voor Elia hoefde het niet zo nodig.

Hij was altijd al een einzelgänger,

en vindt het prima om ook deze laatste reis alleen te maken.

Maar Elisa had erop gestaan.

Elisa is bang – bang voor de tijd zonder Elia.

Als je het aan Elisa vraagt, is Elia onmisbaar.

Wie komt er in Israël nog voor Gods naam op als Elia er niet meer is?

Maar Elisa is niet alleen bang voor Israël,

hij is ook bang voor zichzelf: hoe moet het met hem zonder Elia?

Elia was een vader voor hem geworden,

hij kán Elia helemaal niet loslaten!

Onderweg komen de 2 groepen profeten tegen,

die vertellen dat Elia vandaag zal worden weggenomen –

of Elisa dat wel weet?

En óf Elisa dat weet: ‘praat me er niet over.’

Die hele weg hangt er een zware mist in zijn hoofd,

elke stap naar het einde wordt zwaarder.

 

Waar de reis hen zal brengen weet Elisa niet.

Hij volgt Elia maar gewoon.

Op zijn beurt volgt Elia de stem van God,

die na elke etappe nieuwe instructies geeft.

Hoe verder ze komen, hoe duidelijker het plan wordt.

Het maakt Elisa er niet geruster op.

Natuurlijk kent Elisa zijn vaderlandse geschiedenis,

en de route die ze lopen doet hem denken aan de route die Jozua nam

toen de Israëlieten na 40 jaar in de woestijn het beloofde land innamen.

Maar nu lopen ze de route andersom – het beloofde land uit!

Het maakt Elisa nog banger: was dit het dan,

trekt God zich met Elia terug uit Israël?

 

Zo loopt Elisa te piekeren, tot het plotseling zo ver is.

Elisa had gehoopt Elia op zijn sterfbed tot steun te kunnen zijn.

Maar het gaat heel anders:

er komt een vurige, hemelse koets voorgereden.

Elia stapt in, en daar gaat Israëls grootste profeet.

Elisa staart hem na.

Hij wist dat Elia een groot profeet was,

iemand die heel moeilijk op te volgen zou zijn,

maar zó groot – dat had zelfs Elisa niet vermoed.

De eer om niet te sterven, maar rechtstreeks naar God te gaan,

was tot nog toe slechts 1 mens ten deel gevallen:

Henoch, die nog voor Noach leefde.

Het dringt met nog meer kracht tot Elisa door:

Elia was de grootste profeet die Israël gekend heeft!

Hoe moet het nu verder?

 

In dit verhaal over het vertrek en de opvolging van Elia

zitten allerlei parallellen met het verhaal van Jezus.

De leerlingen van Jezus zijn er, net als Elisa,

helemaal niet klaar voor dat Jezus gaat.

Sterker nog: ze lijken er niet eens rekening mee te houden.

Waar Elisa bedrukt zijn meester volgt op zijn laatste reis,

zitten Jezus’ leerlingen in een overwinningsroes:

Jezus is opgestaan – nú gaat het gebeuren!

In Handelingen 1 nog, direct voor Jezus’ hemelvaart,

vragen ze: ‘gaat u nu dan het koningschap over Israël herstellen?’

Jezus reageert met een opdracht:

‘getuig van mij, overal, tot aan de uiteinden van de aarde.’

En dan is het ook voor Jezus tijd.

Jezus hoeft niet wéér te sterven,

hij voegt zich in het gezelschap van Henoch en Elia.

Voor Jezus geen hemelse koets –

hij wordt ‘gewoon’ omhoog geheven,

tot een wolk hem aan het zicht onttrekt.

De leerlingen staren hem, net als Elisa, verbijsterd na.

 

Jezus is weg!

En nu moeten zij verder met waar Jezus mee begonnen is?

Met getuigen van Jezus, met leerlingen maken,

met bouwen aan Gods koninkrijk?

Hoe dan?!

Jezus kun je toch niet opvolgen?

Zelfs Elia is vergeleken bij Jezus maar een simpele profeet!

Wat moeten de leerlingen? Wat moeten wij?

Hoe kunnen we in Jezus’ spoor gaan,

terwijl hij van de aardbodem verdwenen is?

 

2.   De opvolger

Toch is dat precies de bedoeling!

Elisa moet Elia opvolgen.

De leerlingen moeten Jezus opvolgen.

En álle christen van nu staan op de schouders van die leerlingen,

volgen op hun beurt ook weer Jezus op.

Maar niet zonder dat ze ervoor worden klaargemaakt!

Een combinatie van 2 dingen maakt de opvolgers geschikt:

1 is een training, 2 is de Geest.

 

Eerst: training.

Van alleen maar bakboeken lezen, win je Heel Holland Bakt niet.

Je kunt nog geen gitaar spelen als je alle muziektheorie kent.

Daarvoor moet je gewoon oefenen,

het liefst onder begeleiding van iemand die al wat meer ervaring heeft,

en jou op het goede spoor kan zetten.

Ik leer programmeren – daar merk ik precies hetzelfde.

Als ik dat wil leren, moet ik meer doen dan de theorie kennen:

ik moet er gewoon meters in maken –

en ik ben blij dat ik dat in een soort meeloopstage mag doen!

 

Elisa heeft ook zo’n meeloopstage gehad.

Het is niet zo dat Elisa Elia van de ene op de andere dag moet opvolgen:

daar werd al jaren aan gewerkt.

In 1 Koningen 19, na de burn-out van Elia, komt Elisa al in beeld.

Hoe die training van Elisa ging, daar weten we helaas niets over.

Na 1 Koningen 19 lijkt Elisa weer uit beeld,

kom je Elia wel tegen, maar lees je nergens dat Elisa erbij was.

Toch is Elisa intensief met Elia opgetrokken.

Elia is voor Elisa als een vader geworden,

dat roept Elisa hem na: ‘vader, vader.’

Elisa had zijn familie achtergelaten om Elia door Elia getraind te worden.

 

Bij de leerlingen van Jezus ging het net zo,

met dit verschil dat we over die training veel meer weten.

Ook deze leerlingen lieten alles uit hun handen vallen om Jezus te volgen.

3 Jaar ontvingen ze hun training van Jezus.

Ze zaten ademloos naar Jezus te luisteren,

keken hun ogen uit bij de wonderen die hij deed,

maar werden ook zelf aan het werk gezet.

Bijvoorbeeld in Lucas 9: daar stuurt Jezus zijn leerlingen er op uit

‘om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen.’

Ze hebben het Jezus al zo vaak zien doen,

nu wordt het tijd om zelf te oefenen.

Zo traint Jezus zijn leerlingen om hem op te volgen.

 

Jezus volgen, bouwen aan zijn koninkrijk,

is net als meesterbakker worden in Heel Holland Bakt:

dat lukt je niet met alleen theorie.

Om leerling van Jezus te zijn, verder te gaan in zijn spoor,

is er meer nodig dan elke zondag een preek te luisteren.

Aangezien preken schrijven mijn brood is,

heb ik er natuurlijk geen enkel belang bij dat te zeggen,

dus des te meer reden mij te geloven. ????

Niet om preken en kerkdiensten af te kraken,

maar een preek blijft een verhaal van mij, blijft theorie,

en daar hoort praktijk bij: oefenen in hoe je Jezus volgt.

 

Natuurlijk kun je dat zelf gewoon proberen,

om in de praktijk te brengen wat je in de theorie hebt gevonden,

maar het wordt nog veel krachtiger als we elkaar daarbij helpen,

als we een voorbeeld aan elkaar kunnen nemen.

En zo gaat het natuurlijk ook:

er zijn zeker christenen die door een preek tot geloof zijn gekomen,

maar ik denk dat er nog veel meer christenen zijn

die in Jezus zijn gaan geloven door het voorbeeld van andere christenen.

Zo ging het bij mij in ieder geval wel:

christenen om mij heen aan wie ik me kon optrekken

hebben mij geholpen om ook zelf voor Jezus te kiezen.

Je hebt voorbeelden nodig, die je helpen om geloof in de praktijk te brengen,

om met die opdracht van Jezus, getuigen, bezig te kunnen.

 

Dus 1 is training, 2 is de Geest.

Dat is minder grijpbaar, maar nog veel belangrijker!

De Geest maakt het verschil of je een goede opvolger kunt zijn in Gods koninkrijk.

Dat weet Elisa ook:

Elia was zonder meer een inspirerend figuur,

een markante man met een bijzondere persoonlijkheid,

maar wat Elia écht bijzonder maakte,

was dat Elia de Geest van God had.

 

Als Elia vlak voor zijn vertrek vraagt of hij nog iets voor Elisa kan betekenen

hoeft Elisa niet lang na te denken.

Elisa kan pas een volwaardig opvolger van Elia zijn

als hij diezelfde Geest als Elia heeft.

Dus vraagt hij: ‘laat mij dubbel in uw geest delen.’

Dan denk je misschien dat Elisa boven Elia uit wil groeien,

een twee keer zo grote profeet als Elia wil zijn,

en dat is wel erg onbescheiden en ambitieus.

Maar Elisa vraagt een ‘dubbel deel’ – een term uit het erfrecht.

Als in Israël een vader stierf, werd zijn bezit onder zijn zonen verdeeld.

De oudste kreeg een dubbel deel.

Dus stel, een vader had 3 zonen, dan werd zijn bezit in vieren gedeeld,

kreeg de oudste daar 2 delen van, en de beide anderen 1 deel.

Als dochter kreeg je niets, maar je broers, zeker de oudste,

moesten met hun erfenis ook voor jou zorgen.

Als Elisa vraagt om een dubbel deel,

dan vraagt Elisa: ‘Elia, laat mij uw erfgenaam zijn.

U bent mijn geestelijk vader geworden,

laat mij dan ook uw geest als erfenis krijgen.’

 

Die had Elia niet verwacht,

maar hij is wel trots op zijn leerling, zijn geestelijk zoon.

‘Daar vraag je nogal wat, zoon.

Ik zou het je graag willen geven, maar ik ga er niet over, het is aan God!

Als God jou laat zien hoe ik ga,

is dat het teken dat hij jou zijn Geest geeft.’

En zo gebeurt het.

 

Elia laat zijn opvolger als erfenis zijn geest na.

Jezus doet dat ook!

Vlak voor zijn vertrek geeft hij niet alleen die opdracht

om in zijn spoor verder te gaan,

hij geeft er ook een belofte bij:

‘de heilige Geest zal over jullie komen.’

Die Geest gaat mee, van generatie op generatie,

en stelt ook jou in staat een getuige van Jezus te zijn,

een voorbeeld voor anderen.

Dat heeft Jezus beloofd!

 

3.   Geestelijke ouders

Ik vind dat mooi: God gaat door!

Hij zorgt ervoor dat er altijd weer nieuwe mensen klaar staan

om in het spoor van Jezus verder te gaan.

 

Maar het is ook een opdracht: train elkaar in hoe je Jezus volgt.

Voor Elisa werd Elia een vader.

Wat is het mooi als dat ook in de kerk gebeurt:

dat je er geestelijke ouders kunt vinden,

die jou meenemen in hoe zij leerling van Jezus zijn,

die een inspirerend voorbeeld voor je zijn.

Trouwens, die ouders hebben op hun beurt ook weer ouders,

en leren ook weer van hun kinderen.

De kerk moet nog veel een meer geestelijke familie worden:

een plek waar je geestelijke ouders vindt, en er zelf ook weer een wordt,

een plek waar we elkaar helpen de opdracht van Jezus te omarmen.

Denk er eens over na: wie is een geloofsvoorbeeld voor jou?

Wat heb je van haar of hem geleerd?

En wat zou jij graag willen doorgeven, wat is jouw geestelijke erfenis?

 

Train elkaar – en ga dan aan de slag.

Net als Elisa en Jezus’ leerlingen denken we vaak te klein over onszelf als opvolger.

Als het ons ligt zijn we nooit klaar voor de taak die God geeft.

Maar het ligt niet aan ons: God geeft zijn Geest,

dus pak je taak in Gods koninkrijk op!

Amen.

2 Koningen 2 - DE OPVOLGER

Inleiding

Al 2 maanden neem ik jullie mee in het verhaal van Elia.

Elia was een belangrijke profeet,

misschien wel de belangrijkste profeet die Israël ooit gehad heeft.

Maar zelfs voor de belangrijkste profeten is het een keer afgelopen,

en hoe kun je ooit iemand als Elia opvolgen?!

 

Sommige mensen zijn gewoon heel moeilijk om op te volgen!

Barack Obama bijvoorbeeld: ik heb nog altijd heimwee naar hem als president.

Voordeeltje is dan wel weer dat Donald Trump vrij makkelijk op te volgen is:

zijn opvolger zal het al snel beter doen…

Tot zover de Amerikaanse politiek voor vandaag.

Door naar de Nederlandse:

ik denk dat Geert Wilders óók heel moeilijk op te volgen is.

De PVV hangt zo sterk aan hem als persoon,

dat de hele partij in elkaar stort als hij opstapt.

 

Of wat denk je van Max Verstappen?

Hij heeft Nederland aan de Formule-1 gekregen.

Maar als hij stopt – waar ga je dan weer zo’n racetalent vinden?

Of Duncan Laurence.

Ik hoor je denken: wie was dat ook alweer?

Ik zal je even helpen: hij won voor Nederland het laatste Eurovisie Songfestival.

Wat ook alweer anderhalf jaar geleden is.

Maar als je hem mag opvolgen, wat best een eer is,

doe je het al snel slechter…

 

Elia hoort ook in dat lijstje

van mensen die heel moeilijk op te volgen zijn.

En Jezus kun je daar ook gerust aan toevoegen.

Dat klinkt misschien gek, Jezus heeft toch geen opvolger?,

maar in zekere zin is iedereen die leerling van Jezus is,

ook een opvolger van hem:

zij gaan verder met het werk dat door Jezus is begonnen.

Maar hoe kun je dat ooit doen?

Over dat soort vragen gaat het in het laatste verhaal over Elia: 2 Koningen 2.

 

1.   Onmisbaar?

We zien hier 2 mannen, Elia en Elisa.

Ze zijn op reis.

Van Gilgal naar Betel naar Jericho tot over de Jordaan.

Voor Elia is het zijn laatste reis: zijn einde nadert, en beiden weten dat.

Daar gaan ze. Elia is zwijgzaam.

Dat Elisa hem deze laatste reis vergezelt – voor Elia hoefde het niet zo nodig.

Hij was altijd al een einzelgänger,

en vindt het prima om ook deze laatste reis alleen te maken.

Maar Elisa had erop gestaan.

Elisa is bang – bang voor de tijd zonder Elia.

Als je het aan Elisa vraagt, is Elia onmisbaar.

Wie komt er in Israël nog voor Gods naam op als Elia er niet meer is?

Maar Elisa is niet alleen bang voor Israël,

hij is ook bang voor zichzelf: hoe moet het met hem zonder Elia?

Elia was een vader voor hem geworden,

hij kán Elia helemaal niet loslaten!

Onderweg komen de 2 groepen profeten tegen,

die vertellen dat Elia vandaag zal worden weggenomen –

of Elisa dat wel weet?

En óf Elisa dat weet: ‘praat me er niet over.’

Die hele weg hangt er een zware mist in zijn hoofd,

elke stap naar het einde wordt zwaarder.

 

Waar de reis hen zal brengen weet Elisa niet.

Hij volgt Elia maar gewoon.

Op zijn beurt volgt Elia de stem van God,

die na elke etappe nieuwe instructies geeft.

Hoe verder ze komen, hoe duidelijker het plan wordt.

Het maakt Elisa er niet geruster op.

Natuurlijk kent Elisa zijn vaderlandse geschiedenis,

en de route die ze lopen doet hem denken aan de route die Jozua nam

toen de Israëlieten na 40 jaar in de woestijn het beloofde land innamen.

Maar nu lopen ze de route andersom – het beloofde land uit!

Het maakt Elisa nog banger: was dit het dan,

trekt God zich met Elia terug uit Israël?

 

Zo loopt Elisa te piekeren, tot het plotseling zo ver is.

Elisa had gehoopt Elia op zijn sterfbed tot steun te kunnen zijn.

Maar het gaat heel anders:

er komt een vurige, hemelse koets voorgereden.

Elia stapt in, en daar gaat Israëls grootste profeet.

Elisa staart hem na.

Hij wist dat Elia een groot profeet was,

iemand die heel moeilijk op te volgen zou zijn,

maar zó groot – dat had zelfs Elisa niet vermoed.

De eer om niet te sterven, maar rechtstreeks naar God te gaan,

was tot nog toe slechts 1 mens ten deel gevallen:

Henoch, die nog voor Noach leefde.

Het dringt met nog meer kracht tot Elisa door:

Elia was de grootste profeet die Israël gekend heeft!

Hoe moet het nu verder?

 

In dit verhaal over het vertrek en de opvolging van Elia

zitten allerlei parallellen met het verhaal van Jezus.

De leerlingen van Jezus zijn er, net als Elisa,

helemaal niet klaar voor dat Jezus gaat.

Sterker nog: ze lijken er niet eens rekening mee te houden.

Waar Elisa bedrukt zijn meester volgt op zijn laatste reis,

zitten Jezus’ leerlingen in een overwinningsroes:

Jezus is opgestaan – nú gaat het gebeuren!

In Handelingen 1 nog, direct voor Jezus’ hemelvaart,

vragen ze: ‘gaat u nu dan het koningschap over Israël herstellen?’

Jezus reageert met een opdracht:

‘getuig van mij, overal, tot aan de uiteinden van de aarde.’

En dan is het ook voor Jezus tijd.

Jezus hoeft niet wéér te sterven,

hij voegt zich in het gezelschap van Henoch en Elia.

Voor Jezus geen hemelse koets –

hij wordt ‘gewoon’ omhoog geheven,

tot een wolk hem aan het zicht onttrekt.

De leerlingen staren hem, net als Elisa, verbijsterd na.

 

Jezus is weg!

En nu moeten zij verder met waar Jezus mee begonnen is?

Met getuigen van Jezus, met leerlingen maken,

met bouwen aan Gods koninkrijk?

Hoe dan?!

Jezus kun je toch niet opvolgen?

Zelfs Elia is vergeleken bij Jezus maar een simpele profeet!

Wat moeten de leerlingen? Wat moeten wij?

Hoe kunnen we in Jezus’ spoor gaan,

terwijl hij van de aardbodem verdwenen is?

 

2.   De opvolger

Toch is dat precies de bedoeling!

Elisa moet Elia opvolgen.

De leerlingen moeten Jezus opvolgen.

En álle christen van nu staan op de schouders van die leerlingen,

volgen op hun beurt ook weer Jezus op.

Maar niet zonder dat ze ervoor worden klaargemaakt!

Een combinatie van 2 dingen maakt de opvolgers geschikt:

1 is een training, 2 is de Geest.

 

Eerst: training.

Van alleen maar bakboeken lezen, win je Heel Holland Bakt niet.

Je kunt nog geen gitaar spelen als je alle muziektheorie kent.

Daarvoor moet je gewoon oefenen,

het liefst onder begeleiding van iemand die al wat meer ervaring heeft,

en jou op het goede spoor kan zetten.

Ik leer programmeren – daar merk ik precies hetzelfde.

Als ik dat wil leren, moet ik meer doen dan de theorie kennen:

ik moet er gewoon meters in maken –

en ik ben blij dat ik dat in een soort meeloopstage mag doen!

 

Elisa heeft ook zo’n meeloopstage gehad.

Het is niet zo dat Elisa Elia van de ene op de andere dag moet opvolgen:

daar werd al jaren aan gewerkt.

In 1 Koningen 19, na de burn-out van Elia, komt Elisa al in beeld.

Hoe die training van Elisa ging, daar weten we helaas niets over.

Na 1 Koningen 19 lijkt Elisa weer uit beeld,

kom je Elia wel tegen, maar lees je nergens dat Elisa erbij was.

Toch is Elisa intensief met Elia opgetrokken.

Elia is voor Elisa als een vader geworden,

dat roept Elisa hem na: ‘vader, vader.’

Elisa had zijn familie achtergelaten om Elia door Elia getraind te worden.

 

Bij de leerlingen van Jezus ging het net zo,

met dit verschil dat we over die training veel meer weten.

Ook deze leerlingen lieten alles uit hun handen vallen om Jezus te volgen.

3 Jaar ontvingen ze hun training van Jezus.

Ze zaten ademloos naar Jezus te luisteren,

keken hun ogen uit bij de wonderen die hij deed,

maar werden ook zelf aan het werk gezet.

Bijvoorbeeld in Lucas 9: daar stuurt Jezus zijn leerlingen er op uit

‘om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen.’

Ze hebben het Jezus al zo vaak zien doen,

nu wordt het tijd om zelf te oefenen.

Zo traint Jezus zijn leerlingen om hem op te volgen.

 

Jezus volgen, bouwen aan zijn koninkrijk,

is net als meesterbakker worden in Heel Holland Bakt:

dat lukt je niet met alleen theorie.

Om leerling van Jezus te zijn, verder te gaan in zijn spoor,

is er meer nodig dan elke zondag een preek te luisteren.

Aangezien preken schrijven mijn brood is,

heb ik er natuurlijk geen enkel belang bij dat te zeggen,

dus des te meer reden mij te geloven. ????

Niet om preken en kerkdiensten af te kraken,

maar een preek blijft een verhaal van mij, blijft theorie,

en daar hoort praktijk bij: oefenen in hoe je Jezus volgt.

 

Natuurlijk kun je dat zelf gewoon proberen,

om in de praktijk te brengen wat je in de theorie hebt gevonden,

maar het wordt nog veel krachtiger als we elkaar daarbij helpen,

als we een voorbeeld aan elkaar kunnen nemen.

En zo gaat het natuurlijk ook:

er zijn zeker christenen die door een preek tot geloof zijn gekomen,

maar ik denk dat er nog veel meer christenen zijn

die in Jezus zijn gaan geloven door het voorbeeld van andere christenen.

Zo ging het bij mij in ieder geval wel:

christenen om mij heen aan wie ik me kon optrekken

hebben mij geholpen om ook zelf voor Jezus te kiezen.

Je hebt voorbeelden nodig, die je helpen om geloof in de praktijk te brengen,

om met die opdracht van Jezus, getuigen, bezig te kunnen.

 

Dus 1 is training, 2 is de Geest.

Dat is minder grijpbaar, maar nog veel belangrijker!

De Geest maakt het verschil of je een goede opvolger kunt zijn in Gods koninkrijk.

Dat weet Elisa ook:

Elia was zonder meer een inspirerend figuur,

een markante man met een bijzondere persoonlijkheid,

maar wat Elia écht bijzonder maakte,

was dat Elia de Geest van God had.

 

Als Elia vlak voor zijn vertrek vraagt of hij nog iets voor Elisa kan betekenen

hoeft Elisa niet lang na te denken.

Elisa kan pas een volwaardig opvolger van Elia zijn

als hij diezelfde Geest als Elia heeft.

Dus vraagt hij: ‘laat mij dubbel in uw geest delen.’

Dan denk je misschien dat Elisa boven Elia uit wil groeien,

een twee keer zo grote profeet als Elia wil zijn,

en dat is wel erg onbescheiden en ambitieus.

Maar Elisa vraagt een ‘dubbel deel’ – een term uit het erfrecht.

Als in Israël een vader stierf, werd zijn bezit onder zijn zonen verdeeld.

De oudste kreeg een dubbel deel.

Dus stel, een vader had 3 zonen, dan werd zijn bezit in vieren gedeeld,

kreeg de oudste daar 2 delen van, en de beide anderen 1 deel.

Als dochter kreeg je niets, maar je broers, zeker de oudste,

moesten met hun erfenis ook voor jou zorgen.

Als Elisa vraagt om een dubbel deel,

dan vraagt Elisa: ‘Elia, laat mij uw erfgenaam zijn.

U bent mijn geestelijk vader geworden,

laat mij dan ook uw geest als erfenis krijgen.’

 

Die had Elia niet verwacht,

maar hij is wel trots op zijn leerling, zijn geestelijk zoon.

‘Daar vraag je nogal wat, zoon.

Ik zou het je graag willen geven, maar ik ga er niet over, het is aan God!

Als God jou laat zien hoe ik ga,

is dat het teken dat hij jou zijn Geest geeft.’

En zo gebeurt het.

 

Elia laat zijn opvolger als erfenis zijn geest na.

Jezus doet dat ook!

Vlak voor zijn vertrek geeft hij niet alleen die opdracht

om in zijn spoor verder te gaan,

hij geeft er ook een belofte bij:

‘de heilige Geest zal over jullie komen.’

Die Geest gaat mee, van generatie op generatie,

en stelt ook jou in staat een getuige van Jezus te zijn,

een voorbeeld voor anderen.

Dat heeft Jezus beloofd!

 

3.   Geestelijke ouders

Ik vind dat mooi: God gaat door!

Hij zorgt ervoor dat er altijd weer nieuwe mensen klaar staan

om in het spoor van Jezus verder te gaan.

 

Maar het is ook een opdracht: train elkaar in hoe je Jezus volgt.

Voor Elisa werd Elia een vader.

Wat is het mooi als dat ook in de kerk gebeurt:

dat je er geestelijke ouders kunt vinden,

die jou meenemen in hoe zij leerling van Jezus zijn,

die een inspirerend voorbeeld voor je zijn.

Trouwens, die ouders hebben op hun beurt ook weer ouders,

en leren ook weer van hun kinderen.

De kerk moet nog veel een meer geestelijke familie worden:

een plek waar je geestelijke ouders vindt, en er zelf ook weer een wordt,

een plek waar we elkaar helpen de opdracht van Jezus te omarmen.

Denk er eens over na: wie is een geloofsvoorbeeld voor jou?

Wat heb je van haar of hem geleerd?

En wat zou jij graag willen doorgeven, wat is jouw geestelijke erfenis?

 

Train elkaar – en ga dan aan de slag.

Net als Elisa en Jezus’ leerlingen denken we vaak te klein over onszelf als opvolger.

Als het ons ligt zijn we nooit klaar voor de taak die God geeft.

Maar het ligt niet aan ons: God geeft zijn Geest,

dus pak je taak in Gods koninkrijk op!

Amen.