Preek - Daniël 6 - HOOP HOUDEN

Inleiding

Een jaar geleden had stichting Sire een campagne over de dood,

met als slogan: ‘de dood – praat erover, niet eroverheen’.

Want praten over de dood,

praten over een verlies dat diep ingrijpt in je leven,

dat vinden veel Nederlanders heel lastig.

En als je toch de moed hebt gevonden om iemand te vragen hoe het gaat,

kort nadat diegene bij het graf heeft gestaan,

dan hoop je stiekem toch dat de reactie is: ‘het gaat wel weer’.

Want dan kun je het weer over leuke dingen hebben.

En als je in een rouwproces zit,

kun je de druk voelen om dat vooral voor jezelf te houden.

 

Wat ik zo mooi vind aan de kerk,

is dat we in de kerk niet hoeven te doen alsof.

Alsof je niet verdrietig bent.

Alsof je er na een maandje wel weer bovenop bent.

Alsof je na 2 jaar niet meer in een rouwproces mag zitten.

Hier hoef je niet te doen alsof!

 

Daarom noemen we op deze Eeuwigheidszondag

de namen van hen uit onze kring die overleden zijn,

en brengen zo ons verdriet bij God.

Dit jaar zijn het veel namen – met veel herinneringen.

Vandaag denken we aan:

...

Zes, ieder op hun eigen manier, gelovige vrouwen,

die onze kring hebben verruild voor de eeuwigheid,

maar die we ook zo missen!

 

Iets anders is dat we ook als Menorah in een soort rouwproces zitten.

We moesten het Pascal College verlaten, wat een thuis voor ons was,

en in de afgelopen jaren moesten we ook afscheid nemen

van verschillende leden van Menorah, aan wie we gehecht waren.

Menorah wordt niet meer zoals het was,

en daar mag je ook best verdrietig om zijn!

 

Vandaag doen we niet alsof.

We zijn gebutste mensen.

We willen zo graag dat alles goed komt,

maar de dood knaagt aan ons vertrouwen.

Hoe houdt je, ondanks alles, hoop?

Daarover gaat het in Daniël 6.

Het is een van de bekendere bijbelverhalen, over Daniël in de leeuwenkuil,

en misschien niet de eerste tekst waar je aan denkt

als je op zoek bent naar troost en hoop,

maar zo is het bijbelboek wel altijd gelezen:

als een boek om in moeilijke situaties hoop uit te putten.

Dat gaan wij vandaag ook doen – we lezen Daniël 6:2-29.

 

Hoop houden

Daniël is iemand die zeer hoopvol in het leven staat:

hij heeft een diep vertrouwen dat het goed komt.

Maar je kunt hem er niet van beschuldigen

dat hij niets heeft meegemaakt, dat hij flierefluitend door het leven is gegaan,

waardoor hoop iets goedkoops, iets gemakkelijks, is geworden –

van die hoop waar niets van overblijft bij een beetje tegenslag.

Bij Daniël zit de hoop veel dieper –

waardoor hij ook in de situatie waarin hij vandaag belandt zijn hoop niet verliest.

 

Hoop is iets dat je je hele leven moet ontwikkelen,

niet pas als er leeuwen op je pad komen.

Het is een manier van leven die je kunt trainen, en dat heeft Daniël gedaan.

Hij is inmiddels over de 80

-het plaatje uit de kinderbijbel van een jongeman in de leeuwenkuil klopt niet-

en in die 80 jaar heeft hij een heel sterke hoop ontwikkeld.

Als balling heeft hij in zijn leven veel tegenslag gekend,

maar zijn hoop is er alleen maar sterker op geworden:

de tegenslag heeft hem mooi gemaakt.

 

Daniël weet wat er allemaal mis kan gaan,

weet uit ervaring wat een verschrikkelijke plek de wereld kan zijn,

maar 2 overtuigingen kan niemand van hem afpakken:

1.    God zal Israël weer thuisbrengen, en

2.    zelfs de dood is niet het einde.

Dat laatste had God hem verteld in een visioen, in Daniël 12:

‘Je zult te ruste gaan en aan het einde van de dagen opstaan

om je bestemming te bereiken.’

 

Daniëls rotsvaste hoop heeft hij in een lang leven ontwikkeld,

en dat mogen wij ook van Daniël leren:

niet pas met hoop bezig gaan als het leven je uit de hand loopt,

maar hoop als manier van leven die je traint.

Het is ervoor kiezen niet te leven alsof dit alles is

en je maar één kans hebt er iets geweldigs van te maken,

waarin je elke vorm van lijden moet zien te vermijden.

Hoop train je door ook als het je voor de wind gaat

je ogen niet te sluiten voor het lijden

je niet te verliezen in succes op de korte termijn,

niet te doen alsof.

 

Vandaag wordt Daniëls hoop beproefd.

In Babylon is veel veranderd.

Een coalitie van Meden en Perzen heeft de macht overgenomen

en Darius is de nieuwe koning.

Een van de eerste dingen die hij doet, is een nieuwe regeringsploeg samenstellen.

Een rustige oude dag is Daniël niet gegund:

hij mag opdraven als één van de drie topbestuurders.

Zo’n nieuwe ploeg is niet zonder risico: natuurlijk wordt iedereen gescreend,

maar er glippen altijd wel wat baantjesjagers

met een bedenkelijke achtergrond doorheen.

Ik denk, zonder iets over hun standpunten te willen zeggen,

dat Caroline van der Plas en Pieter Omtzigt integere politici zijn,

maar van hun ploeg Kamerleden, en misschien zelfs ministers,

is dat nog maar afwachten.

In zo’n ploeg komt Daniël terecht,

en daar valt hij al snel op door zijn kundigheid en integriteit.

Zijn collega’s en ondergeschikten vinden hem zelfs iets té kundig:

Daniël staat hun carrière in de weg.

Dus zetten ze een val om van hem af te zijn.

 

In zulke situaties komt het erop aan:

durf je, ondanks alles, te blijven hopen?

Elk overlijden is zo’n beproeving van je hoop.

Voor tegenslag geldt hetzelfde.

In elk proces van rouw komt het erop aan:

blijf je erop vertrouwen dat het goed komt?

Ook voor Daniël is het gebedsverbod dat als val voor hem wordt ingesteld

zo’n situatie waarin moet blijken wat zijn hoop waard is:

gooit hij de handdoek in de ring,

of is zijn hoop sterker dan angst voor de leeuwen?

 

We hebben het verhaal gelezen: Daniëls hoop is sterker.

En dan wordt hij op een wonderlijke manier gered.

De hoop wint!

Maar we weten ook allemaal dat het niet altijd zo gaat.

Is hoop dan toch naïef,

is het je vastklampen aan een laatste onwaarschijnlijke strohalm?

 

Ik verwees al even naar Daniël 12.

Daar krijgt Daniël een blik in de verdere toekomst, voorbij de dood.

Ook als de leeuwenkuil Daniëls einde was geworden,

was hij als een hoopvol man gestorven.

Uiteindelijk is dat met Daniël ook gebeurd.

Maar dat God Daniël van de leeuwen redde

is een voorproefje, een bevestiging, van de hoop dat God groter is.

 

Dit verhaal uit het leven van Daniël

zit vol parallellen met het verhaal van Jezus.

Ook Jezus was zo integer dat zelfs de zwaarste screening

niets belastends over hem naar boven kon brengen.

Ook voor Jezus werd daarom een val gezet.

Net als Darius Daniël helemaal niet wilde veroordelen,

wilde Pilatus Jezus ook niet veroordelen –

maar beiden zagen geen andere weg

en spraken het doodvonnis met tegenzin uit.

Zowel het graf van Daniël als dat van Jezus werd met een steen verzegeld,

want zo kun je de leeuwenkuil wel noemen:

een graf waarin Daniël levend werd begraven.

Maar allebei stonden ze op uit hun graf.

Er is ook een groot verschil:

Daniël ontsnapt aan de dood, Jezus niet.

Maar juist daardoor vernietigt Jezus de macht van de dood,

door haar te reduceren tot ook maar een fase.

 

En zo wint de hoop: God is groter!

Groter dan onze leeuwen, groter dan het kwaad,

groter dan ons verdriet, groter dan onze struggles, groter dan de dood.

Paulus zegt dat later, in Romeinen 8, zo:

‘Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven,

engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst,

hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is,

ons zal kunnen scheiden van de liefde van God,

die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.’

 

Daad van hoop

Durf jij hoop te houden?

Misschien voel jij je wel meer een Darius dan een Daniël.

Darius heeft niet die hoop ontwikkeld die Daniël wel heeft.

Hij is ook nooit zo met tegenslagen geconfronteerd als Daniël,

maar nu wordt hij geconfronteerd met iets wat niet onder zijn macht valt.

Voor Darius is hoop een laatste strohalm – tegen beter weten in.

En toch loopt hij, die machtige koning, maar mooi wel naar het graf,

net als Maria op de Paasochtend, als een daad van hoop.

 

Vandaag krijg je de gelegenheid voor zo’n daad van hoop.

We steken voor elk van de zes overledenen een kaars aan,

en daarna mag je ook zelf een kaarsje aansteken als daad van hoop.

Misschien is dat met een hoop als die van Daniël, die rotsvast is,

of misschien lijkt het wel meer op de hoop van Darius,

die meer een waakvlammetje is – dat maakt niet uit.

Of je nu hebt leren leven met je verdriet,

of er helemaal ondersteboven van bent, ook dat maakt niet uit.

Vandaag delen we het met elkaar, brengen het bij God,

en oefenen we in hoop.

 

Amen.

Daniël 6 - HOOP HOUDEN

Inleiding

Een jaar geleden had stichting Sire een campagne over de dood,

met als slogan: ‘de dood – praat erover, niet eroverheen’.

Want praten over de dood,

praten over een verlies dat diep ingrijpt in je leven,

dat vinden veel Nederlanders heel lastig.

En als je toch de moed hebt gevonden om iemand te vragen hoe het gaat,

kort nadat diegene bij het graf heeft gestaan,

dan hoop je stiekem toch dat de reactie is: ‘het gaat wel weer’.

Want dan kun je het weer over leuke dingen hebben.

En als je in een rouwproces zit,

kun je de druk voelen om dat vooral voor jezelf te houden.

 

Wat ik zo mooi vind aan de kerk,

is dat we in de kerk niet hoeven te doen alsof.

Alsof je niet verdrietig bent.

Alsof je er na een maandje wel weer bovenop bent.

Alsof je na 2 jaar niet meer in een rouwproces mag zitten.

Hier hoef je niet te doen alsof!

 

Daarom noemen we op deze Eeuwigheidszondag

de namen van hen uit onze kring die overleden zijn,

en brengen zo ons verdriet bij God.

Dit jaar zijn het veel namen – met veel herinneringen.

Vandaag denken we aan:

...

Zes, ieder op hun eigen manier, gelovige vrouwen,

die onze kring hebben verruild voor de eeuwigheid,

maar die we ook zo missen!

 

Iets anders is dat we ook als Menorah in een soort rouwproces zitten.

We moesten het Pascal College verlaten, wat een thuis voor ons was,

en in de afgelopen jaren moesten we ook afscheid nemen

van verschillende leden van Menorah, aan wie we gehecht waren.

Menorah wordt niet meer zoals het was,

en daar mag je ook best verdrietig om zijn!

 

Vandaag doen we niet alsof.

We zijn gebutste mensen.

We willen zo graag dat alles goed komt,

maar de dood knaagt aan ons vertrouwen.

Hoe houdt je, ondanks alles, hoop?

Daarover gaat het in Daniël 6.

Het is een van de bekendere bijbelverhalen, over Daniël in de leeuwenkuil,

en misschien niet de eerste tekst waar je aan denkt

als je op zoek bent naar troost en hoop,

maar zo is het bijbelboek wel altijd gelezen:

als een boek om in moeilijke situaties hoop uit te putten.

Dat gaan wij vandaag ook doen – we lezen Daniël 6:2-29.

 

Hoop houden

Daniël is iemand die zeer hoopvol in het leven staat:

hij heeft een diep vertrouwen dat het goed komt.

Maar je kunt hem er niet van beschuldigen

dat hij niets heeft meegemaakt, dat hij flierefluitend door het leven is gegaan,

waardoor hoop iets goedkoops, iets gemakkelijks, is geworden –

van die hoop waar niets van overblijft bij een beetje tegenslag.

Bij Daniël zit de hoop veel dieper –

waardoor hij ook in de situatie waarin hij vandaag belandt zijn hoop niet verliest.

 

Hoop is iets dat je je hele leven moet ontwikkelen,

niet pas als er leeuwen op je pad komen.

Het is een manier van leven die je kunt trainen, en dat heeft Daniël gedaan.

Hij is inmiddels over de 80

-het plaatje uit de kinderbijbel van een jongeman in de leeuwenkuil klopt niet-

en in die 80 jaar heeft hij een heel sterke hoop ontwikkeld.

Als balling heeft hij in zijn leven veel tegenslag gekend,

maar zijn hoop is er alleen maar sterker op geworden:

de tegenslag heeft hem mooi gemaakt.

 

Daniël weet wat er allemaal mis kan gaan,

weet uit ervaring wat een verschrikkelijke plek de wereld kan zijn,

maar 2 overtuigingen kan niemand van hem afpakken:

1.    God zal Israël weer thuisbrengen, en

2.    zelfs de dood is niet het einde.

Dat laatste had God hem verteld in een visioen, in Daniël 12:

‘Je zult te ruste gaan en aan het einde van de dagen opstaan

om je bestemming te bereiken.’

 

Daniëls rotsvaste hoop heeft hij in een lang leven ontwikkeld,

en dat mogen wij ook van Daniël leren:

niet pas met hoop bezig gaan als het leven je uit de hand loopt,

maar hoop als manier van leven die je traint.

Het is ervoor kiezen niet te leven alsof dit alles is

en je maar één kans hebt er iets geweldigs van te maken,

waarin je elke vorm van lijden moet zien te vermijden.

Hoop train je door ook als het je voor de wind gaat

je ogen niet te sluiten voor het lijden

je niet te verliezen in succes op de korte termijn,

niet te doen alsof.

 

Vandaag wordt Daniëls hoop beproefd.

In Babylon is veel veranderd.

Een coalitie van Meden en Perzen heeft de macht overgenomen

en Darius is de nieuwe koning.

Een van de eerste dingen die hij doet, is een nieuwe regeringsploeg samenstellen.

Een rustige oude dag is Daniël niet gegund:

hij mag opdraven als één van de drie topbestuurders.

Zo’n nieuwe ploeg is niet zonder risico: natuurlijk wordt iedereen gescreend,

maar er glippen altijd wel wat baantjesjagers

met een bedenkelijke achtergrond doorheen.

Ik denk, zonder iets over hun standpunten te willen zeggen,

dat Caroline van der Plas en Pieter Omtzigt integere politici zijn,

maar van hun ploeg Kamerleden, en misschien zelfs ministers,

is dat nog maar afwachten.

In zo’n ploeg komt Daniël terecht,

en daar valt hij al snel op door zijn kundigheid en integriteit.

Zijn collega’s en ondergeschikten vinden hem zelfs iets té kundig:

Daniël staat hun carrière in de weg.

Dus zetten ze een val om van hem af te zijn.

 

In zulke situaties komt het erop aan:

durf je, ondanks alles, te blijven hopen?

Elk overlijden is zo’n beproeving van je hoop.

Voor tegenslag geldt hetzelfde.

In elk proces van rouw komt het erop aan:

blijf je erop vertrouwen dat het goed komt?

Ook voor Daniël is het gebedsverbod dat als val voor hem wordt ingesteld

zo’n situatie waarin moet blijken wat zijn hoop waard is:

gooit hij de handdoek in de ring,

of is zijn hoop sterker dan angst voor de leeuwen?

 

We hebben het verhaal gelezen: Daniëls hoop is sterker.

En dan wordt hij op een wonderlijke manier gered.

De hoop wint!

Maar we weten ook allemaal dat het niet altijd zo gaat.

Is hoop dan toch naïef,

is het je vastklampen aan een laatste onwaarschijnlijke strohalm?

 

Ik verwees al even naar Daniël 12.

Daar krijgt Daniël een blik in de verdere toekomst, voorbij de dood.

Ook als de leeuwenkuil Daniëls einde was geworden,

was hij als een hoopvol man gestorven.

Uiteindelijk is dat met Daniël ook gebeurd.

Maar dat God Daniël van de leeuwen redde

is een voorproefje, een bevestiging, van de hoop dat God groter is.

 

Dit verhaal uit het leven van Daniël

zit vol parallellen met het verhaal van Jezus.

Ook Jezus was zo integer dat zelfs de zwaarste screening

niets belastends over hem naar boven kon brengen.

Ook voor Jezus werd daarom een val gezet.

Net als Darius Daniël helemaal niet wilde veroordelen,

wilde Pilatus Jezus ook niet veroordelen –

maar beiden zagen geen andere weg

en spraken het doodvonnis met tegenzin uit.

Zowel het graf van Daniël als dat van Jezus werd met een steen verzegeld,

want zo kun je de leeuwenkuil wel noemen:

een graf waarin Daniël levend werd begraven.

Maar allebei stonden ze op uit hun graf.

Er is ook een groot verschil:

Daniël ontsnapt aan de dood, Jezus niet.

Maar juist daardoor vernietigt Jezus de macht van de dood,

door haar te reduceren tot ook maar een fase.

 

En zo wint de hoop: God is groter!

Groter dan onze leeuwen, groter dan het kwaad,

groter dan ons verdriet, groter dan onze struggles, groter dan de dood.

Paulus zegt dat later, in Romeinen 8, zo:

‘Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven,

engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst,

hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is,

ons zal kunnen scheiden van de liefde van God,

die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.’

 

Daad van hoop

Durf jij hoop te houden?

Misschien voel jij je wel meer een Darius dan een Daniël.

Darius heeft niet die hoop ontwikkeld die Daniël wel heeft.

Hij is ook nooit zo met tegenslagen geconfronteerd als Daniël,

maar nu wordt hij geconfronteerd met iets wat niet onder zijn macht valt.

Voor Darius is hoop een laatste strohalm – tegen beter weten in.

En toch loopt hij, die machtige koning, maar mooi wel naar het graf,

net als Maria op de Paasochtend, als een daad van hoop.

 

Vandaag krijg je de gelegenheid voor zo’n daad van hoop.

We steken voor elk van de zes overledenen een kaars aan,

en daarna mag je ook zelf een kaarsje aansteken als daad van hoop.

Misschien is dat met een hoop als die van Daniël, die rotsvast is,

of misschien lijkt het wel meer op de hoop van Darius,

die meer een waakvlammetje is – dat maakt niet uit.

Of je nu hebt leren leven met je verdriet,

of er helemaal ondersteboven van bent, ook dat maakt niet uit.

Vandaag delen we het met elkaar, brengen het bij God,

en oefenen we in hoop.

 

Amen.