Preek - Haggai 2c - EEN NIEUWE ORDE

Inleiding

Afgelopen week begon weer lekker, met de toespraak van onze premier…

Kan hij ook niets aan doen: hij doet ook maar gewoon z’n werk.

Maar wat een ellendig begin van de week was het!

Het land op slot, met nog sterkere sloten dan dit voorjaar.

Ik was er behoorlijk aangeslagen door.

Noem mij gerust naïef – maar dít had ik echt niet zien aankomen.

 

Eigenlijk ben ik er nog steeds van aan het bijkomen.

Het zal vast allemaal weer goed komen,

en die 5 weken zijn om voor je het weet,

maar ik zie er wel tegenop en ik weet nog niet hoe het allemaal moet.

Waar ik ook heel moe van wordt -en daarna houd ik op met somberen, beloofd!-

is dat je steeds creatieve nieuwe dingen probeert te bedenken,

bedenkt wat binnen de regels nog wél kan,

en dan blijkt het in de volgende ronde ook niet meer te kunnen.

 

Maar goed, voor dit soort gedachtes

luister je natuurlijk niet daar deze preek!

Het liefst zou ik hier een soort coronavrije zone creëren,

waar je dat hele virus even kunt vergeten omdat je focust op God.

Maar als ik dan in de bijbel ga lezen,

kom ik iets tegen wat eigenlijk nog veel mooier is:

ik lees daar niet dat je de omstandigheden maar moet vergeten,

maar dat er ín je omstandigheden hoop is!

We hoeven niet te doen alsof corona niet bestaat,

en alsof het allemaal wel meevalt: het valt niet mee!

Maar God is groter, en zál ons ervan verlossen.

 

Die hoop lees ik ook in het bijbelgedeelte van vandaag,

de laatste profetie van Haggai.

God gaat iets nieuws beginnen –

en daarom kun je ondanks alles, en in alles, hoop houden.

Ik lees het voor: Haggai 2:20-23.

 

1.   Komt het ooit goed?

Met deze profetie eindigt het boek Haggai.

Hiervoor ging het steeds over de herbouw van de tempel:

eerst een donderpreek over dat het de hoogste tijd was

om de herbouw van de tempel te hervatten;

daarna een bemoediging dat,

ook al lijkt de nieuwe tempel een bezuinigingstempel te worden,

God ziet dat de glorie van deze tempel groter zal zijn dan die van de oude;

en ten slotte een belofte dat omdat de Israëlieten hebben geluisterd

en de eerste mijlpaal van de tempelbouw nu bereikt is,

God vanaf vandaag zijn zegen zal geven.

En dan volgt de profetie van vandaag,

uitgesproken op dezelfde dag, 18 december 520 voor Christus,

maar nu gaat het helemaal niet meer over de tempel:

het gaat over de wereldpolitiek!

 

Want op het wereldtoneel moet Israël zich handhaven

als kleine ukkepuk tussen de reuzen.

Israël is gemarginaliseerd, stelt niets meer voor.

Nee, Israël is nooit een grote speler geweest in de wereld,

maar nu staan ze er wel erg beroerd voor…

Het grootste deel van de Israëlieten is nooit teruggekomen in Israël,

het lijkt in rook opgegaan.

Dit kleine groepje is alles wat van Gods volk over is.

Dat God door dit groepje de wereld zal redden lijkt verder weg dan ooit.

Het is al een wonder als ze deze wereld,

waar het ene wereldrijk het andere verslindt, überhaupt overleven.

 

Dat is het verhaal van Israël, en nog veel meer van Zerubbabel.

Hij is de kroonprins.

Zijn opa Jechonja was de laatste koning van Juda,

voor de Babyloniërs de macht overnamen.

Zerubbabel, de troonopvolger, is geboren als balling in een vreemd land.

Het is zelfs zijn naam: ‘geboren in Babel’ – de uitzichtloosheid spat er vanaf.

Nu is hij dan wel terug in zijn land,

maar hij is gouverneur in dienst van de Perzen,

in plaats van koning in dienst van God.

Dat uit zíjn familie, in de koningslijn van David,

nog eens een echte koning geboren zal worden,

dat lijkt verder weg dan ooit.

Komt dit ooit nog goed?

 

Ja, ‘alles is gezegend’, dat zei ik vorige week vol overtuiging,

en ik sta daar voor de volle 100% achter.

Maar ondertussen gebeurt er in de wereld wel van alles waar je niet blij van wordt.

In dat liedje, ‘alles is gezegend’,

zingt Typhoon er ook achteraan: ‘al weet ik vaak niet hoe’.

Zegen is niet zo simpel als dat vanaf nu alles perfect verloopt.

Het is wél dat in alles God erbij is!

 

Onze omstandigheden zijn natuurlijk heel anders dan die van Israël toen,

maar ook ik vraag me wel eens af: ‘komt dit ooit nog goed?’

Natuurlijk denk ik dan aan alle coronaellende:

dit voorjaar dachten we nog dat het een paar weken afzien zou worden,

maar we zitten er nog steeds middenin.

Wat nog enger is: dit virus krijgen we uiteindelijk onder controle,

zodra dat kan, laat ik me graag inenten om daar mijn steentje aan bij te dragen,

maar wie zegt dat er volgend jaar niet weer een nieuw virus opduikt?

En dan zijn virussen nog niet eens het grootste probleem van de wereld,

het valt alleen op omdat het zo dichtbij komt.

De klimaatcrisis is veel groter:

kunnen we over 100 jaar nog wel op deze aarde wonen?

Maar ja, dat is dan weer te ver weg om stevige maatregelen te nemen…

En dan zijn er ook nog vluchtelingen,

die we letterlijk proberen weg te duwen uit onze wereld:

we laten hen aan hun lot over op het uiterste randje van ons continent.

Nee, de mensheid staat er niet heel best voor.

Komt het ooit goed?

 

2.   Een nieuwe orde

En daarom vind ik die laatste profetie van Haggai zo mooi:

door de mond van Haggai vertelt God dat híj zich ermee gaat bemoeien.

Nee, als God ons laat doorgaan met waar we mee bezig zijn,

dan kómt het nooit meer goed.

Maar God grijpt in, keert de wereldorde om,

om er zijn nieuwe orde voor in de plaats te zetten.

Dát is de laatste boodschap van Haggai.

 

God werpt de oude wereldorde omver – daar begint het mee.

‘Ik’, zegt God, ‘zal alle koningstronen omverstoten

en de macht van alle volken breken.’

Die volken mogen dan reuzen zijn,

vergeleken waarmee Israël een ukkepuk is,

maar God werpt ze omver - alsof het kegels op de bowlingbaan zijn.

Dat gaat er behoorlijk radicaal aan toe.

Vergeleken met dit ingrijpen van God

loopt de machtsoverdracht in Amerika van Trump naar Biden

heel soepel en gesmeerd.

Maar als Gód ingrijpt is dat een radicale breuk met het oude.

Het is geen geleidelijk proces waar de wereld langzamerhand

een betere plek wordt om te wonen,

maar een heftig ingrijpen.

Om het met een variant op onze premier te zeggen:

God gebruikt een hamer om de oude orde plat te slaan.

 

Maar wat is die oude orde dan?

Heel veel!

Voor Israël zijn het al die bedreigende volken om hen heen.

God zegt: ‘die lijken heel wat, maar vergeet nooit: ik ben groter.

Jullie zijn niet overgeleverd aan die volken, maar veilig in mijn hand.’

Maar het geldt ook voor alle machten van vandaag.

Politieke machten:

voor de landen die bepalen hoe het er in de wereld aan toe gaat,

voor Amerika, en China, en Rusland – maar net zo goed voor Europa.

Maar het gaat over veel meer dan politiek:

het gaat over alle machten die ons leven beheersen.

Over corona: God staat daar ver boven!

Maar net zo goed gaat het over ons egoïsme,

dat we niet verder kijken dan onze neus lang is,

en het klimaat en vluchtelingen aan hun lot overlaten.

We leven als koningen van ons eigen leven,

maar als God ingrijpt, worden wij onttroont.

 

In de tijd van Haggai en Zerubbabel is dat niet gebeurd:

de Perzen hielden de touwtjes stevig in handen,

en toen ze die touwtjes moesten inleveren,

was dat niet aan God, maar aan de Grieken.

Blijkbaar kijkt Haggai verder vooruit.

Ik denk dan allereerst aan het kruis van Jezus: daar begint dit.

Haggai zegt dat God hemel en aarde zal doen beven.

En wat zegt Matteüs 27 over het moment dat Jezus de geest geeft?

Precies: de aarde beefde en de rotsen spleten!

Daar werpt God de machten van het kwaad omver,

onttroont hij de Vijand en al zijn handlangers.

Niet geleidelijk, maar met 1 wereldschokkende gebeurtenis.

Dáár wordt die profetie van Haggai al werkelijkheid.

En als Jezus terugkomt, wordt dat glorieus vervolgd.

 

God werpt omver – dat is het eerste.

Maar God geeft er ook iets voor in de plaats –

dat is het tweede wat Haggai vertelt.

Daarbij is een hoofdrol weggelegd voor Zerubbabel.

Namens God wordt Zerubbabel de nieuwe koning.

God heeft hem uitgekozen om zijn dienaar te zijn:

geen marionet van de Perzen, maar koning namens God.

God zal hem dragen als zijn ‘zegelring’.

Wat daar precies mee bedoeld wordt, is mij niet helemaal duidelijk,

maar het is in ieder geval een verwijzing naar opa Jechonja.

In Jeremia 22 zegt God over Jechonja:

‘al droeg ik jou als een zegelring aan mijn rechterhand,

ik zou je ervan afrukken.’

En even later zegt God dat geen van zijn nakomelingen op Davids troon zal zitten.

Maar nu kiest God kleinzoon Zerubbabel als zíjn koning!

 

En weer: Zerubbabel heeft dat niet mogen meemaken.

Hij heeft het nooit verder geschopt dan gouverneur.

Maar hij stierf in de wetenschap dat eens een zoon van hem op de troon zou zitten,

en dat met die zoon alles anders zou worden.

En inderdaad, als je gaat lezen in Matteüs 1,

in de stamboom van Jezus, dan kom je daar Zerubbabel tegen!

Jezus is die nieuwe koning namens God, de dienaar van God.

Hij is koning, dat is al begonnen!,

en voor hem, zo staat het in Filippenzen 2,

zal elke knie zich buigen, en zal elke tong belijden: ‘Jezus is Heer’.

 

Maar is dat nu goed of slecht nieuws?

Voor het Israël onder Zerubbabel is dat goed nieuws:

er is toekomst, het komt goed!

Maar als je bij de gevestigde orde hoort,

of als je je veiligheid bij die gevestigde orde zoekt,

dan is het geen fijne boodschap.

Misschien wil je graag een Jezus die je kunt inpassen in jouw wereld,

die jou lekker koning laat zijn over jouw leven,

en het nog een beetje aangenamer maakt.

Maar zo is Jezus niet: hij werpt alle machten omver!

 

Tóch geloof ik dat dat goed nieuws is.

Want laten we wel wezen: het werkt zo niet.

De mensheid staat er slecht voor – en dat hebben we aan onszelf te danken.

De enige die onze puinhopen kan oplossen, is God.

Als God ingrijpt, is er geen corona meer, maar ook geen uitbuiting,

geen klimaatprobleem, maar ook geen harteloosheid.

Geen vluchtelingenprobleem – want iedereen is welkom bij God!

 

3.   Ondanks alles: hoop

En daarom, ondanks alles: blijf hopen!

Je kunt als een berg opzien tegen komende weken,

als de muren op je afkomen,

of als je veel te veel op elkaars lip zit.

Je kunt het somber inzien voor de mensheid en de wereld.

Maar God laat ons niet zitten!

Alle verrotte patronen werpt hij omver, en hij komt met iets nieuws!

 

Met die bemoediging mogen we naar kerst toeleven: Jezus komt!

Laat dat even op je inwerken.

Wat mij daar deze week bij hielp,

is dat lied de EO vorige week uitbracht,

met christenen uit alle hoeken en kerkelijke hoeken van het land.

‘O kom, o kom, Immanuël!’

Ik zou zeggen: ga het luisteren, zoek het nu op YouTube op,

en verlang mee naar onze Koning!

Amen.

Haggai 2c - EEN NIEUWE ORDE

Inleiding

Afgelopen week begon weer lekker, met de toespraak van onze premier…

Kan hij ook niets aan doen: hij doet ook maar gewoon z’n werk.

Maar wat een ellendig begin van de week was het!

Het land op slot, met nog sterkere sloten dan dit voorjaar.

Ik was er behoorlijk aangeslagen door.

Noem mij gerust naïef – maar dít had ik echt niet zien aankomen.

 

Eigenlijk ben ik er nog steeds van aan het bijkomen.

Het zal vast allemaal weer goed komen,

en die 5 weken zijn om voor je het weet,

maar ik zie er wel tegenop en ik weet nog niet hoe het allemaal moet.

Waar ik ook heel moe van wordt -en daarna houd ik op met somberen, beloofd!-

is dat je steeds creatieve nieuwe dingen probeert te bedenken,

bedenkt wat binnen de regels nog wél kan,

en dan blijkt het in de volgende ronde ook niet meer te kunnen.

 

Maar goed, voor dit soort gedachtes

luister je natuurlijk niet daar deze preek!

Het liefst zou ik hier een soort coronavrije zone creëren,

waar je dat hele virus even kunt vergeten omdat je focust op God.

Maar als ik dan in de bijbel ga lezen,

kom ik iets tegen wat eigenlijk nog veel mooier is:

ik lees daar niet dat je de omstandigheden maar moet vergeten,

maar dat er ín je omstandigheden hoop is!

We hoeven niet te doen alsof corona niet bestaat,

en alsof het allemaal wel meevalt: het valt niet mee!

Maar God is groter, en zál ons ervan verlossen.

 

Die hoop lees ik ook in het bijbelgedeelte van vandaag,

de laatste profetie van Haggai.

God gaat iets nieuws beginnen –

en daarom kun je ondanks alles, en in alles, hoop houden.

Ik lees het voor: Haggai 2:20-23.

 

1.   Komt het ooit goed?

Met deze profetie eindigt het boek Haggai.

Hiervoor ging het steeds over de herbouw van de tempel:

eerst een donderpreek over dat het de hoogste tijd was

om de herbouw van de tempel te hervatten;

daarna een bemoediging dat,

ook al lijkt de nieuwe tempel een bezuinigingstempel te worden,

God ziet dat de glorie van deze tempel groter zal zijn dan die van de oude;

en ten slotte een belofte dat omdat de Israëlieten hebben geluisterd

en de eerste mijlpaal van de tempelbouw nu bereikt is,

God vanaf vandaag zijn zegen zal geven.

En dan volgt de profetie van vandaag,

uitgesproken op dezelfde dag, 18 december 520 voor Christus,

maar nu gaat het helemaal niet meer over de tempel:

het gaat over de wereldpolitiek!

 

Want op het wereldtoneel moet Israël zich handhaven

als kleine ukkepuk tussen de reuzen.

Israël is gemarginaliseerd, stelt niets meer voor.

Nee, Israël is nooit een grote speler geweest in de wereld,

maar nu staan ze er wel erg beroerd voor…

Het grootste deel van de Israëlieten is nooit teruggekomen in Israël,

het lijkt in rook opgegaan.

Dit kleine groepje is alles wat van Gods volk over is.

Dat God door dit groepje de wereld zal redden lijkt verder weg dan ooit.

Het is al een wonder als ze deze wereld,

waar het ene wereldrijk het andere verslindt, überhaupt overleven.

 

Dat is het verhaal van Israël, en nog veel meer van Zerubbabel.

Hij is de kroonprins.

Zijn opa Jechonja was de laatste koning van Juda,

voor de Babyloniërs de macht overnamen.

Zerubbabel, de troonopvolger, is geboren als balling in een vreemd land.

Het is zelfs zijn naam: ‘geboren in Babel’ – de uitzichtloosheid spat er vanaf.

Nu is hij dan wel terug in zijn land,

maar hij is gouverneur in dienst van de Perzen,

in plaats van koning in dienst van God.

Dat uit zíjn familie, in de koningslijn van David,

nog eens een echte koning geboren zal worden,

dat lijkt verder weg dan ooit.

Komt dit ooit nog goed?

 

Ja, ‘alles is gezegend’, dat zei ik vorige week vol overtuiging,

en ik sta daar voor de volle 100% achter.

Maar ondertussen gebeurt er in de wereld wel van alles waar je niet blij van wordt.

In dat liedje, ‘alles is gezegend’,

zingt Typhoon er ook achteraan: ‘al weet ik vaak niet hoe’.

Zegen is niet zo simpel als dat vanaf nu alles perfect verloopt.

Het is wél dat in alles God erbij is!

 

Onze omstandigheden zijn natuurlijk heel anders dan die van Israël toen,

maar ook ik vraag me wel eens af: ‘komt dit ooit nog goed?’

Natuurlijk denk ik dan aan alle coronaellende:

dit voorjaar dachten we nog dat het een paar weken afzien zou worden,

maar we zitten er nog steeds middenin.

Wat nog enger is: dit virus krijgen we uiteindelijk onder controle,

zodra dat kan, laat ik me graag inenten om daar mijn steentje aan bij te dragen,

maar wie zegt dat er volgend jaar niet weer een nieuw virus opduikt?

En dan zijn virussen nog niet eens het grootste probleem van de wereld,

het valt alleen op omdat het zo dichtbij komt.

De klimaatcrisis is veel groter:

kunnen we over 100 jaar nog wel op deze aarde wonen?

Maar ja, dat is dan weer te ver weg om stevige maatregelen te nemen…

En dan zijn er ook nog vluchtelingen,

die we letterlijk proberen weg te duwen uit onze wereld:

we laten hen aan hun lot over op het uiterste randje van ons continent.

Nee, de mensheid staat er niet heel best voor.

Komt het ooit goed?

 

2.   Een nieuwe orde

En daarom vind ik die laatste profetie van Haggai zo mooi:

door de mond van Haggai vertelt God dat híj zich ermee gaat bemoeien.

Nee, als God ons laat doorgaan met waar we mee bezig zijn,

dan kómt het nooit meer goed.

Maar God grijpt in, keert de wereldorde om,

om er zijn nieuwe orde voor in de plaats te zetten.

Dát is de laatste boodschap van Haggai.

 

God werpt de oude wereldorde omver – daar begint het mee.

‘Ik’, zegt God, ‘zal alle koningstronen omverstoten

en de macht van alle volken breken.’

Die volken mogen dan reuzen zijn,

vergeleken waarmee Israël een ukkepuk is,

maar God werpt ze omver - alsof het kegels op de bowlingbaan zijn.

Dat gaat er behoorlijk radicaal aan toe.

Vergeleken met dit ingrijpen van God

loopt de machtsoverdracht in Amerika van Trump naar Biden

heel soepel en gesmeerd.

Maar als Gód ingrijpt is dat een radicale breuk met het oude.

Het is geen geleidelijk proces waar de wereld langzamerhand

een betere plek wordt om te wonen,

maar een heftig ingrijpen.

Om het met een variant op onze premier te zeggen:

God gebruikt een hamer om de oude orde plat te slaan.

 

Maar wat is die oude orde dan?

Heel veel!

Voor Israël zijn het al die bedreigende volken om hen heen.

God zegt: ‘die lijken heel wat, maar vergeet nooit: ik ben groter.

Jullie zijn niet overgeleverd aan die volken, maar veilig in mijn hand.’

Maar het geldt ook voor alle machten van vandaag.

Politieke machten:

voor de landen die bepalen hoe het er in de wereld aan toe gaat,

voor Amerika, en China, en Rusland – maar net zo goed voor Europa.

Maar het gaat over veel meer dan politiek:

het gaat over alle machten die ons leven beheersen.

Over corona: God staat daar ver boven!

Maar net zo goed gaat het over ons egoïsme,

dat we niet verder kijken dan onze neus lang is,

en het klimaat en vluchtelingen aan hun lot overlaten.

We leven als koningen van ons eigen leven,

maar als God ingrijpt, worden wij onttroont.

 

In de tijd van Haggai en Zerubbabel is dat niet gebeurd:

de Perzen hielden de touwtjes stevig in handen,

en toen ze die touwtjes moesten inleveren,

was dat niet aan God, maar aan de Grieken.

Blijkbaar kijkt Haggai verder vooruit.

Ik denk dan allereerst aan het kruis van Jezus: daar begint dit.

Haggai zegt dat God hemel en aarde zal doen beven.

En wat zegt Matteüs 27 over het moment dat Jezus de geest geeft?

Precies: de aarde beefde en de rotsen spleten!

Daar werpt God de machten van het kwaad omver,

onttroont hij de Vijand en al zijn handlangers.

Niet geleidelijk, maar met 1 wereldschokkende gebeurtenis.

Dáár wordt die profetie van Haggai al werkelijkheid.

En als Jezus terugkomt, wordt dat glorieus vervolgd.

 

God werpt omver – dat is het eerste.

Maar God geeft er ook iets voor in de plaats –

dat is het tweede wat Haggai vertelt.

Daarbij is een hoofdrol weggelegd voor Zerubbabel.

Namens God wordt Zerubbabel de nieuwe koning.

God heeft hem uitgekozen om zijn dienaar te zijn:

geen marionet van de Perzen, maar koning namens God.

God zal hem dragen als zijn ‘zegelring’.

Wat daar precies mee bedoeld wordt, is mij niet helemaal duidelijk,

maar het is in ieder geval een verwijzing naar opa Jechonja.

In Jeremia 22 zegt God over Jechonja:

‘al droeg ik jou als een zegelring aan mijn rechterhand,

ik zou je ervan afrukken.’

En even later zegt God dat geen van zijn nakomelingen op Davids troon zal zitten.

Maar nu kiest God kleinzoon Zerubbabel als zíjn koning!

 

En weer: Zerubbabel heeft dat niet mogen meemaken.

Hij heeft het nooit verder geschopt dan gouverneur.

Maar hij stierf in de wetenschap dat eens een zoon van hem op de troon zou zitten,

en dat met die zoon alles anders zou worden.

En inderdaad, als je gaat lezen in Matteüs 1,

in de stamboom van Jezus, dan kom je daar Zerubbabel tegen!

Jezus is die nieuwe koning namens God, de dienaar van God.

Hij is koning, dat is al begonnen!,

en voor hem, zo staat het in Filippenzen 2,

zal elke knie zich buigen, en zal elke tong belijden: ‘Jezus is Heer’.

 

Maar is dat nu goed of slecht nieuws?

Voor het Israël onder Zerubbabel is dat goed nieuws:

er is toekomst, het komt goed!

Maar als je bij de gevestigde orde hoort,

of als je je veiligheid bij die gevestigde orde zoekt,

dan is het geen fijne boodschap.

Misschien wil je graag een Jezus die je kunt inpassen in jouw wereld,

die jou lekker koning laat zijn over jouw leven,

en het nog een beetje aangenamer maakt.

Maar zo is Jezus niet: hij werpt alle machten omver!

 

Tóch geloof ik dat dat goed nieuws is.

Want laten we wel wezen: het werkt zo niet.

De mensheid staat er slecht voor – en dat hebben we aan onszelf te danken.

De enige die onze puinhopen kan oplossen, is God.

Als God ingrijpt, is er geen corona meer, maar ook geen uitbuiting,

geen klimaatprobleem, maar ook geen harteloosheid.

Geen vluchtelingenprobleem – want iedereen is welkom bij God!

 

3.   Ondanks alles: hoop

En daarom, ondanks alles: blijf hopen!

Je kunt als een berg opzien tegen komende weken,

als de muren op je afkomen,

of als je veel te veel op elkaars lip zit.

Je kunt het somber inzien voor de mensheid en de wereld.

Maar God laat ons niet zitten!

Alle verrotte patronen werpt hij omver, en hij komt met iets nieuws!

 

Met die bemoediging mogen we naar kerst toeleven: Jezus komt!

Laat dat even op je inwerken.

Wat mij daar deze week bij hielp,

is dat lied de EO vorige week uitbracht,

met christenen uit alle hoeken en kerkelijke hoeken van het land.

‘O kom, o kom, Immanuël!’

Ik zou zeggen: ga het luisteren, zoek het nu op YouTube op,

en verlang mee naar onze Koning!

Amen.