Preek - Hebreeën 10b-13 - DE REIS

Inleiding

Dit is de laatste preek in het Hebreeën-leesproject.

In eerdere preken heb ik de hoofdlijnen laten zien

van Hebreeën 1-4 en Hebreeën 5-10a.

Dat is ook het doel van deze preken: de hoofdlijnen laten zien,

zodat als je zelf de brief aan de Hebreeën leest,

je beter snapt hoe de brief in elkaar zit.

Vandaag staan we stil bij het slot van de brief: Hebreeën 10b-13.

Dus net als vorige week geen specifieke ‘corona-preek’: we duiken de bijbel in,

en komen daar ongetwijfeld wel weer iets tegen

wat in deze vreemde weken relevant is.

 

Wat in Hebreeën 10b-13 steeds terugkomt,

is dat christenen op reis zijn.

Je zou kunnen zeggen: deze hoofdstukken zijn een reisgids.

Als wij met ons gezin op vakantie gaan,

willen we daar altijd een reisgids bij hebben – en het liefst meerdere.

Natuurlijk kun je ook zonder reisgids op pad,

maar dan mis je natuurlijk een groot deel van de voorpret.

Misschien nog wel belangrijker:

reken er maar op dat je ook de mooiste dingen mist.

Zonder reisgids kom je niet veel verder dan de platgetreden paden.

Neem bijvoorbeeld Londen:

alle toeristen weten de Big Ben, Tower Bridge en London Eye te vinden.

Maar er is zoveel meer te zien, mooier en minder toeristisch.

Een reisgids vertelt waar je moet zijn.

 

Maar ook waar je niet moet zijn.

Zonder reisgids kun je in een museum belanden

dat er van buiten heel leuk uit ziet,

maar dat toch echt niet de moeite waard is – de entreeprijs trouwens ook niet.

Een reisgids heeft vaak ook een plattegrond,

zodat je een handige route door de stad kunt nemen.

Zonder die plattegrond loop je heel wat extra kilometers.

 

Tot slot biedt een reisgids ook onmisbare informatie.

Bijvoorbeeld dat de auto’s in Londen links rijden.

Belangrijk bij het oversteken:

de auto’s komen van de kant waar je het niet van verwacht.

Je zult dat maar missen

en vervolgens in een Londense ambulance worden afgevoerd…

Ok, ook zonder reisgids weet je dat soort dingen wel,

maar het is vrij essentiële informatie!

 

Hebreeën 10b-13 zijn dus ook zo’n soort reisgids:

een gids voor de reis naar de stad van God.

Net als een reisgids geeft Hebreeën ervaringsverhalen en praktische aanwijzingen.

Lees daar nu eerst een deel van: Hebreeën 10:19-39 en 12:28-13:8.

 

1.    Is dit het?

1.1.         Hebreeën tot nog toe: Jezus centraal

We zijn aanbeland bij het slot van de brief.

Een goed moment om terug te blikken,

zodat we weer weten waar we in de brief zitten.

Hebreeën is een bijbelboek dat vol is van Jezus.

Dat is míjn grootste ontdekking van dit leesproject.

Ik wist dat Hebreeën een ingewikkeld bijbelboek is

waar steeds een vergelijking wordt getrokken tussen oud en nieuw,

maar dat het hele boek over Jezus gaat en over dat Jezus beter is dan al het andere,

dat was ook voor mij nieuw.

 

Jezus is beter dan profeten en engelen – dat was Hebreeën 1 en 2,

en daarom verdient zijn boodschap alle aandacht.

Jezus is beter dan Mozes – Hebreeën 3 en 4,

hij leidt ons naar het leven waar we naar verlangen.

Jezus is beter dan de priesters – Hebreeën 5-7,

hij is onze tussenpersoon bij God, de beste die we kunnen wensen.

En Jezus is beter dan alle offers samen – Hebreeën 8-10a,

Jezus is de hogepriester die zichzelf offert,

en daarmee een nieuwe relatie met God mogelijk maakt.

Kortom: met Jezus heb je goud in handen!

 

Die boodschap hebben de Hebreeën nodig.

Want ze staan onder druk hun geloof in Jezus op te geven.

Het zijn christenen met een Joodse achtergrond,

en ze dreigen terug te vallen in de klassieke Joodse godsdienst.

Geloven in Jezus kost hen te veel,

ze zijn hun eerste enthousiasme alweer verloren,

zijn het zat dat hun vroegere Joodse vrienden niet meer met hen willen omgaan.

Waarom zouden ze in Jezus blijven geloven?

 

Met die vraag staat dat moeilijke bijbelboek opeens niet meer zo ver weg!

Waarom zou je in Jezus blijven geloven?

Altijd maar weer Jezus, mag het niet wat minder?

We hebben het gehad, in de preek over Hebreeën 1-4,

over een ‘maar-ik-geloof-het-wel’-geloof.

Een geloof waar je in moeilijke tijden op kunt terugvallen,

maar wat verder geen dagelijkse werkelijkheid is.

In de coronacrisis is geloven misschien wel even belangrijker,

maar kun je dat daarna ook vasthouden?

In de preek over Hebreeën 5-10 ging het over een ander gevaar:

dat we op andere manieren dan het kruis bij God proberen te komen.

Bijvoorbeeld door goed te leven, of door van de kerk een systeem te maken.

Hebreeën zegt: Jezus is allesbepalend,

Jezus is het beste dat ons kon overkomen,

dus wees niet zo stom Jezus aan de kant te zetten!

 

1.2.         Wat merk je daar van?

Daar in brief zitten we nu dus.

Ik stel me zo voor dat die Hebreeën met instemming hebben geluisterd:

het was allemaal wat weggezakt,

maar nu ze deze boodschap horen,

weten ze weer waarom ze het nieuws van Jezus

vroeger zo enthousiast hebben aangenomen.

Ze blijven alleen met één vraag zitten:

prachtig wie Jezus is en wat hij voor ons gedaan heeft,

maar wat merken we daar nu van?

De boodschap van Jezus is schitterend, maar wat komt er van terecht?

We worden om Jezus uitgelachen als het mee zit,

en om Jezus in de gevangenis gezet als het tegen zit.

Jezus kwam toch om een nieuw leven te brengen – is dit het nu?

 

De Hebreeën zouden graag zien dat ze hier en nu wat meer merken

van hoe geloven hun leven positief verandert.

Een herkenbaar verlangen.

Als je gelooft in Jezus,

dan wil je ook graag zien welk verschil dat maakt voor jouw leven nu.

En misschien zeggen we wel dat er meer is dan dit leven,

maar in de praktijk vinden we dit leven best belangrijk!

Gaat het christenen er net zo goed om

uit het leven te halen wat er in zit,

om hier en nu gelukkig te zijn, want je leeft maar één keer.

Dus wordt je blijer van een avond Kolonisten van Catan,

van een nieuwe Volvo S60 (of vul je eigen favoriete auto in…),

van een avontuurlijke reis naar Zuid Amerika

of van het einde van de corona-crisis,

dan dat je blij wordt van Jezus.

 

2.    De reis

Daarom introduceert Hebreeën een nieuw beeld: geloven in Jezus is een reis.

Als jij in de trein naar Londen zit, we houden maar even milieubewust,

en je leest in de trein die reisgids waar ik het over had,

dan weet je waar je naartoe gaat.

Dan kijk je niet rond in de treincoupé om je af te vragen: ‘is dit het nu?’

Natuurlijk niet: dit is Londen nog niet, dit is de reis!

Of als je in Londen bent aangekomen,

en toch de massa toeristen naar The London Eye bent gevolgd,

het giga-reuzenrad aan de Theems,

dan ga je je in de wachtrij ook niet beklagen dat het uitzicht tegenvalt:

straks wordt het mooi, daar heb je een lange wachtrij voor over.

 

2.1.         Op reis naar de nieuwe stad

Zo is het met geloven in Jezus ook:

het leven hier en nu is de reis, niet de bestemming.

In de vorige hoofdstukken van Hebreeën komt dit niet voor,

maar vanaf hoofdstuk 10 opeens in elk hoofdstuk.

Daarom kun je de reis naar de nieuwe stad zien

als hoofdthema van het slot van de brief.

In hoofdstuk 10 nog wat verborgen, ‘laten we belijden waarop we hopen’,

en daarna explicieter: Abraham ‘zag uit naar een stad met fundamenten,

door God zelf ontworpen en gebouwd’ – hoofdstuk 11,

wij ‘staan voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God’, - hoofdstuk 12,

en hoofdstuk 13: ‘onze stad is immers niet blijvend,

wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt.’

Christenen zijn op reis naar die nieuwe stad!

 

Daarmee wil ik niet zeggen dat geloven alleen iets is voor de toekomst:

geloven gaat ook gewoon over het dagelijks leven.

En niet alleen over hoe je dan moet leven,

maar ook over dat die toekomst al een beetje is begonnen.

In Hebreeën 10 zie je daar ook iets van terug:

‘dankzij het bloed van Jezus

kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom.’

Er is nú al iets veranderd.

Of Hebreeën 12: ‘u stáát voor de Sionsberg’ – nu al!

Het is allebei waar: geloven is een reis én de toekomst breekt al door.

Maar in Hebreeën 10-13a valt de nadruk op het eerste:

dit leven is de reis, niet de bestemming.

En in corona-tijden is het niet gek je daar bewust van te zijn!

 

Dit deel van Hebreeën kun je in drieën delen.

De 2e helft van hoofdstuk 10, waar het slotdeel mee begint,

kun je zien als een soort inhoudsopgave waar alles wat daarna komt

alvast kort wordt aangestipt.

Hoofdstuk 11 en  het begin van hoofdstuk 12

houden je voor dat je niet de enige bent op reis.

De 2e helft van hoofdstuk 12 en hoofdstuk 13

maken het nog wat praktischer: hoe blijf je op de goede weg?

 

2.2.         Niet de enige op reis

Je bent niet de enige op reis – dat is Hebreeën 11 en 12a.

Denk maar aan die reisgids: die staat vol met ervaringen van anderen.

Dus niet het gelikte reclamepraatje van het Londense toerismebureau,

maar hoe het écht is.

Dat gebeurt in Hebreeën ook.

Er wordt een hele lijst genoemd van mensen die ook op reis zijn gegaan.

Als jij op reis bent, sta je in de rij van Abel, Henoch, Noach, Abraham, Mozes, enzovoort.

En dan staat er in vers 13 en 14: ‘zij allen zijn in geloof gestorven;

wat hun beloofd was, zagen ze geen werkelijkheid worden,

ze hebben slechts een glimp ervan begroet,

en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten.

Door zo te spreken lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een vaderland.’

Ze hadden een doel voor ogen,

zo mooi dat ze hun hele leven op aarde als een reis zagen.

 

Zulke moeilijke reizen zijn wij niet gewend.

Nog niet eens zo heel erg lang geleden

moest je een avonturier zijn om de wereld over te trekken.

Van mensen die emigreerden naar Canada

werd gedacht dat je ze  nooit meer zou zien.

Nu stap je in het vliegtuig, en 9 uur later ben je er.

De wereld ligt aan je voeten.

Alleen de Floortje Dessings van deze wereld

weten nog dat je voor reizen moeite moet doen.

Maar de reis naar de hemelse stad is dus ook zo’n reis die niet vanzelf gaat.

 

Hebreeën wijst daarbij ook op Jezus:

‘denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag,

liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis.’

Dus: ook de reis van Jezus, of beter: júist de reis van Jezus, was zwaar:

aan het kruis, door God verlaten.

Hoe hield Jezus die reis vol?

Net als die mensen die eerder op reis gingen:

door zich te richten op de toekomst,

door te denken aan hoe mooi de bestemming zou zijn.

Die bestemming heeft Jezus bereikt, als eerste,

om zo ook ons het reisdoel te laten bereiken.

 

2.3.         Praktische reistips

Dan, in Hebreeën 12b en 13, wordt het praktischer: hoe reis je?

Een reisgids geeft allerlei tips:

van hoe je je het beste door de stad kunt verplaatsen,

tot of je wel of geen paraplu moet meenemen – in Londen natuurlijk wel…

Zo geeft Hebreeën ook reistips.

Die kun je in drie categorieën verdelen.

Als eerste zijn er aanwijzingen

over dat je als reisgenoten aan elkaar verbonden bent.

Een citytrip naar Londen kun je nog wel in je eentje doen,

maar op de zwaardere reizen kun je niet zonder elkaar.

Zo is het met de christelijke reis ook: je hebt elkaar nodig.

Zelfs als het gevaarlijk is om samen te komen.

Bij de Hebreeën bleven sommige mensen weg uit angst voor vervolging,

en zij worden aangespoord: blijf niet weg, we moeten het samen doen!

Ook nu wij door corona fysiek van elkaar gescheiden worden,

blijft dat staan: we hebben elkaar nodig – juist ook in geloofsopzicht.

Dus  houdt niet alleen contact met elkaar, wat al heel belangrijk is,

maar vraag dan ook naar wat deze hele crisis met je geloof doet.

 

Als tweede zijn er de aanwijzingen over heilig leven.

Als het gaat om seks, als het gaat om geld (dat zijn de twee grote thema’s):

laat je leven nu al beheersen door het leven dat komt.

Als derde zegt Hebreeën: zorg dat Jezus centraal blijft staan.

Daarom die waarschuwing in Hebreeën 10

over dat er geen vergeving is als we willens en wetens blijven zondigen.

Daar kun je een preek op zich over houden,

maar kort gezegd gaat het erom dat je Jezus niet afwijst.

Hebreeën 13 zegt dat ook heel duidelijk: blijf bij Jezus,

in plaats van dat je een eigen versie van geloven maakt.

 

Al die aanwijzingen kun je zo samenvatten: leef voor je bestemming!

Christenen zijn vreemdelingen: als volger van Jezus leef je niet voor deze wereld.

Houd steeds het reisdoel voor ogen, ook als je het nog niet ziet.

Blijf op reis met Jezus!

 

3.    Bestemming voor ogen

Geloven – hoe houdt je het vol?

Leven in een kapotte wereld – hoe houdt je het vol?

Hebreeën zegt: houd de bestemming voor ogen!

Leef niet alsof deze wereld je bestemming is – je bent op reis!

Om het met een oude gospelsong te zeggen:

‘Keep your eyes on the prize, hold on!’ - Houd je ogen op de prijs, houd vol!

(Luistertip: Bruce Springsteen heeft een mooie versie gemaakt,

op YouTube te vinden.)

 

Ook als christen wordt je zomaar door dit leven in beslag genomen.

Je geniet volop van het leven,

je hebt grootse plannen voor de toekomst,

en God mag genoegen nemen met een plekje op de achtergrond.

Eerlijk is eerlijk: dit leven is ook gewoon mooi!

Maar niet de bestemming…

 

Die hele corona-crisis maakt dat maar weer duidelijk:

we hebben het  toch minder goed voor elkaar dan we dachten.

Het blijkt toch wel erg kwetsbaar als het leven in deze wereld jouw einddoel is.

Wat is het een verademing om juist in deze corona-tijden

te beseffen dat dit leven nog maar de reis is, niet de bestemming.

Dan hoef je namelijk niet in paniek te raken over wat er allemaal gebeurt –

en dat geeft je dan weer ruimte om te dienen,

en zo iets van de bestemming te laten zien.

 

Dus: houdt de bestemming voor ogen!

Dat kun je doen door de voorpret te stimuleren.

Ik heb altijd meer zin in de vakantie,

als ik een reisgids doorblader en zie hoe mooi de bestemming is.

Ook de voorpret voor de ‘stad die komt’ kun je stimuleren.

Je kunt natuurlijk lezen over die bestemming, in de bijbel.

Maar wat misschien nog wel dichterbij komt, is muziek.

Zing of luister liederen over die nieuwe wereld.

Bij deze preek vind je daar een aantal suggesties voor.

Zing om de voorpret te voeden,

om de bestemming voor ogen te houden!

Amen.

Hebreeën 10b-13 - DE REIS

Inleiding

Dit is de laatste preek in het Hebreeën-leesproject.

In eerdere preken heb ik de hoofdlijnen laten zien

van Hebreeën 1-4 en Hebreeën 5-10a.

Dat is ook het doel van deze preken: de hoofdlijnen laten zien,

zodat als je zelf de brief aan de Hebreeën leest,

je beter snapt hoe de brief in elkaar zit.

Vandaag staan we stil bij het slot van de brief: Hebreeën 10b-13.

Dus net als vorige week geen specifieke ‘corona-preek’: we duiken de bijbel in,

en komen daar ongetwijfeld wel weer iets tegen

wat in deze vreemde weken relevant is.

 

Wat in Hebreeën 10b-13 steeds terugkomt,

is dat christenen op reis zijn.

Je zou kunnen zeggen: deze hoofdstukken zijn een reisgids.

Als wij met ons gezin op vakantie gaan,

willen we daar altijd een reisgids bij hebben – en het liefst meerdere.

Natuurlijk kun je ook zonder reisgids op pad,

maar dan mis je natuurlijk een groot deel van de voorpret.

Misschien nog wel belangrijker:

reken er maar op dat je ook de mooiste dingen mist.

Zonder reisgids kom je niet veel verder dan de platgetreden paden.

Neem bijvoorbeeld Londen:

alle toeristen weten de Big Ben, Tower Bridge en London Eye te vinden.

Maar er is zoveel meer te zien, mooier en minder toeristisch.

Een reisgids vertelt waar je moet zijn.

 

Maar ook waar je niet moet zijn.

Zonder reisgids kun je in een museum belanden

dat er van buiten heel leuk uit ziet,

maar dat toch echt niet de moeite waard is – de entreeprijs trouwens ook niet.

Een reisgids heeft vaak ook een plattegrond,

zodat je een handige route door de stad kunt nemen.

Zonder die plattegrond loop je heel wat extra kilometers.

 

Tot slot biedt een reisgids ook onmisbare informatie.

Bijvoorbeeld dat de auto’s in Londen links rijden.

Belangrijk bij het oversteken:

de auto’s komen van de kant waar je het niet van verwacht.

Je zult dat maar missen

en vervolgens in een Londense ambulance worden afgevoerd…

Ok, ook zonder reisgids weet je dat soort dingen wel,

maar het is vrij essentiële informatie!

 

Hebreeën 10b-13 zijn dus ook zo’n soort reisgids:

een gids voor de reis naar de stad van God.

Net als een reisgids geeft Hebreeën ervaringsverhalen en praktische aanwijzingen.

Lees daar nu eerst een deel van: Hebreeën 10:19-39 en 12:28-13:8.

 

1.    Is dit het?

1.1.         Hebreeën tot nog toe: Jezus centraal

We zijn aanbeland bij het slot van de brief.

Een goed moment om terug te blikken,

zodat we weer weten waar we in de brief zitten.

Hebreeën is een bijbelboek dat vol is van Jezus.

Dat is míjn grootste ontdekking van dit leesproject.

Ik wist dat Hebreeën een ingewikkeld bijbelboek is

waar steeds een vergelijking wordt getrokken tussen oud en nieuw,

maar dat het hele boek over Jezus gaat en over dat Jezus beter is dan al het andere,

dat was ook voor mij nieuw.

 

Jezus is beter dan profeten en engelen – dat was Hebreeën 1 en 2,

en daarom verdient zijn boodschap alle aandacht.

Jezus is beter dan Mozes – Hebreeën 3 en 4,

hij leidt ons naar het leven waar we naar verlangen.

Jezus is beter dan de priesters – Hebreeën 5-7,

hij is onze tussenpersoon bij God, de beste die we kunnen wensen.

En Jezus is beter dan alle offers samen – Hebreeën 8-10a,

Jezus is de hogepriester die zichzelf offert,

en daarmee een nieuwe relatie met God mogelijk maakt.

Kortom: met Jezus heb je goud in handen!

 

Die boodschap hebben de Hebreeën nodig.

Want ze staan onder druk hun geloof in Jezus op te geven.

Het zijn christenen met een Joodse achtergrond,

en ze dreigen terug te vallen in de klassieke Joodse godsdienst.

Geloven in Jezus kost hen te veel,

ze zijn hun eerste enthousiasme alweer verloren,

zijn het zat dat hun vroegere Joodse vrienden niet meer met hen willen omgaan.

Waarom zouden ze in Jezus blijven geloven?

 

Met die vraag staat dat moeilijke bijbelboek opeens niet meer zo ver weg!

Waarom zou je in Jezus blijven geloven?

Altijd maar weer Jezus, mag het niet wat minder?

We hebben het gehad, in de preek over Hebreeën 1-4,

over een ‘maar-ik-geloof-het-wel’-geloof.

Een geloof waar je in moeilijke tijden op kunt terugvallen,

maar wat verder geen dagelijkse werkelijkheid is.

In de coronacrisis is geloven misschien wel even belangrijker,

maar kun je dat daarna ook vasthouden?

In de preek over Hebreeën 5-10 ging het over een ander gevaar:

dat we op andere manieren dan het kruis bij God proberen te komen.

Bijvoorbeeld door goed te leven, of door van de kerk een systeem te maken.

Hebreeën zegt: Jezus is allesbepalend,

Jezus is het beste dat ons kon overkomen,

dus wees niet zo stom Jezus aan de kant te zetten!

 

1.2.         Wat merk je daar van?

Daar in brief zitten we nu dus.

Ik stel me zo voor dat die Hebreeën met instemming hebben geluisterd:

het was allemaal wat weggezakt,

maar nu ze deze boodschap horen,

weten ze weer waarom ze het nieuws van Jezus

vroeger zo enthousiast hebben aangenomen.

Ze blijven alleen met één vraag zitten:

prachtig wie Jezus is en wat hij voor ons gedaan heeft,

maar wat merken we daar nu van?

De boodschap van Jezus is schitterend, maar wat komt er van terecht?

We worden om Jezus uitgelachen als het mee zit,

en om Jezus in de gevangenis gezet als het tegen zit.

Jezus kwam toch om een nieuw leven te brengen – is dit het nu?

 

De Hebreeën zouden graag zien dat ze hier en nu wat meer merken

van hoe geloven hun leven positief verandert.

Een herkenbaar verlangen.

Als je gelooft in Jezus,

dan wil je ook graag zien welk verschil dat maakt voor jouw leven nu.

En misschien zeggen we wel dat er meer is dan dit leven,

maar in de praktijk vinden we dit leven best belangrijk!

Gaat het christenen er net zo goed om

uit het leven te halen wat er in zit,

om hier en nu gelukkig te zijn, want je leeft maar één keer.

Dus wordt je blijer van een avond Kolonisten van Catan,

van een nieuwe Volvo S60 (of vul je eigen favoriete auto in…),

van een avontuurlijke reis naar Zuid Amerika

of van het einde van de corona-crisis,

dan dat je blij wordt van Jezus.

 

2.    De reis

Daarom introduceert Hebreeën een nieuw beeld: geloven in Jezus is een reis.

Als jij in de trein naar Londen zit, we houden maar even milieubewust,

en je leest in de trein die reisgids waar ik het over had,

dan weet je waar je naartoe gaat.

Dan kijk je niet rond in de treincoupé om je af te vragen: ‘is dit het nu?’

Natuurlijk niet: dit is Londen nog niet, dit is de reis!

Of als je in Londen bent aangekomen,

en toch de massa toeristen naar The London Eye bent gevolgd,

het giga-reuzenrad aan de Theems,

dan ga je je in de wachtrij ook niet beklagen dat het uitzicht tegenvalt:

straks wordt het mooi, daar heb je een lange wachtrij voor over.

 

2.1.         Op reis naar de nieuwe stad

Zo is het met geloven in Jezus ook:

het leven hier en nu is de reis, niet de bestemming.

In de vorige hoofdstukken van Hebreeën komt dit niet voor,

maar vanaf hoofdstuk 10 opeens in elk hoofdstuk.

Daarom kun je de reis naar de nieuwe stad zien

als hoofdthema van het slot van de brief.

In hoofdstuk 10 nog wat verborgen, ‘laten we belijden waarop we hopen’,

en daarna explicieter: Abraham ‘zag uit naar een stad met fundamenten,

door God zelf ontworpen en gebouwd’ – hoofdstuk 11,

wij ‘staan voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God’, - hoofdstuk 12,

en hoofdstuk 13: ‘onze stad is immers niet blijvend,

wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt.’

Christenen zijn op reis naar die nieuwe stad!

 

Daarmee wil ik niet zeggen dat geloven alleen iets is voor de toekomst:

geloven gaat ook gewoon over het dagelijks leven.

En niet alleen over hoe je dan moet leven,

maar ook over dat die toekomst al een beetje is begonnen.

In Hebreeën 10 zie je daar ook iets van terug:

‘dankzij het bloed van Jezus

kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom.’

Er is nú al iets veranderd.

Of Hebreeën 12: ‘u stáát voor de Sionsberg’ – nu al!

Het is allebei waar: geloven is een reis én de toekomst breekt al door.

Maar in Hebreeën 10-13a valt de nadruk op het eerste:

dit leven is de reis, niet de bestemming.

En in corona-tijden is het niet gek je daar bewust van te zijn!

 

Dit deel van Hebreeën kun je in drieën delen.

De 2e helft van hoofdstuk 10, waar het slotdeel mee begint,

kun je zien als een soort inhoudsopgave waar alles wat daarna komt

alvast kort wordt aangestipt.

Hoofdstuk 11 en  het begin van hoofdstuk 12

houden je voor dat je niet de enige bent op reis.

De 2e helft van hoofdstuk 12 en hoofdstuk 13

maken het nog wat praktischer: hoe blijf je op de goede weg?

 

2.2.         Niet de enige op reis

Je bent niet de enige op reis – dat is Hebreeën 11 en 12a.

Denk maar aan die reisgids: die staat vol met ervaringen van anderen.

Dus niet het gelikte reclamepraatje van het Londense toerismebureau,

maar hoe het écht is.

Dat gebeurt in Hebreeën ook.

Er wordt een hele lijst genoemd van mensen die ook op reis zijn gegaan.

Als jij op reis bent, sta je in de rij van Abel, Henoch, Noach, Abraham, Mozes, enzovoort.

En dan staat er in vers 13 en 14: ‘zij allen zijn in geloof gestorven;

wat hun beloofd was, zagen ze geen werkelijkheid worden,

ze hebben slechts een glimp ervan begroet,

en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten.

Door zo te spreken lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een vaderland.’

Ze hadden een doel voor ogen,

zo mooi dat ze hun hele leven op aarde als een reis zagen.

 

Zulke moeilijke reizen zijn wij niet gewend.

Nog niet eens zo heel erg lang geleden

moest je een avonturier zijn om de wereld over te trekken.

Van mensen die emigreerden naar Canada

werd gedacht dat je ze  nooit meer zou zien.

Nu stap je in het vliegtuig, en 9 uur later ben je er.

De wereld ligt aan je voeten.

Alleen de Floortje Dessings van deze wereld

weten nog dat je voor reizen moeite moet doen.

Maar de reis naar de hemelse stad is dus ook zo’n reis die niet vanzelf gaat.

 

Hebreeën wijst daarbij ook op Jezus:

‘denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag,

liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis.’

Dus: ook de reis van Jezus, of beter: júist de reis van Jezus, was zwaar:

aan het kruis, door God verlaten.

Hoe hield Jezus die reis vol?

Net als die mensen die eerder op reis gingen:

door zich te richten op de toekomst,

door te denken aan hoe mooi de bestemming zou zijn.

Die bestemming heeft Jezus bereikt, als eerste,

om zo ook ons het reisdoel te laten bereiken.

 

2.3.         Praktische reistips

Dan, in Hebreeën 12b en 13, wordt het praktischer: hoe reis je?

Een reisgids geeft allerlei tips:

van hoe je je het beste door de stad kunt verplaatsen,

tot of je wel of geen paraplu moet meenemen – in Londen natuurlijk wel…

Zo geeft Hebreeën ook reistips.

Die kun je in drie categorieën verdelen.

Als eerste zijn er aanwijzingen

over dat je als reisgenoten aan elkaar verbonden bent.

Een citytrip naar Londen kun je nog wel in je eentje doen,

maar op de zwaardere reizen kun je niet zonder elkaar.

Zo is het met de christelijke reis ook: je hebt elkaar nodig.

Zelfs als het gevaarlijk is om samen te komen.

Bij de Hebreeën bleven sommige mensen weg uit angst voor vervolging,

en zij worden aangespoord: blijf niet weg, we moeten het samen doen!

Ook nu wij door corona fysiek van elkaar gescheiden worden,

blijft dat staan: we hebben elkaar nodig – juist ook in geloofsopzicht.

Dus  houdt niet alleen contact met elkaar, wat al heel belangrijk is,

maar vraag dan ook naar wat deze hele crisis met je geloof doet.

 

Als tweede zijn er de aanwijzingen over heilig leven.

Als het gaat om seks, als het gaat om geld (dat zijn de twee grote thema’s):

laat je leven nu al beheersen door het leven dat komt.

Als derde zegt Hebreeën: zorg dat Jezus centraal blijft staan.

Daarom die waarschuwing in Hebreeën 10

over dat er geen vergeving is als we willens en wetens blijven zondigen.

Daar kun je een preek op zich over houden,

maar kort gezegd gaat het erom dat je Jezus niet afwijst.

Hebreeën 13 zegt dat ook heel duidelijk: blijf bij Jezus,

in plaats van dat je een eigen versie van geloven maakt.

 

Al die aanwijzingen kun je zo samenvatten: leef voor je bestemming!

Christenen zijn vreemdelingen: als volger van Jezus leef je niet voor deze wereld.

Houd steeds het reisdoel voor ogen, ook als je het nog niet ziet.

Blijf op reis met Jezus!

 

3.    Bestemming voor ogen

Geloven – hoe houdt je het vol?

Leven in een kapotte wereld – hoe houdt je het vol?

Hebreeën zegt: houd de bestemming voor ogen!

Leef niet alsof deze wereld je bestemming is – je bent op reis!

Om het met een oude gospelsong te zeggen:

‘Keep your eyes on the prize, hold on!’ - Houd je ogen op de prijs, houd vol!

(Luistertip: Bruce Springsteen heeft een mooie versie gemaakt,

op YouTube te vinden.)

 

Ook als christen wordt je zomaar door dit leven in beslag genomen.

Je geniet volop van het leven,

je hebt grootse plannen voor de toekomst,

en God mag genoegen nemen met een plekje op de achtergrond.

Eerlijk is eerlijk: dit leven is ook gewoon mooi!

Maar niet de bestemming…

 

Die hele corona-crisis maakt dat maar weer duidelijk:

we hebben het  toch minder goed voor elkaar dan we dachten.

Het blijkt toch wel erg kwetsbaar als het leven in deze wereld jouw einddoel is.

Wat is het een verademing om juist in deze corona-tijden

te beseffen dat dit leven nog maar de reis is, niet de bestemming.

Dan hoef je namelijk niet in paniek te raken over wat er allemaal gebeurt –

en dat geeft je dan weer ruimte om te dienen,

en zo iets van de bestemming te laten zien.

 

Dus: houdt de bestemming voor ogen!

Dat kun je doen door de voorpret te stimuleren.

Ik heb altijd meer zin in de vakantie,

als ik een reisgids doorblader en zie hoe mooi de bestemming is.

Ook de voorpret voor de ‘stad die komt’ kun je stimuleren.

Je kunt natuurlijk lezen over die bestemming, in de bijbel.

Maar wat misschien nog wel dichterbij komt, is muziek.

Zing of luister liederen over die nieuwe wereld.

Bij deze preek vind je daar een aantal suggesties voor.

Zing om de voorpret te voeden,

om de bestemming voor ogen te houden!

Amen.