Preek - Johannes 21 - JEZUS CANCELT NIET

Inleiding

Als mensen de fout in gaan,

is het helemaal hip om ze te cancelen.

We distantiëren ons ervan,

en doen daarna alsof ze nooit bestaan hebben.

 

Om gecanceld te worden, hoef je niet eens zelf de fout in te gaan.

Dat je een Russisch paspoort hebt

kan al voldoende reden zijn om gecanceld te worden.

Kort na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne,

hoorde ik op de radio een liedje van een Russische band.

Na het liedje bood de dj haar excuses aan:

ze had zich even niet gerealiseerd dat dit Russische muziek was.

‘Oeps…’ dacht  ik bij mijzelf, ‘ik speel graag pianomuziek van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski,’

-de naam zegt het al: een echte Rus-

‘moet ik daar dan ook al mee stoppen?’

Misschien scheelt het nog iets dat hij al 125 jaar dood is,

maar ik hoop toch dat mijn buren niet doorhebben dat ik Russische muziek speel.

Dát is dus de cancel-culture.

 

Je komt hem overal tegen.

De Coentunnel moet eigenlijk een andere naam krijgen,

want Jan Pieterszoon Coen was hartstikke fout.

Het liefst wissen we alle sporen naar dat verleden uit.

En Frans van Drimmelen, tot voor kort prominent D66’er,

maar in opspraak geraakt door grensoverschrijdend gedrag,

heeft niet alleen zijn functie in D66 moeten opgeven, maar zelfs zijn lidmaatschap.

Het is dat hem niet verboden kan worden ooit nog D66 te stemmen,

anders was dat ook wel gebeurd –

hij mag zijn stem houden, of desnoods aan Forum geven...

Niemand wil nog met hem geassocieerd worden.

 

Op zich snap ik die cancel culture ook nog wel.

Soms is een duidelijk signaal gewoon nodig.

Het schiet weleens wat door,

maar het is ook wel een terechte vraag

of meneer Coen zo’n fantastische Nederlander was

dat er van alles naar hem vernoemd moet worden.

Maar mijn grootste probleem is dit:

we doen alsof mensen die de fout in gaan, geen mens meer zijn.

Maar wie zegt dan dat jij niet de volgende bent die gecanceld wordt?

Of ik?

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik maak ook fouten!

 

Bij Jezus kom ik gelukkig een heel andere houding tegen.

Jezus had alle reden om zo ongeveer alle mensen te cancelen.

Maar Jezus cancelt niet.

Ook Petrus wordt door Jezus niet gecanceld.

We gaan luisteren naar zijn verhaal: Johannes 21.

 

1.    In de fout

Petrus wordt niet gecanceld.

Op zich was daar wel reden voor: Petrus was fout.

Nee, hij was zeker niet de enige,

maar hij stond heel dicht bij Jezus,

had ook grote woorden over zijn toewijding aan Jezus

-‘ik wil mijn leven voor u geven!’-

en dat maakt het extra pijnlijk dat ook Petrus de fout in ging.

Van die stoere onverschrokkenheid van Petrus

was niets meer over toen Jezus werd gearresteerd

en in een ME-busje werd afgevoerd.

 

Stiekem ging hij erachteraan,

met een grote zonnebril op, en een muts ver over zijn hoofd getrokken,

om maar door niemand herkend te worden.

Zo glipte hij de tuin in van het gebouw waar Jezus berecht werd.

Maar de eerste de beste die hem aansprak,

herkende hem direct als leerling van Jezus.

Petrus ontkende in alle toonaarden en liep snel verder,

naar het kampvuur, waar hij wat kon opwarmen.

Weer kreeg hij die vraag, en nog eens:

‘jij bent toch een leerling van hem, jij was er toch bij?’

Maar Petrus bleef bij zijn verhaal:

hij had geen idee waar ze het over hadden,

misschien zagen ze hem voor iemand anders aan?

Op dat moment kraaide de haan,

en zag Petrus opeens hoe Jezus hem aankeek.

Petrus kon wel door de grond zakken.

 

Inmiddels is Jezus opgestaan.

Petrus heeft hem zelf gezien.

Maar het wil maar geen Pasen worden in Petrus’ leven.

Hij is blij dat Jezus leeft,

maar kan zich er niet zo hartstochtelijk aan overgeven als de oude Petrus.

Er is te veel gebeurd.

Misschien kan hij maar beter gewoon weer visser worden.

 

Ik herken me wel in Petrus.

In zijn passie voor Jezus.

Ik vind het heerlijk om liederen te zingen

met grote woorden over Jezus en mijn toewijding aan hem.

Ik kan stoer doen over dat ik van Jezus houd.

Maar het is ook zo makkelijk gezegd.

Ja, ik houd van Jezus, maar wat schiet ik tekort!

Dan ben ik toch weer bang voor wat mensen van me vinden,

en verstop ik mijn liefde voor Jezus maar even.

Of ik heb gewoon even andere prioriteiten,

dan neem ik me voor goed tijd voor Jezus te nemen,

en dan lees ik 2 minuutjes in de bijbel,

om daarna een halfuur door Facebook te scrollen…

Of dan heb ik grote woorden over hoe we als christenen met elkaar omgaan,

en dan flap ik er toch weer iets kwetsends uit.

Ik doe Jezus pijn, ik doe mensen pijn, ik ben ook fout!

 

2.    Jezus cancelt niet

Het zou niet gek zijn als Petrus en ik gecanceld zouden worden.

Het zou volkomen logisch zijn als Jezus na Pasen besluit schoon schip te maken.

Iedereen die hem heeft laten zitten heeft zijn ware aard laten zien,

en kan daarom gecanceld worden.

Maar Jezus cancelt niet!

 

Petrus is, met een paar andere leerlingen van Jezus, weer aan het vissen geslagen.

Het is zo’n nacht waarin alles tegenzit: nog geen visje zwemt hun netten in.

Dat roept herinneringen op.

De vorige keer dat ze zo’n slechte vangst hadden,

was Jezus in de boot gekomen en had gezegd waar ze hun net moesten uitgooien.

Ze hadden nog nooit zoveel vissen bij elkaar gezien!

Petrus was verbijsterd, en had uitgeroepen:

‘Ga weg van mij Heer, want ik ben een zondig mens.’

Maar Jezus ging niet weg,

hij nodigde Petrus en de anderen juist uit om ‘visser van mensen’ te worden:

vanaf dat moment volgden ze Jezus – je kunt het lezen in Lucas 5.

 

Aan de horizon licht het langzaam op: de nacht is bijna voorbij.

Petrus en zijn vrienden besluiten het hierbij te laten.

Teleurgesteld willen ze de netten opruimen en terugvaren naar de haven.

Maar op de oever staat een man naar hen te zwaaien –

vast een vroege wandelaar.

‘Hebben jullie wat gevangen? Nee? Gooi het net dan eens aan de andere kant uit!’

Nou vooruit, nog één poging dan…

En ja hoor: opeens zit het net zó vol dat ze het niet eens meer de boot in krijgen!

Dan valt het kwartje, eerst bij Johannes, en dan bij de rest: het is Jezus!

 

De geschiedenis herhaalt zich.

En daarmee is dit een verhaal over een hernieuwde roeping.

Toen, zo’n 3 jaar geleden, begon Petrus’ reis met Jezus.

En nu, na alles wat er gebeurt is, nu duidelijk is dat Petrus helemaal gelijk had,

dat Jezus beter van hem weg kan gaan omdat Petrus een zondig mens is,

juist nu roept Jezus opnieuw.

‘Volg mij,’ zegt Jezus wéér, in vers 19.

Petrus wordt niet gecanceld – jij wordt niet gecanceld.

De uitnodiging, ‘volg mij,’ blijft recht overeind staan!

Ben jij de fout in gegaan?

Heb jij Jezus of mensen pijn gedaan?

Jezus nodigt je gewoon uit opnieuw met hem te beginnen!

 

Even later zitten ze op het strand,

rond het vuur dat Jezus al had gemaakt.

Petrus staart naar de vlammen, en krijgt alweer een flashback.

Hij is weer even bij dat kampvuur

waar hij zo zijn best deed om niet ontmaskerd te worden als Jezus-volger.

De herinnering doet pijn.

Petrus werpt een vlugge blik op Jezus – en schaamt zich.

‘Hoe kan ík Jezus nog volgen?’ denkt hij.

Er staat nog iets groots tussen hem en Jezus in.

 

Als iemand de fout in gaat, zie je vaak 2 reacties:

de fout wordt óf weg gerelativeerd, óf de fout wordt reden iemand te cancelen.

Neem bijvoorbeeld Johan Derksen, nog zo’n in opspraak geraakte Nederlander.

Toen hij live op tv vertelden over hoe hij eens een vrouw heeft behandeld,

werd er een oogje toegeknepen:

zijn tafelgenoten konden wel lachen om die kwajongensstreek.

Wat overduidelijk fout was, was daar geen probleem.

De rest van Nederland reageerde juist tegenovergesteld:

Johan Derksen zou nooit meer met zijn kop op tv mogen verschijnen.

We zouden hem eigenlijk ook zijn wikipedia-pagina moeten ontnemen.

Johan Derksen werd gecanceld.

 

Jezus doet geen van beide.

Hij cancelt Petrus niet.

Maar hij doet ook niet alsof er niets gebeurd is.

Als Petrus zijn laatste visgraatje in het vuur gooit, kijkt Jezus hem aan.

‘Simon,’ begint Jezus.

Au, dat doet pijn: zo heette hij vroeger,

maar Jezus had hem een nieuwe naam gegeven.

‘Simon, heb je mij lief, meer dan de anderen?’

Wat is dat nou voor vraag?!

Petrus is zich er maar al te bewust van dat zijn liefde,

op z’n zachtst gezegd, nog wel wat tekortkomingen heeft.

Het past hem nu niet een grote mond over liefde te hebben.

Ongemakkelijk draait Petrus er een beetje omheen:

‘u weet dat ik van u houd.’

Petrus gebruikt een ander woord dan Jezus:

Jezus heeft het over liefde, de liefde die zichzelf geeft,

Petrus gebruikt een veel algemener woord –

want die liefde, zo weet hij nu, kan hij niet waarmaken.

Weer vraagt Jezus het, en nog eens, nu met datzelfde woord als Petrus gebruikt.

Ze kijken elkaar diep in de ogen.

‘Volg mij,’ zegt Jezus.

 

Jezus cancelt niet, Jezus lacht de fout ook niet weg,

maar Jezus komt met kostbare genade.

Genade die niet om de hete brij heen draait,

die de pijn van wat er gebeurd is benoemt,

maar dan ook de hand reikt voor een nieuwe start.

Zodat Petrus niet met zijn schaamte hoeft te blijven rondlopen.

 

Zo wordt het Pasen in Petrus’ leven.

Maria en Tomas gingen hem al voor.

Maria ging weer leven toen ze Jezus herkende.

Tomas raakte zijn diepste angst kwijt toen hij geloofde.

En nu Petrus: hij wordt van zijn schaamte bevrijd.

Hij wordt er een nieuw mens van.

Een man van genade.

Niet meer iemand die zichzelf overschreeuwt,

die voor Jezus zijn uiterste best doet, loeifanatiek,

‘ik zal het wel voor u regelen, Heer,’

maar ergens Jezus ook gebruikt om er zelf beter van te worden.

Die Petrus is weg.

Petrus leert wat genade is, als ervaringsdeskundige.

Zijn bewijsdrang maakt plaats voor oprechte liefde voor Jezus.

 

Ja, die liefde waar Jezus naar vroeg,

en waar Petrus wat omheen draaide.

Jezus vertelt namelijk hoe het met Petrus zal aflopen.

Petrus zal sterven omdat hij voor Jezus staat.

En dat is natuurlijk geen vrolijk vooruitzicht.

Maar ergens is het ook heel mooi.

Jezus zegt ermee: ‘Petrus, je zult die vraag weer krijgen,

of mij kent, of je mij volgt.

Je zult dan weer de kans krijgen te zeggen:

“nee, ik weet niet waar je het over hebt.”

Maar deze keer zul je dat niet doen.

Je zou nog liever voor mij sterven, dan je liefde voor mij verstoppen.

Je zult mij in alles volgen.’

 

Ik zei al: ik lijk op Petrus, meer dan ik wil.

Ik doe Jezus pijn, ik doe mensen pijn.

Dit verhaal geeft mij dan weer moed:

bij Jezus mag ik falen, mag ik onderuit gaan.

Jezus cancelt niet, maar maakt je met genade een nieuw mens!

 

3.    Grace culture

Christenen zijn geen mensen zonder fouten – wél mensen van genade.

Tegenover die keiharde cancel-culture mogen zij iets veel mooiers zetten:

een grace-culture, een cultuur van genade.

 

Dat begint met genade ontvangen:

je fouten niet weglachen, maar erkennen en vergeving vragen.

Aan God, maar ook aan elkaar:

als je iets stoms hebt gezegd, wat afbreekt in plaats van opbouwt,

als je een ander pijn hebt gedaan,

als je het vertrouwen van een ander hebt beschaamd,

als je iemand hebt gekwetst:

doe niet alsof er niets gebeurd is, maar gooi het open, en vraag genade.

 

En wees genadig naar elkaar:

Jezus cancelt niet – wie zijn wij dan om dat wel te doen?

Bij Jezus mag je falen, geef elkaar die ruimte dan ook!

Het is Pasen geweest, genade heeft gewonnen –

laat die genade juist hier, in de kerk, te voelen zijn:

hier wordt je niet afgerekend op je fouten, hoe stom ze ook zijn!

Hier word je niet gecanceld!

Amen.

Johannes 21 - JEZUS CANCELT NIET

Inleiding

Als mensen de fout in gaan,

is het helemaal hip om ze te cancelen.

We distantiëren ons ervan,

en doen daarna alsof ze nooit bestaan hebben.

 

Om gecanceld te worden, hoef je niet eens zelf de fout in te gaan.

Dat je een Russisch paspoort hebt

kan al voldoende reden zijn om gecanceld te worden.

Kort na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne,

hoorde ik op de radio een liedje van een Russische band.

Na het liedje bood de dj haar excuses aan:

ze had zich even niet gerealiseerd dat dit Russische muziek was.

‘Oeps…’ dacht  ik bij mijzelf, ‘ik speel graag pianomuziek van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski,’

-de naam zegt het al: een echte Rus-

‘moet ik daar dan ook al mee stoppen?’

Misschien scheelt het nog iets dat hij al 125 jaar dood is,

maar ik hoop toch dat mijn buren niet doorhebben dat ik Russische muziek speel.

Dát is dus de cancel-culture.

 

Je komt hem overal tegen.

De Coentunnel moet eigenlijk een andere naam krijgen,

want Jan Pieterszoon Coen was hartstikke fout.

Het liefst wissen we alle sporen naar dat verleden uit.

En Frans van Drimmelen, tot voor kort prominent D66’er,

maar in opspraak geraakt door grensoverschrijdend gedrag,

heeft niet alleen zijn functie in D66 moeten opgeven, maar zelfs zijn lidmaatschap.

Het is dat hem niet verboden kan worden ooit nog D66 te stemmen,

anders was dat ook wel gebeurd –

hij mag zijn stem houden, of desnoods aan Forum geven...

Niemand wil nog met hem geassocieerd worden.

 

Op zich snap ik die cancel culture ook nog wel.

Soms is een duidelijk signaal gewoon nodig.

Het schiet weleens wat door,

maar het is ook wel een terechte vraag

of meneer Coen zo’n fantastische Nederlander was

dat er van alles naar hem vernoemd moet worden.

Maar mijn grootste probleem is dit:

we doen alsof mensen die de fout in gaan, geen mens meer zijn.

Maar wie zegt dan dat jij niet de volgende bent die gecanceld wordt?

Of ik?

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik maak ook fouten!

 

Bij Jezus kom ik gelukkig een heel andere houding tegen.

Jezus had alle reden om zo ongeveer alle mensen te cancelen.

Maar Jezus cancelt niet.

Ook Petrus wordt door Jezus niet gecanceld.

We gaan luisteren naar zijn verhaal: Johannes 21.

 

1.    In de fout

Petrus wordt niet gecanceld.

Op zich was daar wel reden voor: Petrus was fout.

Nee, hij was zeker niet de enige,

maar hij stond heel dicht bij Jezus,

had ook grote woorden over zijn toewijding aan Jezus

-‘ik wil mijn leven voor u geven!’-

en dat maakt het extra pijnlijk dat ook Petrus de fout in ging.

Van die stoere onverschrokkenheid van Petrus

was niets meer over toen Jezus werd gearresteerd

en in een ME-busje werd afgevoerd.

 

Stiekem ging hij erachteraan,

met een grote zonnebril op, en een muts ver over zijn hoofd getrokken,

om maar door niemand herkend te worden.

Zo glipte hij de tuin in van het gebouw waar Jezus berecht werd.

Maar de eerste de beste die hem aansprak,

herkende hem direct als leerling van Jezus.

Petrus ontkende in alle toonaarden en liep snel verder,

naar het kampvuur, waar hij wat kon opwarmen.

Weer kreeg hij die vraag, en nog eens:

‘jij bent toch een leerling van hem, jij was er toch bij?’

Maar Petrus bleef bij zijn verhaal:

hij had geen idee waar ze het over hadden,

misschien zagen ze hem voor iemand anders aan?

Op dat moment kraaide de haan,

en zag Petrus opeens hoe Jezus hem aankeek.

Petrus kon wel door de grond zakken.

 

Inmiddels is Jezus opgestaan.

Petrus heeft hem zelf gezien.

Maar het wil maar geen Pasen worden in Petrus’ leven.

Hij is blij dat Jezus leeft,

maar kan zich er niet zo hartstochtelijk aan overgeven als de oude Petrus.

Er is te veel gebeurd.

Misschien kan hij maar beter gewoon weer visser worden.

 

Ik herken me wel in Petrus.

In zijn passie voor Jezus.

Ik vind het heerlijk om liederen te zingen

met grote woorden over Jezus en mijn toewijding aan hem.

Ik kan stoer doen over dat ik van Jezus houd.

Maar het is ook zo makkelijk gezegd.

Ja, ik houd van Jezus, maar wat schiet ik tekort!

Dan ben ik toch weer bang voor wat mensen van me vinden,

en verstop ik mijn liefde voor Jezus maar even.

Of ik heb gewoon even andere prioriteiten,

dan neem ik me voor goed tijd voor Jezus te nemen,

en dan lees ik 2 minuutjes in de bijbel,

om daarna een halfuur door Facebook te scrollen…

Of dan heb ik grote woorden over hoe we als christenen met elkaar omgaan,

en dan flap ik er toch weer iets kwetsends uit.

Ik doe Jezus pijn, ik doe mensen pijn, ik ben ook fout!

 

2.    Jezus cancelt niet

Het zou niet gek zijn als Petrus en ik gecanceld zouden worden.

Het zou volkomen logisch zijn als Jezus na Pasen besluit schoon schip te maken.

Iedereen die hem heeft laten zitten heeft zijn ware aard laten zien,

en kan daarom gecanceld worden.

Maar Jezus cancelt niet!

 

Petrus is, met een paar andere leerlingen van Jezus, weer aan het vissen geslagen.

Het is zo’n nacht waarin alles tegenzit: nog geen visje zwemt hun netten in.

Dat roept herinneringen op.

De vorige keer dat ze zo’n slechte vangst hadden,

was Jezus in de boot gekomen en had gezegd waar ze hun net moesten uitgooien.

Ze hadden nog nooit zoveel vissen bij elkaar gezien!

Petrus was verbijsterd, en had uitgeroepen:

‘Ga weg van mij Heer, want ik ben een zondig mens.’

Maar Jezus ging niet weg,

hij nodigde Petrus en de anderen juist uit om ‘visser van mensen’ te worden:

vanaf dat moment volgden ze Jezus – je kunt het lezen in Lucas 5.

 

Aan de horizon licht het langzaam op: de nacht is bijna voorbij.

Petrus en zijn vrienden besluiten het hierbij te laten.

Teleurgesteld willen ze de netten opruimen en terugvaren naar de haven.

Maar op de oever staat een man naar hen te zwaaien –

vast een vroege wandelaar.

‘Hebben jullie wat gevangen? Nee? Gooi het net dan eens aan de andere kant uit!’

Nou vooruit, nog één poging dan…

En ja hoor: opeens zit het net zó vol dat ze het niet eens meer de boot in krijgen!

Dan valt het kwartje, eerst bij Johannes, en dan bij de rest: het is Jezus!

 

De geschiedenis herhaalt zich.

En daarmee is dit een verhaal over een hernieuwde roeping.

Toen, zo’n 3 jaar geleden, begon Petrus’ reis met Jezus.

En nu, na alles wat er gebeurt is, nu duidelijk is dat Petrus helemaal gelijk had,

dat Jezus beter van hem weg kan gaan omdat Petrus een zondig mens is,

juist nu roept Jezus opnieuw.

‘Volg mij,’ zegt Jezus wéér, in vers 19.

Petrus wordt niet gecanceld – jij wordt niet gecanceld.

De uitnodiging, ‘volg mij,’ blijft recht overeind staan!

Ben jij de fout in gegaan?

Heb jij Jezus of mensen pijn gedaan?

Jezus nodigt je gewoon uit opnieuw met hem te beginnen!

 

Even later zitten ze op het strand,

rond het vuur dat Jezus al had gemaakt.

Petrus staart naar de vlammen, en krijgt alweer een flashback.

Hij is weer even bij dat kampvuur

waar hij zo zijn best deed om niet ontmaskerd te worden als Jezus-volger.

De herinnering doet pijn.

Petrus werpt een vlugge blik op Jezus – en schaamt zich.

‘Hoe kan ík Jezus nog volgen?’ denkt hij.

Er staat nog iets groots tussen hem en Jezus in.

 

Als iemand de fout in gaat, zie je vaak 2 reacties:

de fout wordt óf weg gerelativeerd, óf de fout wordt reden iemand te cancelen.

Neem bijvoorbeeld Johan Derksen, nog zo’n in opspraak geraakte Nederlander.

Toen hij live op tv vertelden over hoe hij eens een vrouw heeft behandeld,

werd er een oogje toegeknepen:

zijn tafelgenoten konden wel lachen om die kwajongensstreek.

Wat overduidelijk fout was, was daar geen probleem.

De rest van Nederland reageerde juist tegenovergesteld:

Johan Derksen zou nooit meer met zijn kop op tv mogen verschijnen.

We zouden hem eigenlijk ook zijn wikipedia-pagina moeten ontnemen.

Johan Derksen werd gecanceld.

 

Jezus doet geen van beide.

Hij cancelt Petrus niet.

Maar hij doet ook niet alsof er niets gebeurd is.

Als Petrus zijn laatste visgraatje in het vuur gooit, kijkt Jezus hem aan.

‘Simon,’ begint Jezus.

Au, dat doet pijn: zo heette hij vroeger,

maar Jezus had hem een nieuwe naam gegeven.

‘Simon, heb je mij lief, meer dan de anderen?’

Wat is dat nou voor vraag?!

Petrus is zich er maar al te bewust van dat zijn liefde,

op z’n zachtst gezegd, nog wel wat tekortkomingen heeft.

Het past hem nu niet een grote mond over liefde te hebben.

Ongemakkelijk draait Petrus er een beetje omheen:

‘u weet dat ik van u houd.’

Petrus gebruikt een ander woord dan Jezus:

Jezus heeft het over liefde, de liefde die zichzelf geeft,

Petrus gebruikt een veel algemener woord –

want die liefde, zo weet hij nu, kan hij niet waarmaken.

Weer vraagt Jezus het, en nog eens, nu met datzelfde woord als Petrus gebruikt.

Ze kijken elkaar diep in de ogen.

‘Volg mij,’ zegt Jezus.

 

Jezus cancelt niet, Jezus lacht de fout ook niet weg,

maar Jezus komt met kostbare genade.

Genade die niet om de hete brij heen draait,

die de pijn van wat er gebeurd is benoemt,

maar dan ook de hand reikt voor een nieuwe start.

Zodat Petrus niet met zijn schaamte hoeft te blijven rondlopen.

 

Zo wordt het Pasen in Petrus’ leven.

Maria en Tomas gingen hem al voor.

Maria ging weer leven toen ze Jezus herkende.

Tomas raakte zijn diepste angst kwijt toen hij geloofde.

En nu Petrus: hij wordt van zijn schaamte bevrijd.

Hij wordt er een nieuw mens van.

Een man van genade.

Niet meer iemand die zichzelf overschreeuwt,

die voor Jezus zijn uiterste best doet, loeifanatiek,

‘ik zal het wel voor u regelen, Heer,’

maar ergens Jezus ook gebruikt om er zelf beter van te worden.

Die Petrus is weg.

Petrus leert wat genade is, als ervaringsdeskundige.

Zijn bewijsdrang maakt plaats voor oprechte liefde voor Jezus.

 

Ja, die liefde waar Jezus naar vroeg,

en waar Petrus wat omheen draaide.

Jezus vertelt namelijk hoe het met Petrus zal aflopen.

Petrus zal sterven omdat hij voor Jezus staat.

En dat is natuurlijk geen vrolijk vooruitzicht.

Maar ergens is het ook heel mooi.

Jezus zegt ermee: ‘Petrus, je zult die vraag weer krijgen,

of mij kent, of je mij volgt.

Je zult dan weer de kans krijgen te zeggen:

“nee, ik weet niet waar je het over hebt.”

Maar deze keer zul je dat niet doen.

Je zou nog liever voor mij sterven, dan je liefde voor mij verstoppen.

Je zult mij in alles volgen.’

 

Ik zei al: ik lijk op Petrus, meer dan ik wil.

Ik doe Jezus pijn, ik doe mensen pijn.

Dit verhaal geeft mij dan weer moed:

bij Jezus mag ik falen, mag ik onderuit gaan.

Jezus cancelt niet, maar maakt je met genade een nieuw mens!

 

3.    Grace culture

Christenen zijn geen mensen zonder fouten – wél mensen van genade.

Tegenover die keiharde cancel-culture mogen zij iets veel mooiers zetten:

een grace-culture, een cultuur van genade.

 

Dat begint met genade ontvangen:

je fouten niet weglachen, maar erkennen en vergeving vragen.

Aan God, maar ook aan elkaar:

als je iets stoms hebt gezegd, wat afbreekt in plaats van opbouwt,

als je een ander pijn hebt gedaan,

als je het vertrouwen van een ander hebt beschaamd,

als je iemand hebt gekwetst:

doe niet alsof er niets gebeurd is, maar gooi het open, en vraag genade.

 

En wees genadig naar elkaar:

Jezus cancelt niet – wie zijn wij dan om dat wel te doen?

Bij Jezus mag je falen, geef elkaar die ruimte dan ook!

Het is Pasen geweest, genade heeft gewonnen –

laat die genade juist hier, in de kerk, te voelen zijn:

hier wordt je niet afgerekend op je fouten, hoe stom ze ook zijn!

Hier word je niet gecanceld!

Amen.