Preek - Marcus 11:12-25 - DE LOCKDOWN

Inleiding

Afgelopen weken heb ik een nieuw woord geleerd: ‘lockdown’.

Tot ongeveer een maand geleden had ik daar nog nooit van gehoord,

laat staan dat ik me er een voorstelling van kon maken,

en waarschijnlijk ben ik niet de enige.

Maar opeens dook het woord overal op.

 

Bij een lockdown wordt het hele land stilgelegd.

Iedereen krijgt huisarrest tot de coronacrisis bezworen is.

Alleen voor de aller- aller- allernoodzakelijkste dingen

mag je, voorzien van de juiste formulieren, je huis uit.

Zo ver is het in Nederland niet gekomen,

maar we zitten er ook niet heel ver van af.

We zijn met z’n allen beland in een soort winterslaap,

met dit verschil dat we niet aan een stuk doorslapen.

Wat zou dat heerlijk zijn trouwens:

lekker gaan slapen om aan het einde van de crisis weer wakker te worden…

Nederland zit niet in een lockdown,

maar het land zit behoorlijk op slot.

 

Met dat in mijn achterhoofd

sloeg ik afgelopen week de bijbel open

bij het gedeelte dat we zo gaan lezen,

over dat Jezus alle bedrijvigheid in de tempel stillegt.

Je kunt het ook zo zeggen: het is de lockdown van de tempel!

Laten we het eerst lezen: Marcus 11:12-25.

 

1.    Vóór de lockdown

In Marcus 11 belanden we in de week voor het Joodse Pesachfeest.

Centrum van het feest is Jeruzalem,

en uit het hele land komen pelgrims naar de tempelstad.

Ook Jezus en zijn vrienden.

Zij vinden onderdak bij vrienden in Betanië,

een klein dorpje op loopafstand van Jeruzalem.

Vanuit Betanië gaan ze elke dag naar Jeruzalem.

 

Gisteren werd Jezus er enthousiast onthaald:

als een koning reed hij de stad in

waar de rode loper voor hem werd uitgerold.

Nou ja, het was allemaal wat geïmproviseerd en amateuristisch,

en de Jeruzalemse elite vindt het maar een schijnvertoning.

Maar reken maar dat achter de schermen

de bobo’s flink zenuwachtig werden.

 

Het gekke is dat Jezus na zijn koninklijke intocht

onverrichterzake afdruipt naar Betanië.

Je zou op zijn minst nog een koninklijke daad verwachten,

maar het enige wat Jezus doet, aldus Marcus,

is dat hij naar de tempel gaat en ‘alles in ogenschouw neemt’.

Jezus kíjkt – dat is alles.

 

Wat ziet Jezus?

Hij ziet een tempel in de drukste week van het jaar.

Er wordt keihard gewerkt om alle pelgrims te geven waar ze voor kwamen.

De Joodse historicus Flavius Josephus, die kort na Jezus leefde,

meldt dat in de week voor Pasen

doorgaans zo’n 255.000 lammetjes werden verhandeld en geofferd in de tempel.

255.000 – wat een omzet wordt daar gedraaid!

De Jeruzalemse economie draait deze week overuren,

en de plaatselijke middenstand pikt haar graantje mee.

Toch is het niet alleen een economisch verhaal:

al die pelgrims zijn gekomen om te vieren dat God bevrijdt.

Hij heeft hen bevrijd uit Egypte, en zal dat weer doen.

In de tempel zijn ze dicht bij God

en kunnen ze hun dagelijkse sores even vergeten.

 

Zó ziet Jeruzalem eruit, vóór de lockdown.

Jeruzalem is druk met belangrijke dingen.

Net als wij, tot een maand geleden.

Ik bedoel, als Jezus een maand geleden op zijn ezel was gestapt

om in ogenschouw te nemen waar wij mee bezig waren,

dan zou hij ook een samenleving zien die overuren draaide.

Economisch zat het mee, er werd goed geld verdiend,

er werden mooie plannen gemaakt

voor allerlei evenementen die inmiddels zijn afgelast,

en onze agenda’s waren lekker gevuld.

In de kerk zag het er niet heel anders uit: ook daar hadden we het druk.

Druk om elke week weer een mooie dienst te hebben,

druk met plannen voor de toekomst.

En geen misverstand daarover: ik geloof niet dat dat verkeerd is.

Maar nu zitten we opeens in een heel andere situatie.

 

2.    De lockdown

De situatie in Jeruzalem verandert ook snel.

Want als Jezus de volgende dag terugkomt in de tempel

blijft het niet bij kijken.

Het koninklijke is er ook wel een beetje vanaf:

Jezus zet het tempelplein behoorlijk op stelten.

Zijn leerlingen weten niet waar ze het moeten zoeken:

deze kant van Jezus hadden ze nog niet eerder gezien!

Ze kenden Jezus als iemand die op het scherpst van de snede kon discussiëren,

maar daarbij nooit in de verleiding kwam met zijn handen te vechten.

Nu zien ze een heel andere Jezus – en dat is best beangstigend!

 

De eerste de beste geldwisselaar die Jezus ziet, moet eraan geloven.

Geldwisselaars waren nodig omdat je natuurlijk niet met Romeins geld,

met daarop een afbeelding van de keizer van Rome,

kunt betalen in het huis van God.

Daarom was er speciaal tempelgeld in de omloop,

verkrijgbaar bij de vele geldwisselaars –

voor wie het overigens een lucratieve business was.

Hoe dan ook: Jezus beent op een geldwisselaar af,

geeft de beste man niet eens de kans wat te zeggen,

en kiepert zijn tafel omver.

De munten rollen alle kanten op.

Jezus trekt zich er niets van aan:

vanuit zijn ooghoek heeft hij zijn volgende doelwit al gevonden.

Jezus laat een spoor van vernieling achter.

 

Dit is niet zomaar een Jezus die zich niet langer kan inhouden

en in zijn machteloosheid dingen doet

die hij niet zou doen als hij even tot 10 had geteld.

In dat geval zou het wel anders zijn afgelopen.

Het tempelplein was best groot én werd bewaakt door de tempelpolitie.

Jezus zou direct gestopt zijn en zijn afgevoerd naar het cellencomplex,

om daar eerst maar eens even af te koelen.

 

In plaats daarvan komt het hele tempelplein stil te liggen.

Iedereen kijkt naar Jezus, en niemand legt hem een strobreed in de weg.

Het hele volk, zegt Marcus, was in de ban van Jezus.

En de hotemetoten? Die werden bang.

Jezus laat hier iets zien van zijn grootheid.

Hij straalt uit: deze tempel is van mij, dit is het huis van míjn Vader,

en daarom heb ik álle recht deze toko te sluiten.

Want daar komt het uiteindelijk op neer:

Jezus legt het hele tempelbedrijf stil – het is  een lockdown.

Jezus maakt duidelijk, deze keer niet met woorden maar met zijn optreden,

dat het klaar is met de tempel

en met alles wat mensen daar in de loop der jaren omheen hebben bedacht.

Jezus stopt de handel, stopt het offeren: hij legt de tempel plat.

Dit is een tempel-lockdown.

 

Natuurlijk zijn er grote verschillen met onze situatie.

Bijvoorbeeld dat Jezus wel duidelijk maakt

dat het klaar is  met het hele tempelsysteem,

dat het voor God heeft afgedaan,

maar de volgende dag is de tempel weer gewoon geopend.

De lockdown wil nog niet zo goed doordringen.

Nog een belangrijker verschil:

deze tempel-lockdown is heel duidelijk een daad van Jezus.

Maar ik zou niet durven beweren dat corona

en alle maatregelen die daarna getroffen zijn

door God op ons zijn afgestuurd.

De bijna-lockdown waar wij in zitten,

kun je niet zomaar duiden als Gods oordeel over ons.

 

Maar het effect is wel vergelijkbaar – en daar gaat het me nu om.

Daar in de Jeruzalem legt Jezus de tempeleconomie én de godsdienst stil.

En dat gebeurt bij ons ook:

de economie ligt stil, maar de vertrouwde vormen van kerkzijn net zo goed.

Net als toen wordt alles wat veilig en vertrouwd is stilgezet,

worden al onze zekerheden eens goed opgeschud.

Dat dwingt ons om eens goed na te denken over de vraag:

waar zijn we eigenlijk mee bezig?

 

In de tempel is er alle reden die vraag te stellen.

Midden in de ravage neemt Jezus het woord:

‘dit huis moet een huis van gebed voor alle volken zijn,

maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt.’

Die geldwisselaars en handelaren zijn daar maar een klein onderdeel van.

Het probleem met de tempel zit vele malen dieper.

De tempel is een bolwerk van de Joodse identiteit geworden.

In de wereld regeren de Romeinen, maar hier in de tempel is alles Joods.

Dat was nooit de bedoeling: het moest een gebedshuis zijn voor alle volken!

In de tempel gaat het niet meer om God,

het gaat om het behoud van de Joodse identiteit.

Bovendien vormen de leiders van de tempel een corrupte kliek:

zij ontlenen veel status aan hun positie en verdienen er goed aan.

Wordt hun positie bedreigd, zoals door Jezus, dan gaan zij over lijken.

Kortom: het is een rovershol.

 

Ook op een andere manier maakt Jezus duidelijk wat er mis is met de tempel.

Misschien is het  je al opgevallen dat het verhaal over de tempel-lockdown

ingeklemd zit tussen een verhaal over een vervloekte vijgenboom.

Dat is niet toevallig: die vijgenboom legt uit wat Jezus in de tempel doet.

Die vijgenboom is een soort gelijkenis,

alleen vertelt Jezus hem deze keer niet, hij dóet hem.

Het probleem met de vijgenboom is dat er geen vijgen aan zitten.

Nu was dat ook niet te verwachten, het is nog geen vijgentijd,

maar ook het beginnetje van de vijgenvrucht werd gegeten.

Als Jezus daarnaar zoekt, is het tevergeefs.

De vijgenboom draagt geen vrucht, nog geen begin, en is daarom nutteloos.

Zo is het met de tempel ook: die draagt geen vrucht,

die brengt geen recht en vrede voort, zelfs geen begin ervan.

En daarom is het klaar met de tempel.

De tempel was bedoeld als plek om God te ontmoeten,

maar is het tegenovergestelde geworden:

een plek die de omgang met God in de weg staat.

Daarom sluit Jezus de tempel.

(Daarom nodigt Jezus zijn leerlingen ook uit

te bidden dat 'die berg' in zee wordt gestort:

dat gaat over de tempelberg!)

 

Ik zei al: dat kun je van onze bijna-lockdown niet zo zeggen.

Ik geloof niet dat Jezus ons land nu op slot zet.

Maar nu het gebeurt, is het wel een goed moment om na te denken:

wat moet bij ons eigenlijk opgeruimd?

In de samenleving: wat zijn de dingen die recht en vrede maar in de weg staan?

In de kerk: wat is overbodige ballast,

waarmee we het zicht op God alleen maar belemmeren?

En in je eigen leven: wat staat jou in de weg om vrucht te dragen?

Ik hoop dat we na deze hele crisis

niet gewoon ons oude leventje weer oppakken alsof er niets gebeurd is,

maar ervan leren, erdoor gelouterd worden.

 

Ik hoop dat deze hele situatie je dichter bij Jezus brengt.

Daar gaat het Jezus in de tempel al om.

Hij sluit de tempel – want de tempel is niet meer nodig!

Als je contact met God wilt hebben,

dan hoef je niet langer in de tempel te zijn: dan moet je bij Jezus zijn!

Jezus komt in de plaats van de tempel.

 

In Nederland kan deze weken veel niet.

Maar met Jezus omgaan: dat kan wel!

Dat blijft, hoe de situatie ook is.

Corona heeft ons uit onze systemen gehaald – net als Jezus in de tempel doet.

Corona daagt je uit je houvast  niet te zoeken

in hoe de economie ervoor staat of in manieren en uiterlijkheden,

maar om terug te gaan naar Jezus en te bidden – terug naar de basis.

Want we kunnen even weinig anders – en dat is helemaal niet zo erg!

 

3.     Naar Jezus

Maar dat gaat niet vanzelf.

Dat merk ik zelf ook.

Alles is deze weken gek,

in mijn geval stuiteren er ook nog drie kinderen in huis,

dus ik merk dat ik het juist moeilijk vindt

om in deze weken een moment te vinden

om in alle rust bij God te zijn en te bidden.

 

Tegelijk: het wordt je juist deze weken ook weer gemakkelijk gemaakt.

Overal duiken mooie christelijke initiatieven op.

Van een dagelijks gebed op zaansekerken.nl

tot gratis theologie op weetwatjegelooft.nl.

Van allerlei podcasts tot een dagelijkse Henkie Show,

een kinderprogramma van Matthijs Vlaardingerbroek.

En er staan zoveel kerkdiensten online,

dat je de hele zondag er met gemak mee door kunt komen.

 

Je kunt je tijd besteden aan elk halfuur het NOS liveblog volgen

en aan het kunnen dromen van de statistieken,

maar die tijd kun je ook anders besteden: aan het zoeken naar Jezus.

Bovendien vind je in het laatste nieuws geen zekerheid –

bij Jezus wel!

Laten we daarom naar hem gaan en bidden.

(Gebed)

Marcus 11:12-25 - DE LOCKDOWN

Inleiding

Afgelopen weken heb ik een nieuw woord geleerd: ‘lockdown’.

Tot ongeveer een maand geleden had ik daar nog nooit van gehoord,

laat staan dat ik me er een voorstelling van kon maken,

en waarschijnlijk ben ik niet de enige.

Maar opeens dook het woord overal op.

 

Bij een lockdown wordt het hele land stilgelegd.

Iedereen krijgt huisarrest tot de coronacrisis bezworen is.

Alleen voor de aller- aller- allernoodzakelijkste dingen

mag je, voorzien van de juiste formulieren, je huis uit.

Zo ver is het in Nederland niet gekomen,

maar we zitten er ook niet heel ver van af.

We zijn met z’n allen beland in een soort winterslaap,

met dit verschil dat we niet aan een stuk doorslapen.

Wat zou dat heerlijk zijn trouwens:

lekker gaan slapen om aan het einde van de crisis weer wakker te worden…

Nederland zit niet in een lockdown,

maar het land zit behoorlijk op slot.

 

Met dat in mijn achterhoofd

sloeg ik afgelopen week de bijbel open

bij het gedeelte dat we zo gaan lezen,

over dat Jezus alle bedrijvigheid in de tempel stillegt.

Je kunt het ook zo zeggen: het is de lockdown van de tempel!

Laten we het eerst lezen: Marcus 11:12-25.

 

1.    Vóór de lockdown

In Marcus 11 belanden we in de week voor het Joodse Pesachfeest.

Centrum van het feest is Jeruzalem,

en uit het hele land komen pelgrims naar de tempelstad.

Ook Jezus en zijn vrienden.

Zij vinden onderdak bij vrienden in Betanië,

een klein dorpje op loopafstand van Jeruzalem.

Vanuit Betanië gaan ze elke dag naar Jeruzalem.

 

Gisteren werd Jezus er enthousiast onthaald:

als een koning reed hij de stad in

waar de rode loper voor hem werd uitgerold.

Nou ja, het was allemaal wat geïmproviseerd en amateuristisch,

en de Jeruzalemse elite vindt het maar een schijnvertoning.

Maar reken maar dat achter de schermen

de bobo’s flink zenuwachtig werden.

 

Het gekke is dat Jezus na zijn koninklijke intocht

onverrichterzake afdruipt naar Betanië.

Je zou op zijn minst nog een koninklijke daad verwachten,

maar het enige wat Jezus doet, aldus Marcus,

is dat hij naar de tempel gaat en ‘alles in ogenschouw neemt’.

Jezus kíjkt – dat is alles.

 

Wat ziet Jezus?

Hij ziet een tempel in de drukste week van het jaar.

Er wordt keihard gewerkt om alle pelgrims te geven waar ze voor kwamen.

De Joodse historicus Flavius Josephus, die kort na Jezus leefde,

meldt dat in de week voor Pasen

doorgaans zo’n 255.000 lammetjes werden verhandeld en geofferd in de tempel.

255.000 – wat een omzet wordt daar gedraaid!

De Jeruzalemse economie draait deze week overuren,

en de plaatselijke middenstand pikt haar graantje mee.

Toch is het niet alleen een economisch verhaal:

al die pelgrims zijn gekomen om te vieren dat God bevrijdt.

Hij heeft hen bevrijd uit Egypte, en zal dat weer doen.

In de tempel zijn ze dicht bij God

en kunnen ze hun dagelijkse sores even vergeten.

 

Zó ziet Jeruzalem eruit, vóór de lockdown.

Jeruzalem is druk met belangrijke dingen.

Net als wij, tot een maand geleden.

Ik bedoel, als Jezus een maand geleden op zijn ezel was gestapt

om in ogenschouw te nemen waar wij mee bezig waren,

dan zou hij ook een samenleving zien die overuren draaide.

Economisch zat het mee, er werd goed geld verdiend,

er werden mooie plannen gemaakt

voor allerlei evenementen die inmiddels zijn afgelast,

en onze agenda’s waren lekker gevuld.

In de kerk zag het er niet heel anders uit: ook daar hadden we het druk.

Druk om elke week weer een mooie dienst te hebben,

druk met plannen voor de toekomst.

En geen misverstand daarover: ik geloof niet dat dat verkeerd is.

Maar nu zitten we opeens in een heel andere situatie.

 

2.    De lockdown

De situatie in Jeruzalem verandert ook snel.

Want als Jezus de volgende dag terugkomt in de tempel

blijft het niet bij kijken.

Het koninklijke is er ook wel een beetje vanaf:

Jezus zet het tempelplein behoorlijk op stelten.

Zijn leerlingen weten niet waar ze het moeten zoeken:

deze kant van Jezus hadden ze nog niet eerder gezien!

Ze kenden Jezus als iemand die op het scherpst van de snede kon discussiëren,

maar daarbij nooit in de verleiding kwam met zijn handen te vechten.

Nu zien ze een heel andere Jezus – en dat is best beangstigend!

 

De eerste de beste geldwisselaar die Jezus ziet, moet eraan geloven.

Geldwisselaars waren nodig omdat je natuurlijk niet met Romeins geld,

met daarop een afbeelding van de keizer van Rome,

kunt betalen in het huis van God.

Daarom was er speciaal tempelgeld in de omloop,

verkrijgbaar bij de vele geldwisselaars –

voor wie het overigens een lucratieve business was.

Hoe dan ook: Jezus beent op een geldwisselaar af,

geeft de beste man niet eens de kans wat te zeggen,

en kiepert zijn tafel omver.

De munten rollen alle kanten op.

Jezus trekt zich er niets van aan:

vanuit zijn ooghoek heeft hij zijn volgende doelwit al gevonden.

Jezus laat een spoor van vernieling achter.

 

Dit is niet zomaar een Jezus die zich niet langer kan inhouden

en in zijn machteloosheid dingen doet

die hij niet zou doen als hij even tot 10 had geteld.

In dat geval zou het wel anders zijn afgelopen.

Het tempelplein was best groot én werd bewaakt door de tempelpolitie.

Jezus zou direct gestopt zijn en zijn afgevoerd naar het cellencomplex,

om daar eerst maar eens even af te koelen.

 

In plaats daarvan komt het hele tempelplein stil te liggen.

Iedereen kijkt naar Jezus, en niemand legt hem een strobreed in de weg.

Het hele volk, zegt Marcus, was in de ban van Jezus.

En de hotemetoten? Die werden bang.

Jezus laat hier iets zien van zijn grootheid.

Hij straalt uit: deze tempel is van mij, dit is het huis van míjn Vader,

en daarom heb ik álle recht deze toko te sluiten.

Want daar komt het uiteindelijk op neer:

Jezus legt het hele tempelbedrijf stil – het is  een lockdown.

Jezus maakt duidelijk, deze keer niet met woorden maar met zijn optreden,

dat het klaar is met de tempel

en met alles wat mensen daar in de loop der jaren omheen hebben bedacht.

Jezus stopt de handel, stopt het offeren: hij legt de tempel plat.

Dit is een tempel-lockdown.

 

Natuurlijk zijn er grote verschillen met onze situatie.

Bijvoorbeeld dat Jezus wel duidelijk maakt

dat het klaar is  met het hele tempelsysteem,

dat het voor God heeft afgedaan,

maar de volgende dag is de tempel weer gewoon geopend.

De lockdown wil nog niet zo goed doordringen.

Nog een belangrijker verschil:

deze tempel-lockdown is heel duidelijk een daad van Jezus.

Maar ik zou niet durven beweren dat corona

en alle maatregelen die daarna getroffen zijn

door God op ons zijn afgestuurd.

De bijna-lockdown waar wij in zitten,

kun je niet zomaar duiden als Gods oordeel over ons.

 

Maar het effect is wel vergelijkbaar – en daar gaat het me nu om.

Daar in de Jeruzalem legt Jezus de tempeleconomie én de godsdienst stil.

En dat gebeurt bij ons ook:

de economie ligt stil, maar de vertrouwde vormen van kerkzijn net zo goed.

Net als toen wordt alles wat veilig en vertrouwd is stilgezet,

worden al onze zekerheden eens goed opgeschud.

Dat dwingt ons om eens goed na te denken over de vraag:

waar zijn we eigenlijk mee bezig?

 

In de tempel is er alle reden die vraag te stellen.

Midden in de ravage neemt Jezus het woord:

‘dit huis moet een huis van gebed voor alle volken zijn,

maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt.’

Die geldwisselaars en handelaren zijn daar maar een klein onderdeel van.

Het probleem met de tempel zit vele malen dieper.

De tempel is een bolwerk van de Joodse identiteit geworden.

In de wereld regeren de Romeinen, maar hier in de tempel is alles Joods.

Dat was nooit de bedoeling: het moest een gebedshuis zijn voor alle volken!

In de tempel gaat het niet meer om God,

het gaat om het behoud van de Joodse identiteit.

Bovendien vormen de leiders van de tempel een corrupte kliek:

zij ontlenen veel status aan hun positie en verdienen er goed aan.

Wordt hun positie bedreigd, zoals door Jezus, dan gaan zij over lijken.

Kortom: het is een rovershol.

 

Ook op een andere manier maakt Jezus duidelijk wat er mis is met de tempel.

Misschien is het  je al opgevallen dat het verhaal over de tempel-lockdown

ingeklemd zit tussen een verhaal over een vervloekte vijgenboom.

Dat is niet toevallig: die vijgenboom legt uit wat Jezus in de tempel doet.

Die vijgenboom is een soort gelijkenis,

alleen vertelt Jezus hem deze keer niet, hij dóet hem.

Het probleem met de vijgenboom is dat er geen vijgen aan zitten.

Nu was dat ook niet te verwachten, het is nog geen vijgentijd,

maar ook het beginnetje van de vijgenvrucht werd gegeten.

Als Jezus daarnaar zoekt, is het tevergeefs.

De vijgenboom draagt geen vrucht, nog geen begin, en is daarom nutteloos.

Zo is het met de tempel ook: die draagt geen vrucht,

die brengt geen recht en vrede voort, zelfs geen begin ervan.

En daarom is het klaar met de tempel.

De tempel was bedoeld als plek om God te ontmoeten,

maar is het tegenovergestelde geworden:

een plek die de omgang met God in de weg staat.

Daarom sluit Jezus de tempel.

(Daarom nodigt Jezus zijn leerlingen ook uit

te bidden dat 'die berg' in zee wordt gestort:

dat gaat over de tempelberg!)

 

Ik zei al: dat kun je van onze bijna-lockdown niet zo zeggen.

Ik geloof niet dat Jezus ons land nu op slot zet.

Maar nu het gebeurt, is het wel een goed moment om na te denken:

wat moet bij ons eigenlijk opgeruimd?

In de samenleving: wat zijn de dingen die recht en vrede maar in de weg staan?

In de kerk: wat is overbodige ballast,

waarmee we het zicht op God alleen maar belemmeren?

En in je eigen leven: wat staat jou in de weg om vrucht te dragen?

Ik hoop dat we na deze hele crisis

niet gewoon ons oude leventje weer oppakken alsof er niets gebeurd is,

maar ervan leren, erdoor gelouterd worden.

 

Ik hoop dat deze hele situatie je dichter bij Jezus brengt.

Daar gaat het Jezus in de tempel al om.

Hij sluit de tempel – want de tempel is niet meer nodig!

Als je contact met God wilt hebben,

dan hoef je niet langer in de tempel te zijn: dan moet je bij Jezus zijn!

Jezus komt in de plaats van de tempel.

 

In Nederland kan deze weken veel niet.

Maar met Jezus omgaan: dat kan wel!

Dat blijft, hoe de situatie ook is.

Corona heeft ons uit onze systemen gehaald – net als Jezus in de tempel doet.

Corona daagt je uit je houvast  niet te zoeken

in hoe de economie ervoor staat of in manieren en uiterlijkheden,

maar om terug te gaan naar Jezus en te bidden – terug naar de basis.

Want we kunnen even weinig anders – en dat is helemaal niet zo erg!

 

3.     Naar Jezus

Maar dat gaat niet vanzelf.

Dat merk ik zelf ook.

Alles is deze weken gek,

in mijn geval stuiteren er ook nog drie kinderen in huis,

dus ik merk dat ik het juist moeilijk vindt

om in deze weken een moment te vinden

om in alle rust bij God te zijn en te bidden.

 

Tegelijk: het wordt je juist deze weken ook weer gemakkelijk gemaakt.

Overal duiken mooie christelijke initiatieven op.

Van een dagelijks gebed op zaansekerken.nl

tot gratis theologie op weetwatjegelooft.nl.

Van allerlei podcasts tot een dagelijkse Henkie Show,

een kinderprogramma van Matthijs Vlaardingerbroek.

En er staan zoveel kerkdiensten online,

dat je de hele zondag er met gemak mee door kunt komen.

 

Je kunt je tijd besteden aan elk halfuur het NOS liveblog volgen

en aan het kunnen dromen van de statistieken,

maar die tijd kun je ook anders besteden: aan het zoeken naar Jezus.

Bovendien vind je in het laatste nieuws geen zekerheid –

bij Jezus wel!

Laten we daarom naar hem gaan en bidden.

(Gebed)