Preek - Matteüs 13b - ANDERS

Inleiding

Er zijn onderwerpen,

die kun je maar beter vermijden als je het een beetje gezellig wilt houden.

Gelukkig ben ik niet aangenomen om het gezellig te houden,

dus laten we het eens over de politiek hebben.

Iedereen vindt wel iets van de politiek, en vaak is dat niet heel positief.

 

Het leuke van de Nederlandse politiek

is dat als jij denkt: ‘dat kan ik beter’,

dat je dan gewoon je eigen partij kunt oprichten en mee kunt doen.

Dus laten we een partij oprichten.

De Partij voor de Dieren bestaat al,

maar er is nog niemand op het idee gekomen

een Partij voor de Mensen op te richten – dus in dat gat springen wij.

Goed, we hebben een partijnaam, ik werp me wel op als partijleider,

nu nog wat standpunten.

Dat moeten natuurlijk wel een beetje aantrekkelijke ideeën zijn,

anders stemt geen mens op de Partij voor de Mensen.

Dus laten we om te beginnen corona afschaffen.

Ik bedoel, daar snakt iedereen naar, dus dat is een veilig standpunt.

Stem op de Partij voor de Mensen,

en binnen een maand is iedereen gevaccineerd en kan de samenleving open.

We zouden de Partij voor de Mensen niet zijn

als we geen oog hadden voor de menselijke maat,

dus dat is standpunt 2: wij staan voor een nieuwe bestuurscultuur…

Mensen stemmen met hun eigen portemonnee in gedachten,

dus alle mensen in Nederland krijgen 5000 euro als wij aan de macht komen.

 

Stel je nou even voor dat de Nederlandse kiezer hier in trapt.

Ik heb de Nederlandse kiezer hoger zitten hoor –

gewoon even als gedachte-experiment.

Dan moeten we het natuurlijk gaan waarmaken!

Lang verhaal kort: na een half jaar is Nederland onze praatjes zat,

we treden af, er worden vervroegde verkiezingen uitgeschreven,

en dat is het einde van onze partij.

Zo gaat dat: als je verandering belooft, maar er komt niets van terecht,

dan wordt je daar op afgerekend.

 

Jezus belooft ook verandering.

Nee, hij richt geen partij op – maar het zit er niet eens zo ver vandaan:

met Jezus begint het koninkrijk van God!

Maar van die veranderingen die Jezus belooft,

lijkt niet zoveel terecht te komen…

Komt er nog eens wat van?

Daarover vertelt Jezus in Matteüs 13.

De eerste helft hebben we 2 weken geleden gehad,

vandaag luisteren we naar de tweede helft.

Samengevat zegt Jezus: ‘mijn koninkrijk is anders dan je denkt.’

We luisteren naar Matteüs 13:24-52.

 

1.   Waar blijft Gods koninkrijk?

Dat waren veel verhalen – 6 om precies te zijn.

Jezus is nog niet klaar met het ene verhaal, of het volgende komt er al overheen.

Waar gaat dit allemaal over?

Nou, al deze verhalen gaan over het koninkrijk van God.

Misschien is het je opgevallen dat elk verhaal begint met: ‘het is met het koninkrijk…’

Kort gezegd is dat koninkrijk de wereld waar God regeert,

de wereld waar het kwaad geen enkele invloed meer heeft.

 

Dit is niet de eerste keer dat Jezus dat koninkrijk noemt.

Zijn optreden in Israël begint ermee – Matteüs 4:

‘Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging:

“Kom tot inkeer”, zei hij, “want het koninkrijk van de hemel is nabij.”’

Vanaf dat moment is dat koninkrijk de rode draad

in alles wat Jezus zegt en doet.

‘Met mij,’ zegt Jezus, ‘begint die nieuwe wereld waar God regeert,

en waar het kwaad roemloos moet afdruipen.’

 

Dat koninkrijk is zo politiek als wat.

Jezus zit vol maatschappijkritiek,

is messcherp over alles wat in de wereld niet deugt,

en verkondigt dat het onder Gods regering er heel anders aan toe gaat.

Jezus lijkt wel een politicus op campagne:

als je voor mij kiest, wordt alles anders!

Geen wonder dat de leiders van de toenmalige wereld

de zenuwen van Jezus krijgen.

Dat zouden ze niet krijgen

als Jezus keurig de scheiding tussen kerk en staat zou respecteren.

Nee: de ideeën van Jezus over een eerlijke samenleving zijn politiek explosief.

De ideeën van de kerk zouden dat ook best wat meer mogen zijn…

 

Probleem is alleen de realiteit.

Jezus is al een aardige tijd op campagne, om maar even in dat beeld te blijven,

hij heeft heel wat stemmers achter zich gekregen, maar er verandert niets.

Het volk is op Jezus’ hand, maar Jezus doet niets –

hij praat wel, maar hij grijpt de macht niet.

Komt er nog eens wat van?!

 

Het zou natuurlijk kunnen dat dat gewoon wat meer tijd nodig heeft.

Maar dan zou je verwachten dat het na Pasen toch echt begint.

Ik bedoel, Pasen is dat Jezus overwinnaar is, dat hij het kwaad verslagen heeft.

‘Kom maar op met dat rijk!’ denk ik dan.

Jezus’ leerlingen trouwens ook.

In Handelingen 1, direct voor Jezus’ hemelvaart, vragen ze nog:

‘gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’

Maar zo’n 2000 jaar later lijkt het er nog steeds niet op…

Het kwaad grijpt om zich heen,

de wereld is zo onrechtvaardig als wat,

en de vrede is ver te zoeken.

Zelfs de Nederlandse politiek, die over het algemeen heel beschaafd is,

en altijd zoekt naar een mooie middenweg,

met een premier die zo gewoon is gebleven dat hij op de fiets naar zijn werk gaat,

zelfs daar blijken allerlei intriges te spelen

en is de menselijke maat vaak ver te zoeken.

Waar blijft dat koninkrijk waar Jezus zo vol van is?

 

2.   Het koninkrijk is anders

In de verhalen in Matteüs 13 geeft Jezus antwoord:

‘dat jullie het koninkrijk niet zien, betekent nog niet dat het er niet is!

Jullie hebben verkeerde verwachtingen: het koninkrijk is anders dan je denkt.

Het is met het koninkrijk…’

En dan begint Jezus te vertellen, 6 verhalen,

waarin hij laat zien hoe anders het koninkrijk van God is.

Ik heb er 3 dingen uitgehaald die ik met jullie wil delen.

 

Eén: het koninkrijk van God groeit tussen het kwaad door.

Dat is het punt van zowel het eerste verhaal dat Jezus vertelt,

over het onkruid tussen het graan,

als van het laatste verhaal dat Jezus vertelt,

over de goede en slechte vissen.

 

‘Er was eens een boer,’ vertelt Jezus, ‘en die boer had een concurrent.’

Nu kunnen concurrenten heel vriendelijk met elkaar omgaan,

maar tussen concurrenten kan het ook oorlog zijn,

en daarbij kunnen ze de smerigste tactieken gebruiken –

zoals negatieve neprecensies op internet plaatsen.

Zo’n concurrent heeft de boer uit ons verhaal.

Jezus vertelt verder: ‘de boer zaaide zijn land in,

en na een dag hard werken viel hij diep in slaap.

Die nacht ging zijn concurrent aan de slag.

Ook hij zaaide op het land van onze boer, maar hij zaaide onkruid.’

Op dat moment schreeuwt iemand uit Jezus’ publiek: ‘wat een lage streek!’

En dat was het: dit onkruid is zelfs door kenners niet van graan te onderscheiden,

maar als je hier brood van gaat bakken, kun je het weggooien.

 

En daar lijkt het koninkrijk dus op!

Het koninkrijk van God is er echt wel, maar het onkruid staat ertussen.

Goed en kwaad bestaan vooralsnog naast elkaar.

Je kunt wel met agressieve onkruidverdelger los gaan op het land,

maar daar wordt het niet beter van: met het onkruid vernietig je ook het graan.

God roeit het kwaad in deze wereld nog niet uit,

want dan wordt de wereld één doodse woestijn.

God wacht, tot het tijd is om te oogsten –

dán kan hij het onkruid weghalen zonder zijn koninkrijk te vernietigen.

Met dit verhaal zegt Jezus: ‘heb geduld!

Ja, overal in de wereld zie je dat het kwaad om zich heen grijpt.

Maar tussen het kwaad groeit mijn rijk – en het zal winnen!’

 

Dan het tweede: het koninkrijk lijkt dood, maar schijn bedriegt.

Daarover gaan verhaal twee en drie,

over het mosterdzaadje en over het zuurdesem.

‘Er was eens een vrouw,’ vertelt Jezus, ‘die een beetje zuurdesem nam,

en het mengde met 3 zakken meel.’

Als je het zuurdesem dan nog weet te vinden, ben je een heel knappe speurneus!

Het lijkt verdwenen, maar als je wel eens brood hebt gebakken, of pizza,

dan weet je wel beter.

Je kunt wel proberen het gist of het zuurdesem te begraven,

maar dan gaat het juist zijn werk doen!

Zet het op een warme plek, laat het een paar uur staan,

en je kunt je deeg van de muren schrapen – zo snel is het gegroeid.

‘Zo,’ zegt Jezus, ‘is het met het koninkrijk.

Het lijkt misschien wel eens alsof  het koninkrijk van God dood is,

maar vergis je niet: je kunt het niet uitroeien.

Onzichtbaar begint het juist zijn werk te doen,

tot niemand er meer omheen kan!’

Daarmee heeft Jezus het trouwens ook over zichzelf:

je kunt wel proberen hem uit de weg te ruimen,

te kruisigen en in een graf te leggen,

maar denk niet dat je daarmee van Jezus af bent!

 

Dan het derde: voor het koninkrijk moet je moeite doen.

Daarover gaan verhaal vier en vijf,

over de verborgen schat en over de parelkoopman.

‘Er was eens een man,’ zegt Jezus, ‘die een schat vond.’

Een schat is een mooi beeld voor het koninkrijk,

maar deze schat is goed verstopt!

Wil je deze schat zien, dan zul je goed moeten zoeken,

verder moeten kijken dan je neus lang is.

Tegen mijn kinderen zeg ik wel eens: ‘kijken doe je met je…’

en dan vullen ze direct aan: ‘ogen’,

maar voor deze schat moet je eerst met je handen in de aarde wroeten,

anders valt er helemaal niets te zien!

Oftewel: dat je Gods koninkrijk niet in een oogopslag ziet –

dat kan kloppen: je moet er moeite voor doen.

 

Net als die handelaar in juwelen.

Hij stuit op de mooiste parel die hij ooit gezien heeft.

Weer een prachtig beeld voor Gods koninkrijk.

Maar om die parel in bezit te krijgen,

moet hij zijn hele hebben en houden aan de kant zetten.

Weer: voor Gods koninkrijk moet je moeite doen!

Net als Jezus: hij lijkt op die handelaar –

hij geeft zijn hele leven voor het koninkrijk van God.

 

3.   Anders kijken

Het zijn 6 verschillende verhalen, maar in elk van deze verhalen zegt Jezus:

‘denk niet dat mijn koninkrijk mislukt is als je het niet ziet.

Het koninkrijk is anders – kijk dus anders!’

Je kunt om je heen kijken, het nieuws volgen,

en denken: er deugt helemaal niets van deze wereld –

deze wereld is één giftige plek waar iedereen zichzelf verrijkt.

Jezus had mooie idealen, maar moet je kijken wat een puinhoop het is.

En je kunt genoeg dingen aanwijzen die je gelijk bevestigen.

 

Maar je kunt ook anders kijken.

En dan zie je het koninkrijk overal!

Ik zie het bijvoorbeeld in kerken die kleiner worden,

maar niet een beetje gaan somberen over wie het licht mag uitdoen,

maar verschil proberen te maken in hun omgeving.

Ik krijg elke maand de nieuwsbrief van CGK Missionair in mijn mailbox,

en elke keer word ik vrolijk als ik lees over al die plekken in ons land

waar mensen gedreven door Gods liefde iets voor hun buurt betekenen,

en waar zo iets zichtbaar wordt van die eerlijke samenleving van Jezus.

Ook in Zaanstad is genoeg te zien!

Ik denk aan het werk van Puur Poelenburg, Youth for Christ en Bloei in Kogerveld.

Maar ook aan een voedselkastje in de tuin,

een Paasgroet voor de bewoners van Nieuw Groenland en het Loggerhuis,

of gewoon samen eten met je buren.

 

Je moet anders kijken, maar als je dat doet,

zie je dat het koninkrijk er al lang is.

Dus doe je mee?

Amen.

Matteüs 13b - ANDERS

Inleiding

Er zijn onderwerpen,

die kun je maar beter vermijden als je het een beetje gezellig wilt houden.

Gelukkig ben ik niet aangenomen om het gezellig te houden,

dus laten we het eens over de politiek hebben.

Iedereen vindt wel iets van de politiek, en vaak is dat niet heel positief.

 

Het leuke van de Nederlandse politiek

is dat als jij denkt: ‘dat kan ik beter’,

dat je dan gewoon je eigen partij kunt oprichten en mee kunt doen.

Dus laten we een partij oprichten.

De Partij voor de Dieren bestaat al,

maar er is nog niemand op het idee gekomen

een Partij voor de Mensen op te richten – dus in dat gat springen wij.

Goed, we hebben een partijnaam, ik werp me wel op als partijleider,

nu nog wat standpunten.

Dat moeten natuurlijk wel een beetje aantrekkelijke ideeën zijn,

anders stemt geen mens op de Partij voor de Mensen.

Dus laten we om te beginnen corona afschaffen.

Ik bedoel, daar snakt iedereen naar, dus dat is een veilig standpunt.

Stem op de Partij voor de Mensen,

en binnen een maand is iedereen gevaccineerd en kan de samenleving open.

We zouden de Partij voor de Mensen niet zijn

als we geen oog hadden voor de menselijke maat,

dus dat is standpunt 2: wij staan voor een nieuwe bestuurscultuur…

Mensen stemmen met hun eigen portemonnee in gedachten,

dus alle mensen in Nederland krijgen 5000 euro als wij aan de macht komen.

 

Stel je nou even voor dat de Nederlandse kiezer hier in trapt.

Ik heb de Nederlandse kiezer hoger zitten hoor –

gewoon even als gedachte-experiment.

Dan moeten we het natuurlijk gaan waarmaken!

Lang verhaal kort: na een half jaar is Nederland onze praatjes zat,

we treden af, er worden vervroegde verkiezingen uitgeschreven,

en dat is het einde van onze partij.

Zo gaat dat: als je verandering belooft, maar er komt niets van terecht,

dan wordt je daar op afgerekend.

 

Jezus belooft ook verandering.

Nee, hij richt geen partij op – maar het zit er niet eens zo ver vandaan:

met Jezus begint het koninkrijk van God!

Maar van die veranderingen die Jezus belooft,

lijkt niet zoveel terecht te komen…

Komt er nog eens wat van?

Daarover vertelt Jezus in Matteüs 13.

De eerste helft hebben we 2 weken geleden gehad,

vandaag luisteren we naar de tweede helft.

Samengevat zegt Jezus: ‘mijn koninkrijk is anders dan je denkt.’

We luisteren naar Matteüs 13:24-52.

 

1.   Waar blijft Gods koninkrijk?

Dat waren veel verhalen – 6 om precies te zijn.

Jezus is nog niet klaar met het ene verhaal, of het volgende komt er al overheen.

Waar gaat dit allemaal over?

Nou, al deze verhalen gaan over het koninkrijk van God.

Misschien is het je opgevallen dat elk verhaal begint met: ‘het is met het koninkrijk…’

Kort gezegd is dat koninkrijk de wereld waar God regeert,

de wereld waar het kwaad geen enkele invloed meer heeft.

 

Dit is niet de eerste keer dat Jezus dat koninkrijk noemt.

Zijn optreden in Israël begint ermee – Matteüs 4:

‘Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging:

“Kom tot inkeer”, zei hij, “want het koninkrijk van de hemel is nabij.”’

Vanaf dat moment is dat koninkrijk de rode draad

in alles wat Jezus zegt en doet.

‘Met mij,’ zegt Jezus, ‘begint die nieuwe wereld waar God regeert,

en waar het kwaad roemloos moet afdruipen.’

 

Dat koninkrijk is zo politiek als wat.

Jezus zit vol maatschappijkritiek,

is messcherp over alles wat in de wereld niet deugt,

en verkondigt dat het onder Gods regering er heel anders aan toe gaat.

Jezus lijkt wel een politicus op campagne:

als je voor mij kiest, wordt alles anders!

Geen wonder dat de leiders van de toenmalige wereld

de zenuwen van Jezus krijgen.

Dat zouden ze niet krijgen

als Jezus keurig de scheiding tussen kerk en staat zou respecteren.

Nee: de ideeën van Jezus over een eerlijke samenleving zijn politiek explosief.

De ideeën van de kerk zouden dat ook best wat meer mogen zijn…

 

Probleem is alleen de realiteit.

Jezus is al een aardige tijd op campagne, om maar even in dat beeld te blijven,

hij heeft heel wat stemmers achter zich gekregen, maar er verandert niets.

Het volk is op Jezus’ hand, maar Jezus doet niets –

hij praat wel, maar hij grijpt de macht niet.

Komt er nog eens wat van?!

 

Het zou natuurlijk kunnen dat dat gewoon wat meer tijd nodig heeft.

Maar dan zou je verwachten dat het na Pasen toch echt begint.

Ik bedoel, Pasen is dat Jezus overwinnaar is, dat hij het kwaad verslagen heeft.

‘Kom maar op met dat rijk!’ denk ik dan.

Jezus’ leerlingen trouwens ook.

In Handelingen 1, direct voor Jezus’ hemelvaart, vragen ze nog:

‘gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’

Maar zo’n 2000 jaar later lijkt het er nog steeds niet op…

Het kwaad grijpt om zich heen,

de wereld is zo onrechtvaardig als wat,

en de vrede is ver te zoeken.

Zelfs de Nederlandse politiek, die over het algemeen heel beschaafd is,

en altijd zoekt naar een mooie middenweg,

met een premier die zo gewoon is gebleven dat hij op de fiets naar zijn werk gaat,

zelfs daar blijken allerlei intriges te spelen

en is de menselijke maat vaak ver te zoeken.

Waar blijft dat koninkrijk waar Jezus zo vol van is?

 

2.   Het koninkrijk is anders

In de verhalen in Matteüs 13 geeft Jezus antwoord:

‘dat jullie het koninkrijk niet zien, betekent nog niet dat het er niet is!

Jullie hebben verkeerde verwachtingen: het koninkrijk is anders dan je denkt.

Het is met het koninkrijk…’

En dan begint Jezus te vertellen, 6 verhalen,

waarin hij laat zien hoe anders het koninkrijk van God is.

Ik heb er 3 dingen uitgehaald die ik met jullie wil delen.

 

Eén: het koninkrijk van God groeit tussen het kwaad door.

Dat is het punt van zowel het eerste verhaal dat Jezus vertelt,

over het onkruid tussen het graan,

als van het laatste verhaal dat Jezus vertelt,

over de goede en slechte vissen.

 

‘Er was eens een boer,’ vertelt Jezus, ‘en die boer had een concurrent.’

Nu kunnen concurrenten heel vriendelijk met elkaar omgaan,

maar tussen concurrenten kan het ook oorlog zijn,

en daarbij kunnen ze de smerigste tactieken gebruiken –

zoals negatieve neprecensies op internet plaatsen.

Zo’n concurrent heeft de boer uit ons verhaal.

Jezus vertelt verder: ‘de boer zaaide zijn land in,

en na een dag hard werken viel hij diep in slaap.

Die nacht ging zijn concurrent aan de slag.

Ook hij zaaide op het land van onze boer, maar hij zaaide onkruid.’

Op dat moment schreeuwt iemand uit Jezus’ publiek: ‘wat een lage streek!’

En dat was het: dit onkruid is zelfs door kenners niet van graan te onderscheiden,

maar als je hier brood van gaat bakken, kun je het weggooien.

 

En daar lijkt het koninkrijk dus op!

Het koninkrijk van God is er echt wel, maar het onkruid staat ertussen.

Goed en kwaad bestaan vooralsnog naast elkaar.

Je kunt wel met agressieve onkruidverdelger los gaan op het land,

maar daar wordt het niet beter van: met het onkruid vernietig je ook het graan.

God roeit het kwaad in deze wereld nog niet uit,

want dan wordt de wereld één doodse woestijn.

God wacht, tot het tijd is om te oogsten –

dán kan hij het onkruid weghalen zonder zijn koninkrijk te vernietigen.

Met dit verhaal zegt Jezus: ‘heb geduld!

Ja, overal in de wereld zie je dat het kwaad om zich heen grijpt.

Maar tussen het kwaad groeit mijn rijk – en het zal winnen!’

 

Dan het tweede: het koninkrijk lijkt dood, maar schijn bedriegt.

Daarover gaan verhaal twee en drie,

over het mosterdzaadje en over het zuurdesem.

‘Er was eens een vrouw,’ vertelt Jezus, ‘die een beetje zuurdesem nam,

en het mengde met 3 zakken meel.’

Als je het zuurdesem dan nog weet te vinden, ben je een heel knappe speurneus!

Het lijkt verdwenen, maar als je wel eens brood hebt gebakken, of pizza,

dan weet je wel beter.

Je kunt wel proberen het gist of het zuurdesem te begraven,

maar dan gaat het juist zijn werk doen!

Zet het op een warme plek, laat het een paar uur staan,

en je kunt je deeg van de muren schrapen – zo snel is het gegroeid.

‘Zo,’ zegt Jezus, ‘is het met het koninkrijk.

Het lijkt misschien wel eens alsof  het koninkrijk van God dood is,

maar vergis je niet: je kunt het niet uitroeien.

Onzichtbaar begint het juist zijn werk te doen,

tot niemand er meer omheen kan!’

Daarmee heeft Jezus het trouwens ook over zichzelf:

je kunt wel proberen hem uit de weg te ruimen,

te kruisigen en in een graf te leggen,

maar denk niet dat je daarmee van Jezus af bent!

 

Dan het derde: voor het koninkrijk moet je moeite doen.

Daarover gaan verhaal vier en vijf,

over de verborgen schat en over de parelkoopman.

‘Er was eens een man,’ zegt Jezus, ‘die een schat vond.’

Een schat is een mooi beeld voor het koninkrijk,

maar deze schat is goed verstopt!

Wil je deze schat zien, dan zul je goed moeten zoeken,

verder moeten kijken dan je neus lang is.

Tegen mijn kinderen zeg ik wel eens: ‘kijken doe je met je…’

en dan vullen ze direct aan: ‘ogen’,

maar voor deze schat moet je eerst met je handen in de aarde wroeten,

anders valt er helemaal niets te zien!

Oftewel: dat je Gods koninkrijk niet in een oogopslag ziet –

dat kan kloppen: je moet er moeite voor doen.

 

Net als die handelaar in juwelen.

Hij stuit op de mooiste parel die hij ooit gezien heeft.

Weer een prachtig beeld voor Gods koninkrijk.

Maar om die parel in bezit te krijgen,

moet hij zijn hele hebben en houden aan de kant zetten.

Weer: voor Gods koninkrijk moet je moeite doen!

Net als Jezus: hij lijkt op die handelaar –

hij geeft zijn hele leven voor het koninkrijk van God.

 

3.   Anders kijken

Het zijn 6 verschillende verhalen, maar in elk van deze verhalen zegt Jezus:

‘denk niet dat mijn koninkrijk mislukt is als je het niet ziet.

Het koninkrijk is anders – kijk dus anders!’

Je kunt om je heen kijken, het nieuws volgen,

en denken: er deugt helemaal niets van deze wereld –

deze wereld is één giftige plek waar iedereen zichzelf verrijkt.

Jezus had mooie idealen, maar moet je kijken wat een puinhoop het is.

En je kunt genoeg dingen aanwijzen die je gelijk bevestigen.

 

Maar je kunt ook anders kijken.

En dan zie je het koninkrijk overal!

Ik zie het bijvoorbeeld in kerken die kleiner worden,

maar niet een beetje gaan somberen over wie het licht mag uitdoen,

maar verschil proberen te maken in hun omgeving.

Ik krijg elke maand de nieuwsbrief van CGK Missionair in mijn mailbox,

en elke keer word ik vrolijk als ik lees over al die plekken in ons land

waar mensen gedreven door Gods liefde iets voor hun buurt betekenen,

en waar zo iets zichtbaar wordt van die eerlijke samenleving van Jezus.

Ook in Zaanstad is genoeg te zien!

Ik denk aan het werk van Puur Poelenburg, Youth for Christ en Bloei in Kogerveld.

Maar ook aan een voedselkastje in de tuin,

een Paasgroet voor de bewoners van Nieuw Groenland en het Loggerhuis,

of gewoon samen eten met je buren.

 

Je moet anders kijken, maar als je dat doet,

zie je dat het koninkrijk er al lang is.

Dus doe je mee?

Amen.