Preek - Matteüs 6a - GEHEIM

Inleiding

Het is mijn werk om over Jezus te vertellen.

Dat doe ik graag: ik houd van Jezus

en ik kan me een leven zonder Jezus niet voorstellen.

Het goede nieuws van Jezus is het beste nieuws dat ik ken –

nog veel beter dan nieuws over coronavaccins,

wat ik op zich ook heel goed nieuws vind.

Maar het goede nieuws van Jezus is nog véél beter!

En dat nieuws gun ik iedereen van harte.

Daarom is mijn werk als voorganger ook zo mooi:

het draait helemaal om Jezus!

 

Nou ja, zo zou het moeten zijn…

En elk woord dat ik net zei is helemaal waar,

maar het is misschien niet het hele verhaal.

Want ik ben ook wel een beetje ijdel.

Natuurlijk draait het allemaal om Jezus,

maar het voelt toch ook wel erg fijn als ik er wat waardering voor terug krijg!

Ik bedoel, als een hele kerkzaal ademloos naar je luistert, dan streelt dat je ego.

En als ze dan ook nog eens lachen om je grappen…

Het wordt wel eens de grootste verleiding van dominees genoemd: ijdelheid.

Dat het steeds minder om Jezus draait,

en steeds meer om die lekkere waardering die je krijgt als je een goede preek houdt.

 

Wat dat betreft is deze tijd van lege kerken best louterend.

Ik preek niet meer voor volle zalen,

maar in, zoals Jezus het noemt, ‘de binnenkamer’.

In mijn geval vrij letterlijk,

met alle preken die ik op mijn studeerkamer opneem en dan op YouTube plaats.

Maar ook dan is die verleiding niet weg…

Want YouTube laat mij ook zien hoeveel mensen mijn preek bekijken.

Je kunt mijn preken nu liken – wel even doen he!

Maar je kunt ook halverwege wegklikken,

en dan is YouTube weer genadeloos voor mij:

YouTube vertelt mij ook hoeveel minuten mensen gemiddeld kijken…

 

Gaat het om mij, en de waardering die ik krijg, of gaat het om Jezus?

Precies dat is de vraag in de eerste helft van Matteüs 6,

het derde blok van de bergrede.

Jezus legt daar mijn en jouw diepere motieven om met geloof bezig te zijn bloot,

en ik wil je vandaag uitdagen eerlijk naar jezelf te kijken!

 

1.   Gezien worden

‘Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen

voor de ogen van de mensen,’ zo begint Jezus dit blok.

‘De gerechtigheid beoefenen’ – wat is dat?

Het is een term die de Joden gebruikten voor de godsdienstige dingen die je doet:

het gaat dus om bezig zijn met je geloof.

Je kunt dan denken aan bidden, bijbellezen, zingen, kerkdiensten bezoeken,

maar ook aan christelijke conferenties en festivals, of juist een stilteretraite.

Voor de Joden uit Jezus’ tijd heeft het godsdienstige leven 3 pijlers:

geven, bidden en vasten - precies de onderwerpen waar Jezus over begint.

‘Let op’, zegt Jezus, ‘dat je het niet voor mensen doet, niet om gezien te worden.’

 

En daarmee snijdt Jezus een gevoelig onderwerp aan –

want zo was de Joodse godsdienstigheid wel geworden…

Jezus schetst er met zijn woorden een soort spotprent van,

die de werkelijkheid iets overdrijft, maar juist daardoor heel treffend is!

‘Wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond.’

Ik zie het plaatje al helemaal voor me:

een omroeper met een trompet, met daarachter de gulle gever,

bij wie de mensen in de rij staan voor een handtekening.

Jezus overdrijft om zijn punt te maken: geef je om gezien te worden?

 

Ook over bidden heeft Jezus zo’n spotprent.

Jezus tekent een plaatje waar op elke straathoek mensen staan te bidden.

Ze stellen zich strategisch op, zodat iedereen hen ziet.

Zijn ze klaar met bidden, dan lopen ze naar de volgende straathoek,

om daar, voor een nieuw publiek, hun ritueel te herhalen.

Weer een lichte overdrijving, ook niet meer dan licht trouwens,

met een pijnlijke vraag: bid je om gezien te worden?

 

Soms hoef je helemaal geen spotprent te maken:

als de werkelijkheid de grappen inhaalt.

Dat geldt voor het vasten: de vroomste Joden vasten 2 dagen in de week,

en laten dat nu net toevallig de 2 marktdagen zijn,

de dagen dat het op straat het drukste is.

Maar vast je om gezien te worden?!

 

Nu willen wij ook graag gezien worden,

we zijn er niet vies van een beetje te imponeren,

maar ik heb zo het vermoeden dat je niet zo de neiging hebt

op straat te laten zien hoe gelovig jij wel niet bent.

We leven dan toch wel in een heel andere wereld!

Als je anderen wilt imponeren, kun je misschien beter niet over je geloof beginnen.

Als in onze wereld iemand op elke straathoek luidkeels gaat bidden,

vragen we ons eerder af welk labeltje we op die persoon moeten plakken

en of diegene al in beeld is bij het sociaal wijkteam.

Als je wilt dat mensen je zien en waarderen,

dan kun je beter je geloof achter de voordeur laten…

Behalve als je dominee bent dan:

dan kun je met een preek nog wat waardering oogsten.

Maar ook daarvoor geldt: liever niet op straat.

 

‘Let op dat je het niet doet om gezien te worden:’

dat klinkt als een waarschuwing die wij ons uitstekend ter harte hebben genomen.

Maar dan zijn we toch nog niet eerlijk genoeg:

hoe zuiver zijn mijn motieven, hoe zuiver zijn jouw motieven?

Gaat het jou, in de dingen die je voor God doet, helemaal om God,

of probeer je er toch ook zelf beter van te worden?

Een heel venijnig motief, waar Jezus het hier ook over heeft, is trots.

Er zijn dan misschien geen mensen die zien hoeveel stille tijd jij houdt,

of dat jij allerlei goede doelen steunt, maar je ziet het zelf wel,

en daarom kun je toch maar mooi tevreden zijn met jezelf,

omdat jij zo serieus werk maakt van je geloof!

Ook dan gaat het niet om God, maar om jezelf.

Keerzijde daarvan is trouwens een schuldgevoel,

en daar hebben misschien nog wel meer christenen last van:

dat je vindt dat je tekortschiet in je geloofsleven.

Maar ook dan gaat het om hoe jij je erbij voelt, en niet om God.

Waarom ben jij met geloof bezig, waarom luister jij naar deze preek?

Wat zijn jouw motieven die je liever geheim houdt?

 

2.   Zuivere motieven

Jezus prikt daar doorheen, hij legt onze onzuivere motieven bloot.

Maar hij doet dat wel op een andere manier dan je zou denken.

Ik had van Jezus nu in ieder geval een tirade verwacht:

‘als jij je godsdienstige dingen voor jezelf doet,

dan maak je misbruik van de Vader in de hemel.’

Maar Jezus pakt het juist subtiel en fijnzinnig aan:

‘dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.’

Met andere woorden: ‘bidden om gezien te worden,

geven om je goed te kunnen voelen over jezelf,

een preek luisteren om je schuldgevoel te sussen:

prima, ga vooral je gang,

als je maar niet denkt dat je God er een dienst mee bewijst

en dat God je ervoor zal belonen.’

Er is geen speld tussen de logica van Jezus te krijgen:

‘als het jou gaat om waardering, of om dat fijne gevoel,

prima: dan is dat je beloning.

Maar wees dan wel eerlijk: doe niet alsof het voor God was,

en alsof God jou daarom nog wat verschuldigd is.’

Er is dus niets mis met bijvoorbeeld sponsoring.

Maar zie het wel zoals het is: een slimme zakelijke transactie

waar beide partijen voordeel van hebben.

Niet als iets wat je voor God doet.

 

Tegelijk: als jouw ‘geloofsleven’ alleen uit dat soort transacties bestaat,

als je eerlijk toegeeft dat het je gaat om waardering en een goed gevoel,

dan heeft het weinig meer met God te maken.

Je kunt het dan moeilijk nog godsdienst noemen,

mensdienst of zelfdienst dekt de lading beter.

Als je met een dubbele agenda en een half hart godsdienstige dingen doet,

moet je niet gek staan kijken dat God uit je leven verdwijnt.

En als we dat als kerk doen: dat God uit de kerk verdwijnt.

Dan blijven we achter met lege vormen,

en houden we een religieus systeem zonder ziel in stand.

En niet alleen Jezus prikt daar doorheen:

dat doet de wereld om ons heen net zo goed!

 

Nu is het met motieven altijd lastig:

kun je onzuivere motieven wel uitschakelen?

Is het niet altijd allebei: een beetje voor God en een beetje voor jezelf?

Daarom geeft Jezus heel praktisch advies: ‘houd het geheim.

Zorg dat je linkerhand niet weet wat je rechterhand doet.’

En dan doelt Jezus niet op piano spelen, maar op het geven van giften.

Voor bidden geldt hetzelfde: ‘doe dat thuis, met de deur dicht.’

En vasten: ‘verzorg jezelf goed, zodat niemand ziet dat jij vast.’

Als ‘gezien worden’ zo’n grote verleiding is, en je dat motief niet kunt uitschakelen,

zorg er dan gewoon voor dat niemand je ziet:

dan weet je zeker dat je het niet voor jezelf doet, maar voor God.

Maar dat is nog niet alles:

niet alleen anderen moeten jou niet zien – jij zelf ook niet:

zodat je linkerhand niet weet wat je rechter doet.

Dat is natuurlijk veel moeilijker, maar zó belangrijk:

zorg ervoor dat je geen toeschouwer wordt in je eigen geloofsleven!

Houd het ook voor jezelf geheim.

Met geven kan dat bijvoorbeeld heel praktisch

met vaste maandelijkse overschrijvingen:

je giften worden gelijk met je abonnementen en andere vaste lasten afgeschreven,

en je merkt het zelf niet eens.

 

Jezus daagt je uit je onzuivere motieven te elimineren.

Want dan kom je erachter wat jouw godsdienstigheid waard is.

Als niemand kijkt, zelfs jijzelf niet,

wat blijft er dan over van hoe je met je geloof bezig bent?

Doe je het dan met net zoveel toewijding als daarvoor,

of vind je het de moeite niet langer waard?

Als je de onzuivere motieven uitschakelt,

kom je erachter welke plek God in jouw geloofsleven heeft.

 

Overigens verbiedt Jezus bidden in het openbaar niet.

Jezus zelf bidt ook in het openbaar.

Sommige van zijn meest intieme gebeden kan iedereen in de bijbel nalezen.

Je hoeft je geloof niet krampachtig te verbergen:

het is juist de bedoeling het goede nieuws van Jezus niet voor jezelf te houden!

Zelfs preken is daarbij toegestaan!

Maar wees eerlijk over je motieven: draait het echt om Jezus?

 

Daar kom je achter als niemand kijkt.

Nou ja, niemand…

Ik zou God niet ‘niemand’ willen noemen!

Jezus wijst daar ook op: wat niemand ziet, ziet God wel.

Hij ziet ‘in het verborgene’, ziet wat geheim is.

En als je met oprechte motieven met je geloofsleven bezig bent,

niet om er zelf op een of andere manier beter van te worden,

maar gewoon omdat je graag met God om wilt gaan

en blij bent dat daar bepaalde vormen voor zijn,

dan zal God je ervoor belonen.

 

Heb je hem weer: een beloning.

Maak je een show van je geloofsleven, dan krijg je je beloning van mensen.

Maar doe je het niet voor die beloning,

dan krijg je juist een veel betere beloning: van de Vader zelf!

Het is een mooie paradox: juist als het jou niet gaat

om hoe jij zelf beter wordt van hoe je met je geloof bezig bent,

juist dan wórdt je er beter van!

 

3.   eerlijke godsdienst

Wees dus eerlijk over je motieven, werk eraan ze zuiver te houden,

én maak werk van godsdienstige dingen!

Want Jezus is hier heel kritisch op hoe mensen bepaalde vormen gebruiken,

maar hij schaft die vormen niet af.

Dus: bijbellezen, bidden, zingen voor God – doe het vooral!

Ga, zodra dat weer kan, naar de kerk,

bezoek Opwekking of trek je terug voor een kloosterweekend.

Het zijn allemaal manieren om God de eer te geven die hem toekomt

en te bouwen aan je relatie met hem.

Die Joodse vormen zijn een mooie aanvulling daarop: geef, bid en vast!

Het zijn beproefde methoden om te groeien in liefde voor God.

Maar doe het niet om gezien te worden of om tevreden te kunnen zijn met jezelf.

Laat het manieren zijn om Gód te dienen en te aanbidden.

‘En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.’

Amen.

Matteüs 6a - GEHEIM

Inleiding

Het is mijn werk om over Jezus te vertellen.

Dat doe ik graag: ik houd van Jezus

en ik kan me een leven zonder Jezus niet voorstellen.

Het goede nieuws van Jezus is het beste nieuws dat ik ken –

nog veel beter dan nieuws over coronavaccins,

wat ik op zich ook heel goed nieuws vind.

Maar het goede nieuws van Jezus is nog véél beter!

En dat nieuws gun ik iedereen van harte.

Daarom is mijn werk als voorganger ook zo mooi:

het draait helemaal om Jezus!

 

Nou ja, zo zou het moeten zijn…

En elk woord dat ik net zei is helemaal waar,

maar het is misschien niet het hele verhaal.

Want ik ben ook wel een beetje ijdel.

Natuurlijk draait het allemaal om Jezus,

maar het voelt toch ook wel erg fijn als ik er wat waardering voor terug krijg!

Ik bedoel, als een hele kerkzaal ademloos naar je luistert, dan streelt dat je ego.

En als ze dan ook nog eens lachen om je grappen…

Het wordt wel eens de grootste verleiding van dominees genoemd: ijdelheid.

Dat het steeds minder om Jezus draait,

en steeds meer om die lekkere waardering die je krijgt als je een goede preek houdt.

 

Wat dat betreft is deze tijd van lege kerken best louterend.

Ik preek niet meer voor volle zalen,

maar in, zoals Jezus het noemt, ‘de binnenkamer’.

In mijn geval vrij letterlijk,

met alle preken die ik op mijn studeerkamer opneem en dan op YouTube plaats.

Maar ook dan is die verleiding niet weg…

Want YouTube laat mij ook zien hoeveel mensen mijn preek bekijken.

Je kunt mijn preken nu liken – wel even doen he!

Maar je kunt ook halverwege wegklikken,

en dan is YouTube weer genadeloos voor mij:

YouTube vertelt mij ook hoeveel minuten mensen gemiddeld kijken…

 

Gaat het om mij, en de waardering die ik krijg, of gaat het om Jezus?

Precies dat is de vraag in de eerste helft van Matteüs 6,

het derde blok van de bergrede.

Jezus legt daar mijn en jouw diepere motieven om met geloof bezig te zijn bloot,

en ik wil je vandaag uitdagen eerlijk naar jezelf te kijken!

 

1.   Gezien worden

‘Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen

voor de ogen van de mensen,’ zo begint Jezus dit blok.

‘De gerechtigheid beoefenen’ – wat is dat?

Het is een term die de Joden gebruikten voor de godsdienstige dingen die je doet:

het gaat dus om bezig zijn met je geloof.

Je kunt dan denken aan bidden, bijbellezen, zingen, kerkdiensten bezoeken,

maar ook aan christelijke conferenties en festivals, of juist een stilteretraite.

Voor de Joden uit Jezus’ tijd heeft het godsdienstige leven 3 pijlers:

geven, bidden en vasten - precies de onderwerpen waar Jezus over begint.

‘Let op’, zegt Jezus, ‘dat je het niet voor mensen doet, niet om gezien te worden.’

 

En daarmee snijdt Jezus een gevoelig onderwerp aan –

want zo was de Joodse godsdienstigheid wel geworden…

Jezus schetst er met zijn woorden een soort spotprent van,

die de werkelijkheid iets overdrijft, maar juist daardoor heel treffend is!

‘Wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond.’

Ik zie het plaatje al helemaal voor me:

een omroeper met een trompet, met daarachter de gulle gever,

bij wie de mensen in de rij staan voor een handtekening.

Jezus overdrijft om zijn punt te maken: geef je om gezien te worden?

 

Ook over bidden heeft Jezus zo’n spotprent.

Jezus tekent een plaatje waar op elke straathoek mensen staan te bidden.

Ze stellen zich strategisch op, zodat iedereen hen ziet.

Zijn ze klaar met bidden, dan lopen ze naar de volgende straathoek,

om daar, voor een nieuw publiek, hun ritueel te herhalen.

Weer een lichte overdrijving, ook niet meer dan licht trouwens,

met een pijnlijke vraag: bid je om gezien te worden?

 

Soms hoef je helemaal geen spotprent te maken:

als de werkelijkheid de grappen inhaalt.

Dat geldt voor het vasten: de vroomste Joden vasten 2 dagen in de week,

en laten dat nu net toevallig de 2 marktdagen zijn,

de dagen dat het op straat het drukste is.

Maar vast je om gezien te worden?!

 

Nu willen wij ook graag gezien worden,

we zijn er niet vies van een beetje te imponeren,

maar ik heb zo het vermoeden dat je niet zo de neiging hebt

op straat te laten zien hoe gelovig jij wel niet bent.

We leven dan toch wel in een heel andere wereld!

Als je anderen wilt imponeren, kun je misschien beter niet over je geloof beginnen.

Als in onze wereld iemand op elke straathoek luidkeels gaat bidden,

vragen we ons eerder af welk labeltje we op die persoon moeten plakken

en of diegene al in beeld is bij het sociaal wijkteam.

Als je wilt dat mensen je zien en waarderen,

dan kun je beter je geloof achter de voordeur laten…

Behalve als je dominee bent dan:

dan kun je met een preek nog wat waardering oogsten.

Maar ook daarvoor geldt: liever niet op straat.

 

‘Let op dat je het niet doet om gezien te worden:’

dat klinkt als een waarschuwing die wij ons uitstekend ter harte hebben genomen.

Maar dan zijn we toch nog niet eerlijk genoeg:

hoe zuiver zijn mijn motieven, hoe zuiver zijn jouw motieven?

Gaat het jou, in de dingen die je voor God doet, helemaal om God,

of probeer je er toch ook zelf beter van te worden?

Een heel venijnig motief, waar Jezus het hier ook over heeft, is trots.

Er zijn dan misschien geen mensen die zien hoeveel stille tijd jij houdt,

of dat jij allerlei goede doelen steunt, maar je ziet het zelf wel,

en daarom kun je toch maar mooi tevreden zijn met jezelf,

omdat jij zo serieus werk maakt van je geloof!

Ook dan gaat het niet om God, maar om jezelf.

Keerzijde daarvan is trouwens een schuldgevoel,

en daar hebben misschien nog wel meer christenen last van:

dat je vindt dat je tekortschiet in je geloofsleven.

Maar ook dan gaat het om hoe jij je erbij voelt, en niet om God.

Waarom ben jij met geloof bezig, waarom luister jij naar deze preek?

Wat zijn jouw motieven die je liever geheim houdt?

 

2.   Zuivere motieven

Jezus prikt daar doorheen, hij legt onze onzuivere motieven bloot.

Maar hij doet dat wel op een andere manier dan je zou denken.

Ik had van Jezus nu in ieder geval een tirade verwacht:

‘als jij je godsdienstige dingen voor jezelf doet,

dan maak je misbruik van de Vader in de hemel.’

Maar Jezus pakt het juist subtiel en fijnzinnig aan:

‘dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.’

Met andere woorden: ‘bidden om gezien te worden,

geven om je goed te kunnen voelen over jezelf,

een preek luisteren om je schuldgevoel te sussen:

prima, ga vooral je gang,

als je maar niet denkt dat je God er een dienst mee bewijst

en dat God je ervoor zal belonen.’

Er is geen speld tussen de logica van Jezus te krijgen:

‘als het jou gaat om waardering, of om dat fijne gevoel,

prima: dan is dat je beloning.

Maar wees dan wel eerlijk: doe niet alsof het voor God was,

en alsof God jou daarom nog wat verschuldigd is.’

Er is dus niets mis met bijvoorbeeld sponsoring.

Maar zie het wel zoals het is: een slimme zakelijke transactie

waar beide partijen voordeel van hebben.

Niet als iets wat je voor God doet.

 

Tegelijk: als jouw ‘geloofsleven’ alleen uit dat soort transacties bestaat,

als je eerlijk toegeeft dat het je gaat om waardering en een goed gevoel,

dan heeft het weinig meer met God te maken.

Je kunt het dan moeilijk nog godsdienst noemen,

mensdienst of zelfdienst dekt de lading beter.

Als je met een dubbele agenda en een half hart godsdienstige dingen doet,

moet je niet gek staan kijken dat God uit je leven verdwijnt.

En als we dat als kerk doen: dat God uit de kerk verdwijnt.

Dan blijven we achter met lege vormen,

en houden we een religieus systeem zonder ziel in stand.

En niet alleen Jezus prikt daar doorheen:

dat doet de wereld om ons heen net zo goed!

 

Nu is het met motieven altijd lastig:

kun je onzuivere motieven wel uitschakelen?

Is het niet altijd allebei: een beetje voor God en een beetje voor jezelf?

Daarom geeft Jezus heel praktisch advies: ‘houd het geheim.

Zorg dat je linkerhand niet weet wat je rechterhand doet.’

En dan doelt Jezus niet op piano spelen, maar op het geven van giften.

Voor bidden geldt hetzelfde: ‘doe dat thuis, met de deur dicht.’

En vasten: ‘verzorg jezelf goed, zodat niemand ziet dat jij vast.’

Als ‘gezien worden’ zo’n grote verleiding is, en je dat motief niet kunt uitschakelen,

zorg er dan gewoon voor dat niemand je ziet:

dan weet je zeker dat je het niet voor jezelf doet, maar voor God.

Maar dat is nog niet alles:

niet alleen anderen moeten jou niet zien – jij zelf ook niet:

zodat je linkerhand niet weet wat je rechter doet.

Dat is natuurlijk veel moeilijker, maar zó belangrijk:

zorg ervoor dat je geen toeschouwer wordt in je eigen geloofsleven!

Houd het ook voor jezelf geheim.

Met geven kan dat bijvoorbeeld heel praktisch

met vaste maandelijkse overschrijvingen:

je giften worden gelijk met je abonnementen en andere vaste lasten afgeschreven,

en je merkt het zelf niet eens.

 

Jezus daagt je uit je onzuivere motieven te elimineren.

Want dan kom je erachter wat jouw godsdienstigheid waard is.

Als niemand kijkt, zelfs jijzelf niet,

wat blijft er dan over van hoe je met je geloof bezig bent?

Doe je het dan met net zoveel toewijding als daarvoor,

of vind je het de moeite niet langer waard?

Als je de onzuivere motieven uitschakelt,

kom je erachter welke plek God in jouw geloofsleven heeft.

 

Overigens verbiedt Jezus bidden in het openbaar niet.

Jezus zelf bidt ook in het openbaar.

Sommige van zijn meest intieme gebeden kan iedereen in de bijbel nalezen.

Je hoeft je geloof niet krampachtig te verbergen:

het is juist de bedoeling het goede nieuws van Jezus niet voor jezelf te houden!

Zelfs preken is daarbij toegestaan!

Maar wees eerlijk over je motieven: draait het echt om Jezus?

 

Daar kom je achter als niemand kijkt.

Nou ja, niemand…

Ik zou God niet ‘niemand’ willen noemen!

Jezus wijst daar ook op: wat niemand ziet, ziet God wel.

Hij ziet ‘in het verborgene’, ziet wat geheim is.

En als je met oprechte motieven met je geloofsleven bezig bent,

niet om er zelf op een of andere manier beter van te worden,

maar gewoon omdat je graag met God om wilt gaan

en blij bent dat daar bepaalde vormen voor zijn,

dan zal God je ervoor belonen.

 

Heb je hem weer: een beloning.

Maak je een show van je geloofsleven, dan krijg je je beloning van mensen.

Maar doe je het niet voor die beloning,

dan krijg je juist een veel betere beloning: van de Vader zelf!

Het is een mooie paradox: juist als het jou niet gaat

om hoe jij zelf beter wordt van hoe je met je geloof bezig bent,

juist dan wórdt je er beter van!

 

3.   eerlijke godsdienst

Wees dus eerlijk over je motieven, werk eraan ze zuiver te houden,

én maak werk van godsdienstige dingen!

Want Jezus is hier heel kritisch op hoe mensen bepaalde vormen gebruiken,

maar hij schaft die vormen niet af.

Dus: bijbellezen, bidden, zingen voor God – doe het vooral!

Ga, zodra dat weer kan, naar de kerk,

bezoek Opwekking of trek je terug voor een kloosterweekend.

Het zijn allemaal manieren om God de eer te geven die hem toekomt

en te bouwen aan je relatie met hem.

Die Joodse vormen zijn een mooie aanvulling daarop: geef, bid en vast!

Het zijn beproefde methoden om te groeien in liefde voor God.

Maar doe het niet om gezien te worden of om tevreden te kunnen zijn met jezelf.

Laat het manieren zijn om Gód te dienen en te aanbidden.

‘En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.’

Amen.