Preek - Matteüs 7 - OORDELEN

Inleiding

‘Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt.’

Jezus zegt in Matteüs 7, het 5e en laatste blok van de bergrede, nog veel meer,

maar we focussen vandaag even op wat Jezus zegt over oordelen.

Jezus wil nog wel eens uitspraken doen die aanstoot geven,

ook in de vorige blokken van de bergrede kwamen we zulke uitspraken tegen,

maar deze bevalt me wel: oordeel niet!

Op het eerste gezicht lijkt dit een uitspraak waar iedereen het direct mee eens is:

fijn dat Jezus mensen op hun plek zet

die denken dat ze zich overal mee moeten bemoeien!

Jezus sluit perfect aan bij ons nationale credo dat we tolerant en verdraagzaam zijn.

Verschil mag er zijn, ieder maakt zijn eigen keuzes,

en daar moet jij je niet mee bemoeien.

Zoals het liedje: ’15 miljoen mensen, op dat hele kleine stukje aarde,

die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde.’

 

Maar het is dan wél gek dat ik zó veel oordelen tegenkom.

Dat was altijd al zo, maar sinds we met corona te maken hebben

worden de lontjes alleen maar korter en de oordelen zwaarder.

Mensen die de maatregelen tegen de verspreiding van corona serieus nemen,

misschien zelfs een stapje extra zetten

omdat ze graag zo snel mogelijk van het virus verlost willen worden,

die worden weggezet als angsthazen.

Dat is dus een oordeel.

Mensen die grote vraagtekens hebben bij de huidige maatregelen,

en daar vreedzaam tegen protesteren, meestal online,

worden ook weggezet: als virusgekkies, of nog mooier: als wappies.

Ook dat is een oordeel.

Het lijkt erop dat we verdraagzaam zijn

zo lang iemand maar dezelfde mening heeft als wij.

En dat is dus niet het idee van verdraagzaamheid…

 

Je hebt natuurlijk ook nog de minder vreedzame demonstraties.

Het is helemaal terecht dat we daar massaal verontwaardigd over zijn,

van andermans spullen blijf je af - doe je dat niet, dan krijg je de rekening daarvoor.

Maar is het echt nodig om op social media een wedstrijdje te doen

wie de stoerste woorden over relschoppers kan bedenken?

En het zijn  niet de minsten die daaraan meedoen:

Mark Rutte had het kunnen laten bij dat het ‘ontoelaatbaar en onacceptabel’ was,

dat is wat je van een staatsman verwacht, maar nee,

Mark Rutte had het over ‘doorgesnoven hooligans’!

Waarna heel Nederland daar nog weer overheen moest.

 

‘Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt.’

Dat is toch niet zo makkelijk als we dachten!

We zitten vol met oordelen - ík zit vol met oordelen.

Wat bedoelt Jezus als hij zegt: ‘oordeel niet’?

En wat moet je dan wél,

als jij ervan overtuigd bent dat iemand het helemaal verkeerd doet?

Ik wil met jullie op zoek naar antwoorden op die vragen.

 

1.   Wijzen naar een ander

Ik zei al: we zijn aangekomen in het laatste blok

van Jezus eerste grote hoorcollege, de bergrede.

Jezus’ studenten, de inwoners van Galilea,

maar ook mensen die uit alle hoeken van het land

speciaal voor Jezus naar Galilea zijn gekomen,

luisteren al uren met volle aandacht naar Jezus.

‘Want,’ staat er, ‘hij sprak hen toe als iemand met gezag’:

als Jezus spreekt, kun je niet anders dan luisteren,

want Jezus belichaamt zijn eigen woorden.

Maar aan die woorden komt nu een eind.

Dit laatste blok heeft niet één duidelijk overkoepelend thema,

zoals de vorige blokken dat wel hadden,

maar bestaat uit verschillende dingen die Jezus nog wil zeggen.

 

We focussen nu even op wat Jezus over oordelen zegt,

en het is niet zo gek dat Jezus daarover begint.

In de eerdere blokken had Jezus de lat heel hoog gelegd,

met als hoogste punt: ‘wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’.

Jezus legt de lat nog hoger dan de schriftgeleerden en Farizeeën,

tegen wie Jezus’ studenten daar op de berg al zo opkeken.

Deze ijverigste gelovigen leken zó heilig te leven,

niet te betrappen op wat voor fout dan ook maar.

Maar Jezus veegt er de vloer mee aan:

‘als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën,

zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.’

Als zelfs het leven van de Farizeeën niet goed genoeg is,

wanneer is het dan wel goed genoeg?!

Jezus legt de lat hoog!

 

En wat gebeurt er dan?

Dan ga je anderen naast die lat leggen!

Hij is hypocriet, zij is een angsthaas, hij een dom schaap, zij een wappie, enzovoort.

Wat als je van anderen ziet dat ze de fout in gaan?

Dat zíj niet leven zoals Jezus voorhoudt?

Jezus kent het menselijke trekje van wijzen naar een ander.

Dáárom begint hij erover: oordeel niet!

Gebruik de hoge lat om jezelf op te richten,

maar niet om anderen de maat mee te nemen!

Waarom zou je over alles en iedereen

altijd maar een mening moeten hebben en ventileren?

 

2.   Afrekenen met oordelen

Jezus daagt je uit af te rekenen met je oordelen.

Maar wat bedoelt Jezus precies met oordelen?

Bedoelt Jezus dat je nergens meer een mening over mag hebben?

Dat als je buurman je trots vertelt over hoe hij gereld heeft,

dat je dat dan helemaal prima moet vinden,

want je mag per slot van rekening niet oordelen?

Of dat als iemand uit je familie of kerk zijn kinderen mishandelt,

hij dat vooral zelf moet weten?

Nee, dat bedoelt Jezus dus niet:

niet oordelen betekent niet dat je alles maar goed moet vinden!

 

Waar het om gaat,

is dat een oordeel een manier is om jezelf boven een ander te plaatsen.

Als je een oordeel hebt, heb je geen oprechte zorg over een ander,

maar gaat het je uiteindelijk om jezelf.

Als ik iemand aan de kant zet als angsthaas, wappie of doorgesnoven hooligan

dan kan ik inhoudelijk best gelijk hebben,

al gebeurt het ook regelmatig dat ik niet gelijk heb,

maar het probleem is dat ik mijzelf dan beter voel.

En het blijft lastig, wat is je motief,

het is goed om solidair te zijn met winkeliers

van wie de hele voorraad geplunderd is,

maar als ik mensen wegzet als ‘doorgesnoven hooligans’,

dan zit daar ook iets in van: ‘gelukkig ben ik beter mens dan zij’.

 

In Lucas 18 vertelt Jezus daarover een gelijkenis.

Het gaat over een Farizeeër en een tollenaar die in de tempel bidden.
De Farizeeër begint mooi: ‘God, ik dank u…’

Maar dan blijkt hoe zelfingenomen hij is:

‘ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen,

die roofzuchtig zijn of onrechtvaardig of overspelig zijn,

en dat ik ook niet ben als die tollenaar.’

Of, vertaald naar vandaag: ‘ik dank u dat ik geen wappie ben, of angsthaas,

en al helemaal geen doorgesnoven hooligan.’

Die Farizeeër heeft zijn oordeel klaar, niet om de ander ermee te helpen,

maar om zichzelf er beter door te kunnen voelen.

Dát is het probleem met oordelen:

het gaat helemaal niet om de ander, het gaat om jezelf,

je wilt je eigen zelfbeeld oppoetsen.

 

Zelf deed Jezus dat heel anders.

Bijvoorbeeld in Johannes 8.

De Farizeeën brengen een vrouw bij Jezus die op overspel betrapt is.

Ze willen haar stenigen, maar Jezus steekt er een stokje voor.

Als hij alleen met de vrouw overblijft, vraagt hij:

‘heeft niemand u veroordeeld? Ik veroordeel u ook niet.

Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’

Jezus keurt het overspel dus niet goed

-hij noemt het zonde en drukt haar op het hart daarmee te stoppen-

én Jezus laat deze vrouw in haar waarde,

behandelt haar als een gelijke.

Niet als iemand om je schande over uit te spreken

zodat je eigenwaarde weer een boost krijgt.

 

Jezus vertelt ook waarom je dat niet moet doen.

Hij geeft er 2 redenen voor.

1: het is niet eerlijk.

‘Huichelaar’, zegt Jezus, ‘verwijder eerst de balk uit je eigen oog.’

Wat is het makkelijk om over iedereen oordelen te hebben –

kijk toch eerst naar jezelf!

Het zou dan zomaar zo kunnen zijn

dat jouw oordeel meer over jouzelf zegt dan over de ander…

Ik verstop míjn onzekerheid achter grote oordelen.

Maar ben ik nu echt zoveel beter?!

 

Reden 2 is nog belangrijker:

‘op grond van het oordeel dat je velt, zal er over jou geoordeeld worden.’

Als algemene waarheid klopt het al:

als jij anderen de maat neemt, gaan ze jou ook de maat nemen.

Maar Jezus bedoelt iets anders:

oordeel jij hard over anderen, dan oordeelt God hard over jou.

Hoe wil je dat God jou oordeelt?

Wil je een God met een lik-op-stuk beleid?

Of hoop je dat God mild oordeelt, met genade?

Ik wist het wel!

Dan zegt Jezus: doe dan ook zo met anderen.

 

Dat is niet alleen een wijze raad van Jezus –

hij biedt je ook een weg om uit die oordelen te komen.

Want in je oordelen over anderen vlucht je van jezelf.

Je schreeuwt hard over de ander

om je eigen gebreken, zwakheid en zonden niet onder ogen te hoeven zien.

Je oordeelt anderen, om jezelf niet te hoeven oordelen.

Maar Jezus zegt: ‘kijk maar eerlijk naar jezelf.

Misschien schrik je ervan en vlucht je er het liefste voor weg.

Maar het hoeft niet: ik kijk naar je, en ik kijk niet weg, ik veroordeel je niet.

Geef je oordelen maar aan mij.

Ik liet mij kruisigen, aan 2 balken vol splinters, om jou van oordeel vrij te maken.

Van Gods oordeel, maar ook van je oordeel over jezelf.

Ik veroordeel je niet – dus veroordeel alsjeblieft jezelf niet!

Zoek je eigenwaarde niet in het oordelen van anderen,

maar weet dat je waardevol ben in mijn ogen!’

 

3.   Eerst liefhebben

Dus wat moet je doen, de volgende keer dat jij jezelf op een oordeel betrapt?

Begin dan bij jezelf!

Wees eerlijk: waarom heb je dat oordeel?

Kan het ook zijn dat jij het verkeerd ziet?

Dat je denkt een splinter te zien in het oog van een ander,

terwijl er in werkelijkheid een balk uit jouw oog steekt?

En als je het wel goed ziet: wat zijn je motieven?

Kijk je naar een ander om jezelf mee te vergelijken

in de hoop dat die vergelijking een beetje gunstig uitpakt

en jij je beter kunt voelen over jezelf?

Dan gebruik je de ander voor jezelf.

Dáárvan zegt Jezus: niet doen.

 

Pas als het jou niet meer gaat om jezelf, maar om de ander,

als je de ander liefhebt, in je hart sluit, ziet als gelijkwaardig mens,

pas dan kun je eerlijk beginnen over de splinters die je ziet.

En dat is dus wél de bedoeling!

Nee, niet alsnog oordelen, maar ook niet de splinter laten zitten: die moet eruit.

En daar wordt het ook veel spannender

dan op Facebook je afkeuring uiten over mensen waar je toch niet mee omgaat.

Kun jij diegene ook helpen om van z’n splinter af te komen?

En wat je áltijd kunt doen, ook al ken je iemand niet: voor diegene bidden –

en dan uiteraard niet zoals die Farizeeër uit Jezus’ gelijkenis…

 

Oordeel niet – maar heb lief!

Net als Jezus jou liefheeft met een eindeloos geduld.

Amen.

Matteüs 7 - OORDELEN

Inleiding

‘Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt.’

Jezus zegt in Matteüs 7, het 5e en laatste blok van de bergrede, nog veel meer,

maar we focussen vandaag even op wat Jezus zegt over oordelen.

Jezus wil nog wel eens uitspraken doen die aanstoot geven,

ook in de vorige blokken van de bergrede kwamen we zulke uitspraken tegen,

maar deze bevalt me wel: oordeel niet!

Op het eerste gezicht lijkt dit een uitspraak waar iedereen het direct mee eens is:

fijn dat Jezus mensen op hun plek zet

die denken dat ze zich overal mee moeten bemoeien!

Jezus sluit perfect aan bij ons nationale credo dat we tolerant en verdraagzaam zijn.

Verschil mag er zijn, ieder maakt zijn eigen keuzes,

en daar moet jij je niet mee bemoeien.

Zoals het liedje: ’15 miljoen mensen, op dat hele kleine stukje aarde,

die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde.’

 

Maar het is dan wél gek dat ik zó veel oordelen tegenkom.

Dat was altijd al zo, maar sinds we met corona te maken hebben

worden de lontjes alleen maar korter en de oordelen zwaarder.

Mensen die de maatregelen tegen de verspreiding van corona serieus nemen,

misschien zelfs een stapje extra zetten

omdat ze graag zo snel mogelijk van het virus verlost willen worden,

die worden weggezet als angsthazen.

Dat is dus een oordeel.

Mensen die grote vraagtekens hebben bij de huidige maatregelen,

en daar vreedzaam tegen protesteren, meestal online,

worden ook weggezet: als virusgekkies, of nog mooier: als wappies.

Ook dat is een oordeel.

Het lijkt erop dat we verdraagzaam zijn

zo lang iemand maar dezelfde mening heeft als wij.

En dat is dus niet het idee van verdraagzaamheid…

 

Je hebt natuurlijk ook nog de minder vreedzame demonstraties.

Het is helemaal terecht dat we daar massaal verontwaardigd over zijn,

van andermans spullen blijf je af - doe je dat niet, dan krijg je de rekening daarvoor.

Maar is het echt nodig om op social media een wedstrijdje te doen

wie de stoerste woorden over relschoppers kan bedenken?

En het zijn  niet de minsten die daaraan meedoen:

Mark Rutte had het kunnen laten bij dat het ‘ontoelaatbaar en onacceptabel’ was,

dat is wat je van een staatsman verwacht, maar nee,

Mark Rutte had het over ‘doorgesnoven hooligans’!

Waarna heel Nederland daar nog weer overheen moest.

 

‘Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt.’

Dat is toch niet zo makkelijk als we dachten!

We zitten vol met oordelen - ík zit vol met oordelen.

Wat bedoelt Jezus als hij zegt: ‘oordeel niet’?

En wat moet je dan wél,

als jij ervan overtuigd bent dat iemand het helemaal verkeerd doet?

Ik wil met jullie op zoek naar antwoorden op die vragen.

 

1.   Wijzen naar een ander

Ik zei al: we zijn aangekomen in het laatste blok

van Jezus eerste grote hoorcollege, de bergrede.

Jezus’ studenten, de inwoners van Galilea,

maar ook mensen die uit alle hoeken van het land

speciaal voor Jezus naar Galilea zijn gekomen,

luisteren al uren met volle aandacht naar Jezus.

‘Want,’ staat er, ‘hij sprak hen toe als iemand met gezag’:

als Jezus spreekt, kun je niet anders dan luisteren,

want Jezus belichaamt zijn eigen woorden.

Maar aan die woorden komt nu een eind.

Dit laatste blok heeft niet één duidelijk overkoepelend thema,

zoals de vorige blokken dat wel hadden,

maar bestaat uit verschillende dingen die Jezus nog wil zeggen.

 

We focussen nu even op wat Jezus over oordelen zegt,

en het is niet zo gek dat Jezus daarover begint.

In de eerdere blokken had Jezus de lat heel hoog gelegd,

met als hoogste punt: ‘wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’.

Jezus legt de lat nog hoger dan de schriftgeleerden en Farizeeën,

tegen wie Jezus’ studenten daar op de berg al zo opkeken.

Deze ijverigste gelovigen leken zó heilig te leven,

niet te betrappen op wat voor fout dan ook maar.

Maar Jezus veegt er de vloer mee aan:

‘als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën,

zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.’

Als zelfs het leven van de Farizeeën niet goed genoeg is,

wanneer is het dan wel goed genoeg?!

Jezus legt de lat hoog!

 

En wat gebeurt er dan?

Dan ga je anderen naast die lat leggen!

Hij is hypocriet, zij is een angsthaas, hij een dom schaap, zij een wappie, enzovoort.

Wat als je van anderen ziet dat ze de fout in gaan?

Dat zíj niet leven zoals Jezus voorhoudt?

Jezus kent het menselijke trekje van wijzen naar een ander.

Dáárom begint hij erover: oordeel niet!

Gebruik de hoge lat om jezelf op te richten,

maar niet om anderen de maat mee te nemen!

Waarom zou je over alles en iedereen

altijd maar een mening moeten hebben en ventileren?

 

2.   Afrekenen met oordelen

Jezus daagt je uit af te rekenen met je oordelen.

Maar wat bedoelt Jezus precies met oordelen?

Bedoelt Jezus dat je nergens meer een mening over mag hebben?

Dat als je buurman je trots vertelt over hoe hij gereld heeft,

dat je dat dan helemaal prima moet vinden,

want je mag per slot van rekening niet oordelen?

Of dat als iemand uit je familie of kerk zijn kinderen mishandelt,

hij dat vooral zelf moet weten?

Nee, dat bedoelt Jezus dus niet:

niet oordelen betekent niet dat je alles maar goed moet vinden!

 

Waar het om gaat,

is dat een oordeel een manier is om jezelf boven een ander te plaatsen.

Als je een oordeel hebt, heb je geen oprechte zorg over een ander,

maar gaat het je uiteindelijk om jezelf.

Als ik iemand aan de kant zet als angsthaas, wappie of doorgesnoven hooligan

dan kan ik inhoudelijk best gelijk hebben,

al gebeurt het ook regelmatig dat ik niet gelijk heb,

maar het probleem is dat ik mijzelf dan beter voel.

En het blijft lastig, wat is je motief,

het is goed om solidair te zijn met winkeliers

van wie de hele voorraad geplunderd is,

maar als ik mensen wegzet als ‘doorgesnoven hooligans’,

dan zit daar ook iets in van: ‘gelukkig ben ik beter mens dan zij’.

 

In Lucas 18 vertelt Jezus daarover een gelijkenis.

Het gaat over een Farizeeër en een tollenaar die in de tempel bidden.
De Farizeeër begint mooi: ‘God, ik dank u…’

Maar dan blijkt hoe zelfingenomen hij is:

‘ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen,

die roofzuchtig zijn of onrechtvaardig of overspelig zijn,

en dat ik ook niet ben als die tollenaar.’

Of, vertaald naar vandaag: ‘ik dank u dat ik geen wappie ben, of angsthaas,

en al helemaal geen doorgesnoven hooligan.’

Die Farizeeër heeft zijn oordeel klaar, niet om de ander ermee te helpen,

maar om zichzelf er beter door te kunnen voelen.

Dát is het probleem met oordelen:

het gaat helemaal niet om de ander, het gaat om jezelf,

je wilt je eigen zelfbeeld oppoetsen.

 

Zelf deed Jezus dat heel anders.

Bijvoorbeeld in Johannes 8.

De Farizeeën brengen een vrouw bij Jezus die op overspel betrapt is.

Ze willen haar stenigen, maar Jezus steekt er een stokje voor.

Als hij alleen met de vrouw overblijft, vraagt hij:

‘heeft niemand u veroordeeld? Ik veroordeel u ook niet.

Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’

Jezus keurt het overspel dus niet goed

-hij noemt het zonde en drukt haar op het hart daarmee te stoppen-

én Jezus laat deze vrouw in haar waarde,

behandelt haar als een gelijke.

Niet als iemand om je schande over uit te spreken

zodat je eigenwaarde weer een boost krijgt.

 

Jezus vertelt ook waarom je dat niet moet doen.

Hij geeft er 2 redenen voor.

1: het is niet eerlijk.

‘Huichelaar’, zegt Jezus, ‘verwijder eerst de balk uit je eigen oog.’

Wat is het makkelijk om over iedereen oordelen te hebben –

kijk toch eerst naar jezelf!

Het zou dan zomaar zo kunnen zijn

dat jouw oordeel meer over jouzelf zegt dan over de ander…

Ik verstop míjn onzekerheid achter grote oordelen.

Maar ben ik nu echt zoveel beter?!

 

Reden 2 is nog belangrijker:

‘op grond van het oordeel dat je velt, zal er over jou geoordeeld worden.’

Als algemene waarheid klopt het al:

als jij anderen de maat neemt, gaan ze jou ook de maat nemen.

Maar Jezus bedoelt iets anders:

oordeel jij hard over anderen, dan oordeelt God hard over jou.

Hoe wil je dat God jou oordeelt?

Wil je een God met een lik-op-stuk beleid?

Of hoop je dat God mild oordeelt, met genade?

Ik wist het wel!

Dan zegt Jezus: doe dan ook zo met anderen.

 

Dat is niet alleen een wijze raad van Jezus –

hij biedt je ook een weg om uit die oordelen te komen.

Want in je oordelen over anderen vlucht je van jezelf.

Je schreeuwt hard over de ander

om je eigen gebreken, zwakheid en zonden niet onder ogen te hoeven zien.

Je oordeelt anderen, om jezelf niet te hoeven oordelen.

Maar Jezus zegt: ‘kijk maar eerlijk naar jezelf.

Misschien schrik je ervan en vlucht je er het liefste voor weg.

Maar het hoeft niet: ik kijk naar je, en ik kijk niet weg, ik veroordeel je niet.

Geef je oordelen maar aan mij.

Ik liet mij kruisigen, aan 2 balken vol splinters, om jou van oordeel vrij te maken.

Van Gods oordeel, maar ook van je oordeel over jezelf.

Ik veroordeel je niet – dus veroordeel alsjeblieft jezelf niet!

Zoek je eigenwaarde niet in het oordelen van anderen,

maar weet dat je waardevol ben in mijn ogen!’

 

3.   Eerst liefhebben

Dus wat moet je doen, de volgende keer dat jij jezelf op een oordeel betrapt?

Begin dan bij jezelf!

Wees eerlijk: waarom heb je dat oordeel?

Kan het ook zijn dat jij het verkeerd ziet?

Dat je denkt een splinter te zien in het oog van een ander,

terwijl er in werkelijkheid een balk uit jouw oog steekt?

En als je het wel goed ziet: wat zijn je motieven?

Kijk je naar een ander om jezelf mee te vergelijken

in de hoop dat die vergelijking een beetje gunstig uitpakt

en jij je beter kunt voelen over jezelf?

Dan gebruik je de ander voor jezelf.

Dáárvan zegt Jezus: niet doen.

 

Pas als het jou niet meer gaat om jezelf, maar om de ander,

als je de ander liefhebt, in je hart sluit, ziet als gelijkwaardig mens,

pas dan kun je eerlijk beginnen over de splinters die je ziet.

En dat is dus wél de bedoeling!

Nee, niet alsnog oordelen, maar ook niet de splinter laten zitten: die moet eruit.

En daar wordt het ook veel spannender

dan op Facebook je afkeuring uiten over mensen waar je toch niet mee omgaat.

Kun jij diegene ook helpen om van z’n splinter af te komen?

En wat je áltijd kunt doen, ook al ken je iemand niet: voor diegene bidden –

en dan uiteraard niet zoals die Farizeeër uit Jezus’ gelijkenis…

 

Oordeel niet – maar heb lief!

Net als Jezus jou liefheeft met een eindeloos geduld.

Amen.