Preek - Psalm 113 - WARE GROOTHEID

Inleiding

Op sommige punten ben ik verschrikkelijk ouderwets:

bij ons in huis geen Spotify-playlists met een hippe draadloze speaker,

maar een bijna antieke stereo-installatie,

met 2 veel te grote pilaar-boxen en een heuse 5-cd-wisselaar.

Aan de muur hangt dan ook een grote cd-kast,

en ik vind het altijd een feestje om daar voor te staan!

Niet alleen omdat er zoveel muziek in zit,

maar ook om de herinneringen die eraan vast zitten.

 

Voor de gelegenheid heb ik een duik in de cd-kast genomen,

voor een trip down memory lane.

Als ik bijvoorbeeld deze cd van Delirious? opzet,

dan ben ik even in het Gelredome in Arnhem,

op mijn allereerste EO-jongerendag.

Ik ruik dan nog de geur die je onvermijdelijk krijgt

als je 30.000 jongeren in een ruimte zet…

Dit is ook zo’n cd met herinneringen – van Dave Matthews:

deze cd heb ik helemaal grijs gedraaid

toen ik verliefd aan het worden was op Hanneke.

Met opbeurende songtitels als Lie in our graves…

Desondanks word ik met deze cd weer helemaal verliefd.

Nog eentje: deze cd van Elbow.

Gekocht vlak voor een vakantie in Oostenrijk,

en bij de eerste tonen droom ik al weg naar een dal omringd door hoge bergen.

 

Muziek is meer dan muziek:

muziek roept herinneringen op, roept een wereld op,

en krijgt op die manier extra betekenis.

Heel sterk, en daarmee stap ik over op een heel andere wereld,

kun je dat hebben met muziek die op een begrafenis klinkt.

10.000 Redenen is voor mij zo’n lied:

die zongen we bij het graf van mijn schoonvader.

Als ik zing: ‘en op die dag, als mijn kracht vermindert,

mijn adem stokt, en mijn einde komt,

zal toch mijn ziel uw loflied blijven zingen,’

dan heeft dat een veel diepere betekenis gekregen.

 

Vanaf vandaag tot aan Pasen wil ik jullie meenemen in zulke muziek -

in de cd-kast van Jezus, of nog beter: in Jezus’ laatste playlist.

De avond voor zijn sterven heeft Jezus met zijn leerlingen gezongen.

Na die avond hebben deze liederen een nieuwe lading gekregen.

Helaas weten we niet hoe het geklonken heeft,

maar de songteksten hebben we nog wel!

Vandaag luisteren we naar de eerste van die liederen: Psalm 113,

een Psalm die gaat over ware grootheid.

Laten we ernaar luisteren.

 

1.   PaasPsalmen

In de bijbel staan 150 Psalmen.

Maar dat zijn niet allemaal losse liedjes: allerlei Psalmen horen bij elkaar.

Dat is met Psalm 113 ook zo: Psalm 113 hoort bij Psalm 114-118.

Als de Psalmen een cd-kast zouden zijn,

zouden Psalm 113-118 samen op één album staan.

Of als je wat moderner bent: als je de Psalmen op Spotify zou luisteren,

zouden dit één playlist zijn.

 

Dit album, of deze playlist, van 6 Psalmen heeft een titel: het hallel.

Dat lijkt nog het meest op ‘halleluja’, en dat kan kloppen:

‘halleluja’ bestaat uit 2 woorden, ‘hallel’, wat betekent: ‘prijs’, of ‘loof’,

en ‘ja’, wat een afkorting is van JHWH – de Heer.

Psalm 113 begint er ook mee: halleluja.

En samen met Psalm 114-118 zijn het de hallel-Psalmen: lofliederen.

 

Behalve een titel, hebben deze Psalmen ook een ondertitel.

Net als bijvoorbeeld het Liedboek:

dat heeft als ondertitel ‘zingen en bidden in huis en kerk’.

Dan weet je direct waar dat Liedboek voor bedoeld is.

Met die hallel-Psalmen is het net zo:

ze worden ook wel het ‘Egyptisch hallel’ genoemd.

‘Egyptisch’ omdat deze Psalmen gezongen worden bij het Pesachfeest,

het feest waarop de Joden vieren dat God hen, onder leiding van Mozes,

uit Egypte heeft bevrijd.

Dus ook hier vertelt de ondertitel waar deze liederen voor bedoeld zijn:

om te zingen op het Pesachfeest.

 

En daarmee komen we op de laatste avond voor Jezus’ sterven.

Die laatste avond vierden Jezus en zijn 12 vrienden het Pesachfeest,

het feest van de bevrijding.

Petrus en Johannes hadden de hele middag in de keuken gestaan

om de traditionele Pesachmaaltijd voor te bereiden.

Als Jezus en de andere leerlingen arriveren,

zijn Petrus en Johannes bijna klaar met de eerste afwas

en kunnen ze direct aan tafel.

 

Voor die Pesachmaaltijd is in de loop der jaren een heel draaiboek ontstaan,

en dat draaiboek wordt ook deze avond gevolgd.

Behalve gegeten wordt er aan tafel ook veel gepraat –

en gedronken: per persoon staan 4 bekers wijn klaar.

 

Vóór het hoofdgerecht wordt gegeten,

zijn er verschillende symbolische voorgerechten, waaronder ongedesemde broden.

Een van de deelnemers houdt de broden omhoog en zegt:

‘dit is het brood van de vernedering

dat onze voorouders in Egypte gegeten hebben.’

Vervolgens vraagt iemand, meestal een kind,

maar die waren er in dit geval waarschijnlijk niet bij:

‘waarin verschilt deze avond van alle andere avonden?’

Die vraag wordt aangegrepen

om het verhaal van de bevrijding uit Egypte te vertellen.

Is dat verhaal verteld, dan komt Psalm 113 om de hoek kijken:

op dit punt van de maaltijd worden Psalm 113 en 114 gezongen.

Zo krijgt Psalm 113 dus betekenis –

een betekenis die verder gaat dan de tekst en de muziek.

En déze avond krijgt Psalm 113 er een betekenis bij:

deze Psalm hoort bij de laatste liederen die Jezus gezongen heeft,

het is het begin van de soundtrack van Jezus’ laatste avond.

 

2.   Ware grootheid

Genoeg achtergrond – hoogste tijd om te luisteren naar de Psalm zelf.

De eerste helft van de Psalm is heel makkelijk samen te vatten:

God is de aller, aller, allerbelangrijkste!

Dus denk maar aan de machtigste mensen op aarde, ik heb ze even opgezocht:

in 2020 waren dat Xi Jingping, Vladimir Poetin en Donald Trump,

(die laatste zal in 2021 wel een vrije val op de lijst maken…),

en als je dan een score zou mogen geven voor hun belangrijkheid,

en je zou al die scores bij elkaar optellen,

dan kom je in de verste verte niet in de buurt bij hoe belangrijk God is!

‘Verheven boven alle volken is de Heer’ zegt Psalm 113.

God is de aller, aller, allerbelangrijkste!

 

En dat betekent dat God nooit genoeg geprezen kan worden:

er bestaat niet iets als God té veel eer geven – dat is gewoon onmogelijk.

Zelfs als vanaf nu elke bewoner van de aarde, mens en dier,

elk moment van de dag, tot in de eeuwigheid,

zich helemaal zou richten op het eer geven aan God,

zelfs dan zou God niet te veel eer krijgen:

je zou God gewoon geven wat hij verdient.

 

Als je zo belangrijk bent, wat doe je dan?

Ik zou het wel weten: dan laat je dat merken.

Dus voortaan laat jij je rondrijden door je chauffeur,

of nog beter: voor grote afstanden heb je een privéjet

en voor de kleine afstanden een helikopter – omdat het kan.

In vergaderingen laat jij standaard een kwartier op je wachten:

gewoon om te laten zien dat jij dat kunt maken omdat jij belangrijk bent.

En als je gevraagd wordt om ergens te spreken, dan stel je hoge eisen:

je wilt een geluidsdichte kamer waar je je in de pauze even kunt terugtrekken,

en de koffie op precies 73 graden Celsius voor je klaar staat.

Ok, een half graadje meer of minder is nog net toegestaan.

Nou ja, zo kan ik nog wel even doorgaan, maar waar het om gaat:

als je zó belangrijk bent, dan ga je ook belangrijk doen.

 

Maar Gód, de aller, aller, allerbelangrijkste, doet dat niet!

Luister maar: ‘Wie is gelijk aan de Heer, onze God,

die hoog daar boven zijn woning heeft,

die zijn oog richt naar beneden?’

God is de aller, aller, allerbelangrijkste, en wat doet hij?!

Hij zit niet maar wat belangrijk te wezen om gezien te worden,

hij kijkt juist naar beneden, om óns te zien!

De aller, aller, allerbelangrijkste kijkt om naar de minst belangrijken.

 

Dat is precies wat Jezus en zijn vrienden deze avond vieren.

In hun mond proeven ze nog het ongedesemde brood,

het brood van de vernedering in Egypte,

en ze hebben de hele bevrijding uit Egypte opnieuw beleefd.

En dan zingen ze: ‘De Heer verheft uit het stof wie berooid is,

uit het vuil tilt hij op wie alles ontbeert.’

Op dat moment ervaren ze dat heel sterk: in Egypte stelden zij niets voor,

zij waren de minst belangrijken, gehaat door de Egyptenaren,

maar God, die hoog boven de Egyptenaren verheven is,

keek naar hen om en heeft hen gered!

 

Maar deze avond krijgt de Psalm er een betekenis bij.

De volgende keer dat Jezus’ vrienden deze Psalm zingen,

heeft het een heel nieuwe lading gekregen.

Want deze Psalm gaat over Jezus!

Juist Jezus is God die niet daar boven in de hemel belangrijk zit te wezen,

maar die omziet naar mensen.

Sterker: hij richt niet alleen zijn oog naar beneden, zoals in Psalm 113,

maar daalt zelf af naar beneden, om ‘uit het stof te verheffen wie berooid is’.

Het kruis, dat Jezus morgen te wachten staat,

is het ultieme omkijken van God naar de wereld:

daar begint jouw vrijheid, daar word jij verheven!

 

Ook op een andere manier gaat Psalm 113 over Jezus.

Jezus weet wat hem morgen te wachten staat –

de vernedering, de spot, de pijn, de eenzaamheid, de dood.

Als Jezus deze avond zijn vrienden Psalm 113 hoort zingen,

voelt hij het kippenvel opkomen, voelt hij nieuwe moed.

‘God verheft uit het stof wie berooid is,

hij laat hem wonen bij de hoogsten van zijn volk.’

De vernedering waar Jezus niet aan kan ontkomen, is niet het laatste.

Later zal Paulus schrijven, Filippenzen 2: ‘God heeft hem hoog verheven

en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat.’

 

God, de allerbelangrijkste, kijkt om naar de minst belangrijken – dat is goed nieuws!

Maar het is ook een spiegel die je confronteert.

Hoe vaak vinden wij onszelf niet te belangrijk voor de problemen van anderen?

‘Rot voor je, maar val mij niet lastig met je problemen.’

We leven misschien wel mee met ondernemers

die nu niet anders kunnen dan toekijken hoe hun levenswerk de afgrond in gaat,

maar we zijn vooral blij dat het onszelf niet treft,

en niet bereid meer belasting te gaan betalen

zodat deze ondernemers schadeloos gesteld kunnen worden.

En we hebben echt te doen met vluchtelingen in kamp Moria,

maar het wordt zo ongemakkelijk dat we wegkijken.

 

God niet: hij kijkt niet weg, maar richt zijn oog op de minst belangrijken.

Niet alleen op jou en mij – voor God telt juist de minst belangrijke!

Als Jezus vandaag geboren zou worden,

dan zou dat zomaar in kamp Moria kunnen zijn,

als zoon van een jong meisje dat verkracht is.

Want voor God is niemand onbelangrijk!

 

3.   Halleluja!

God is de aller, aller, allerbelangrijkste –

en hij kijkt om naar de minst belangrijken.

Dat is Psalm 113, uit de soundtrack van Jezus’ laatste avond, in een notendop.

En dát is ware grootheid.

Een beetje belangrijk zitten wezen – dat kan iedereen.

Maar omzien naar de minst belangrijken – daarin blijkt ware grootheid.

En daarom verdient God jouw eer: halleluja!

 

Hoe eer je deze God?

Met woorden – natuurlijk.

Maar je eert iemand ook door in zijn voetsporen te gaan.

Door, net als God, je niet te belangrijk te voelen

voor wie jouw hulp nodig heeft.

Door niet weg te kijken, ook al doet het pijn aan je ogen.

Ik weet ook wel: jij en ik kunnen niet alle problemen oplossen.

Wij hebben de macht niet om kamp Moria op te doeken

en al haar getraumatiseerde bewoners een veilige plek te geven.

Maar daarom hoeven we nog niet weg te kijken!

Laat het leed van de minst belangrijken je raken.

Zeg niet bij voorbaat dat je toch niets kunt doen.

Op zijn minst kun je bidden in plaats van wegkijken,

en misschien maakt God je dan wel duidelijk wat je nog meer kunt.

 

Want God kijkt met je mee!

Hij, de aller, aller, allerbelangrijkste,

kijkt om naar de minst belangrijken.

Daarom: halleluja! Amen.

Psalm 113 - WARE GROOTHEID

Inleiding

Op sommige punten ben ik verschrikkelijk ouderwets:

bij ons in huis geen Spotify-playlists met een hippe draadloze speaker,

maar een bijna antieke stereo-installatie,

met 2 veel te grote pilaar-boxen en een heuse 5-cd-wisselaar.

Aan de muur hangt dan ook een grote cd-kast,

en ik vind het altijd een feestje om daar voor te staan!

Niet alleen omdat er zoveel muziek in zit,

maar ook om de herinneringen die eraan vast zitten.

 

Voor de gelegenheid heb ik een duik in de cd-kast genomen,

voor een trip down memory lane.

Als ik bijvoorbeeld deze cd van Delirious? opzet,

dan ben ik even in het Gelredome in Arnhem,

op mijn allereerste EO-jongerendag.

Ik ruik dan nog de geur die je onvermijdelijk krijgt

als je 30.000 jongeren in een ruimte zet…

Dit is ook zo’n cd met herinneringen – van Dave Matthews:

deze cd heb ik helemaal grijs gedraaid

toen ik verliefd aan het worden was op Hanneke.

Met opbeurende songtitels als Lie in our graves…

Desondanks word ik met deze cd weer helemaal verliefd.

Nog eentje: deze cd van Elbow.

Gekocht vlak voor een vakantie in Oostenrijk,

en bij de eerste tonen droom ik al weg naar een dal omringd door hoge bergen.

 

Muziek is meer dan muziek:

muziek roept herinneringen op, roept een wereld op,

en krijgt op die manier extra betekenis.

Heel sterk, en daarmee stap ik over op een heel andere wereld,

kun je dat hebben met muziek die op een begrafenis klinkt.

10.000 Redenen is voor mij zo’n lied:

die zongen we bij het graf van mijn schoonvader.

Als ik zing: ‘en op die dag, als mijn kracht vermindert,

mijn adem stokt, en mijn einde komt,

zal toch mijn ziel uw loflied blijven zingen,’

dan heeft dat een veel diepere betekenis gekregen.

 

Vanaf vandaag tot aan Pasen wil ik jullie meenemen in zulke muziek -

in de cd-kast van Jezus, of nog beter: in Jezus’ laatste playlist.

De avond voor zijn sterven heeft Jezus met zijn leerlingen gezongen.

Na die avond hebben deze liederen een nieuwe lading gekregen.

Helaas weten we niet hoe het geklonken heeft,

maar de songteksten hebben we nog wel!

Vandaag luisteren we naar de eerste van die liederen: Psalm 113,

een Psalm die gaat over ware grootheid.

Laten we ernaar luisteren.

 

1.   PaasPsalmen

In de bijbel staan 150 Psalmen.

Maar dat zijn niet allemaal losse liedjes: allerlei Psalmen horen bij elkaar.

Dat is met Psalm 113 ook zo: Psalm 113 hoort bij Psalm 114-118.

Als de Psalmen een cd-kast zouden zijn,

zouden Psalm 113-118 samen op één album staan.

Of als je wat moderner bent: als je de Psalmen op Spotify zou luisteren,

zouden dit één playlist zijn.

 

Dit album, of deze playlist, van 6 Psalmen heeft een titel: het hallel.

Dat lijkt nog het meest op ‘halleluja’, en dat kan kloppen:

‘halleluja’ bestaat uit 2 woorden, ‘hallel’, wat betekent: ‘prijs’, of ‘loof’,

en ‘ja’, wat een afkorting is van JHWH – de Heer.

Psalm 113 begint er ook mee: halleluja.

En samen met Psalm 114-118 zijn het de hallel-Psalmen: lofliederen.

 

Behalve een titel, hebben deze Psalmen ook een ondertitel.

Net als bijvoorbeeld het Liedboek:

dat heeft als ondertitel ‘zingen en bidden in huis en kerk’.

Dan weet je direct waar dat Liedboek voor bedoeld is.

Met die hallel-Psalmen is het net zo:

ze worden ook wel het ‘Egyptisch hallel’ genoemd.

‘Egyptisch’ omdat deze Psalmen gezongen worden bij het Pesachfeest,

het feest waarop de Joden vieren dat God hen, onder leiding van Mozes,

uit Egypte heeft bevrijd.

Dus ook hier vertelt de ondertitel waar deze liederen voor bedoeld zijn:

om te zingen op het Pesachfeest.

 

En daarmee komen we op de laatste avond voor Jezus’ sterven.

Die laatste avond vierden Jezus en zijn 12 vrienden het Pesachfeest,

het feest van de bevrijding.

Petrus en Johannes hadden de hele middag in de keuken gestaan

om de traditionele Pesachmaaltijd voor te bereiden.

Als Jezus en de andere leerlingen arriveren,

zijn Petrus en Johannes bijna klaar met de eerste afwas

en kunnen ze direct aan tafel.

 

Voor die Pesachmaaltijd is in de loop der jaren een heel draaiboek ontstaan,

en dat draaiboek wordt ook deze avond gevolgd.

Behalve gegeten wordt er aan tafel ook veel gepraat –

en gedronken: per persoon staan 4 bekers wijn klaar.

 

Vóór het hoofdgerecht wordt gegeten,

zijn er verschillende symbolische voorgerechten, waaronder ongedesemde broden.

Een van de deelnemers houdt de broden omhoog en zegt:

‘dit is het brood van de vernedering

dat onze voorouders in Egypte gegeten hebben.’

Vervolgens vraagt iemand, meestal een kind,

maar die waren er in dit geval waarschijnlijk niet bij:

‘waarin verschilt deze avond van alle andere avonden?’

Die vraag wordt aangegrepen

om het verhaal van de bevrijding uit Egypte te vertellen.

Is dat verhaal verteld, dan komt Psalm 113 om de hoek kijken:

op dit punt van de maaltijd worden Psalm 113 en 114 gezongen.

Zo krijgt Psalm 113 dus betekenis –

een betekenis die verder gaat dan de tekst en de muziek.

En déze avond krijgt Psalm 113 er een betekenis bij:

deze Psalm hoort bij de laatste liederen die Jezus gezongen heeft,

het is het begin van de soundtrack van Jezus’ laatste avond.

 

2.   Ware grootheid

Genoeg achtergrond – hoogste tijd om te luisteren naar de Psalm zelf.

De eerste helft van de Psalm is heel makkelijk samen te vatten:

God is de aller, aller, allerbelangrijkste!

Dus denk maar aan de machtigste mensen op aarde, ik heb ze even opgezocht:

in 2020 waren dat Xi Jingping, Vladimir Poetin en Donald Trump,

(die laatste zal in 2021 wel een vrije val op de lijst maken…),

en als je dan een score zou mogen geven voor hun belangrijkheid,

en je zou al die scores bij elkaar optellen,

dan kom je in de verste verte niet in de buurt bij hoe belangrijk God is!

‘Verheven boven alle volken is de Heer’ zegt Psalm 113.

God is de aller, aller, allerbelangrijkste!

 

En dat betekent dat God nooit genoeg geprezen kan worden:

er bestaat niet iets als God té veel eer geven – dat is gewoon onmogelijk.

Zelfs als vanaf nu elke bewoner van de aarde, mens en dier,

elk moment van de dag, tot in de eeuwigheid,

zich helemaal zou richten op het eer geven aan God,

zelfs dan zou God niet te veel eer krijgen:

je zou God gewoon geven wat hij verdient.

 

Als je zo belangrijk bent, wat doe je dan?

Ik zou het wel weten: dan laat je dat merken.

Dus voortaan laat jij je rondrijden door je chauffeur,

of nog beter: voor grote afstanden heb je een privéjet

en voor de kleine afstanden een helikopter – omdat het kan.

In vergaderingen laat jij standaard een kwartier op je wachten:

gewoon om te laten zien dat jij dat kunt maken omdat jij belangrijk bent.

En als je gevraagd wordt om ergens te spreken, dan stel je hoge eisen:

je wilt een geluidsdichte kamer waar je je in de pauze even kunt terugtrekken,

en de koffie op precies 73 graden Celsius voor je klaar staat.

Ok, een half graadje meer of minder is nog net toegestaan.

Nou ja, zo kan ik nog wel even doorgaan, maar waar het om gaat:

als je zó belangrijk bent, dan ga je ook belangrijk doen.

 

Maar Gód, de aller, aller, allerbelangrijkste, doet dat niet!

Luister maar: ‘Wie is gelijk aan de Heer, onze God,

die hoog daar boven zijn woning heeft,

die zijn oog richt naar beneden?’

God is de aller, aller, allerbelangrijkste, en wat doet hij?!

Hij zit niet maar wat belangrijk te wezen om gezien te worden,

hij kijkt juist naar beneden, om óns te zien!

De aller, aller, allerbelangrijkste kijkt om naar de minst belangrijken.

 

Dat is precies wat Jezus en zijn vrienden deze avond vieren.

In hun mond proeven ze nog het ongedesemde brood,

het brood van de vernedering in Egypte,

en ze hebben de hele bevrijding uit Egypte opnieuw beleefd.

En dan zingen ze: ‘De Heer verheft uit het stof wie berooid is,

uit het vuil tilt hij op wie alles ontbeert.’

Op dat moment ervaren ze dat heel sterk: in Egypte stelden zij niets voor,

zij waren de minst belangrijken, gehaat door de Egyptenaren,

maar God, die hoog boven de Egyptenaren verheven is,

keek naar hen om en heeft hen gered!

 

Maar deze avond krijgt de Psalm er een betekenis bij.

De volgende keer dat Jezus’ vrienden deze Psalm zingen,

heeft het een heel nieuwe lading gekregen.

Want deze Psalm gaat over Jezus!

Juist Jezus is God die niet daar boven in de hemel belangrijk zit te wezen,

maar die omziet naar mensen.

Sterker: hij richt niet alleen zijn oog naar beneden, zoals in Psalm 113,

maar daalt zelf af naar beneden, om ‘uit het stof te verheffen wie berooid is’.

Het kruis, dat Jezus morgen te wachten staat,

is het ultieme omkijken van God naar de wereld:

daar begint jouw vrijheid, daar word jij verheven!

 

Ook op een andere manier gaat Psalm 113 over Jezus.

Jezus weet wat hem morgen te wachten staat –

de vernedering, de spot, de pijn, de eenzaamheid, de dood.

Als Jezus deze avond zijn vrienden Psalm 113 hoort zingen,

voelt hij het kippenvel opkomen, voelt hij nieuwe moed.

‘God verheft uit het stof wie berooid is,

hij laat hem wonen bij de hoogsten van zijn volk.’

De vernedering waar Jezus niet aan kan ontkomen, is niet het laatste.

Later zal Paulus schrijven, Filippenzen 2: ‘God heeft hem hoog verheven

en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat.’

 

God, de allerbelangrijkste, kijkt om naar de minst belangrijken – dat is goed nieuws!

Maar het is ook een spiegel die je confronteert.

Hoe vaak vinden wij onszelf niet te belangrijk voor de problemen van anderen?

‘Rot voor je, maar val mij niet lastig met je problemen.’

We leven misschien wel mee met ondernemers

die nu niet anders kunnen dan toekijken hoe hun levenswerk de afgrond in gaat,

maar we zijn vooral blij dat het onszelf niet treft,

en niet bereid meer belasting te gaan betalen

zodat deze ondernemers schadeloos gesteld kunnen worden.

En we hebben echt te doen met vluchtelingen in kamp Moria,

maar het wordt zo ongemakkelijk dat we wegkijken.

 

God niet: hij kijkt niet weg, maar richt zijn oog op de minst belangrijken.

Niet alleen op jou en mij – voor God telt juist de minst belangrijke!

Als Jezus vandaag geboren zou worden,

dan zou dat zomaar in kamp Moria kunnen zijn,

als zoon van een jong meisje dat verkracht is.

Want voor God is niemand onbelangrijk!

 

3.   Halleluja!

God is de aller, aller, allerbelangrijkste –

en hij kijkt om naar de minst belangrijken.

Dat is Psalm 113, uit de soundtrack van Jezus’ laatste avond, in een notendop.

En dát is ware grootheid.

Een beetje belangrijk zitten wezen – dat kan iedereen.

Maar omzien naar de minst belangrijken – daarin blijkt ware grootheid.

En daarom verdient God jouw eer: halleluja!

 

Hoe eer je deze God?

Met woorden – natuurlijk.

Maar je eert iemand ook door in zijn voetsporen te gaan.

Door, net als God, je niet te belangrijk te voelen

voor wie jouw hulp nodig heeft.

Door niet weg te kijken, ook al doet het pijn aan je ogen.

Ik weet ook wel: jij en ik kunnen niet alle problemen oplossen.

Wij hebben de macht niet om kamp Moria op te doeken

en al haar getraumatiseerde bewoners een veilige plek te geven.

Maar daarom hoeven we nog niet weg te kijken!

Laat het leed van de minst belangrijken je raken.

Zeg niet bij voorbaat dat je toch niets kunt doen.

Op zijn minst kun je bidden in plaats van wegkijken,

en misschien maakt God je dan wel duidelijk wat je nog meer kunt.

 

Want God kijkt met je mee!

Hij, de aller, aller, allerbelangrijkste,

kijkt om naar de minst belangrijken.

Daarom: halleluja! Amen.