Preek - Psalm 118 - DE PLOTWENDING

Inleiding

Ik ben een echte lezer.

Er is niets zo ontspannend als een goed boek.

Nu weet ik dat Zaankanters niet bekend staan als de grootste lezers,

dus ik loop het risico dat je nu al bent afgehaakt bij mijn verhaal,

maar als ik af mag gaan op de minibieb in onze voortuin,

waar elke dag weer andere boeken in staan,

ben ik best optimistisch over lezende Zaankanters.

 

Dat lezen heb ik al jong geleerd.

Als ik om 19:30 naar bed moest, mocht ik nog lezen tot 20:00.

Maar ja, wat is een half uurtje nou?

Zit je net helemaal in de wereld van de Kameleon,

en kun je niet wachten om te weten hoe het verder gaat,

moet je je nachtlampje alweer uitdoen en gaan slapen…

Gelukkig sliep ik op zolder,

en de trap naar die zolder kraakte een beetje,

dus ik werd op tijd gealarmeerd als mijn ouders op komst waren.

Dan kon ik snel mijn lampje uit doen,

en doen alsof ik al lang aan het slapen was.

Om zodra de kust veilig was weer verder te lezen.

 

En dat heb ik altijd gehouden:

als ik nog 100 bladzijden moet, en het boek heeft me echt te pakken,

en ik heb werkelijk geen idee hoe dit boek nog goed kan aflopen,

omdat het alleen met een enorme plotwending nog goed kan komen,

dan móet ik dat boek in één ruk uitlezen.

In de laatste hoofdstukken van een boek kan álles nog veranderen,

en in een spannend boek gebeurt dat ook,

op zo’n manier dat je er totaal door verrast wordt.

 

En dát is Pasen: een razend spannende plotwending.

In dit geval niet van een boek, maar van de geschiedenis.

De opstanding van Jezus is het punt in de geschiedenis waar alles anders wordt.

Die plotwending vieren we vandaag,

en daarbij wil ik met jullie luisteren naar een stukje uit Psalm 118.

Die hele Psalm past geweldig bij Pasen,

maar hij is te lang voor dit moment, dus lees hem thuis maar helemaal –

nu luisteren we naar Psalm 118:17-24.

 

1.   Laatste paaspsalm

Waarom vandaag Psalm 118?!

Als je de diensten in de 40-dagentijd hebt meegemaakt,

is het antwoord heel voorspelbaar: ik moest mijn prekenserie nog afmaken…

Maar als Psalm 118 niets met Pasen te maken zou hebben,

dan had ik hem met alle liefde laten schieten –

zó dwangmatig ben ik nu ook weer niet…

Maar laat Psalm 118 nu net de Psalm zijn

die al heel vroeg in de kerkgeschiedenis

in de roosters een plek kreeg op 1e Paasdag.

Psalm 118, de laatste Psalm van het Hallel,

de Psalmen die de Joden op het Pesachfeest zongen,

is een echte Paaspsalm!

 

In Jezus’ laatste week dook deze Psalm al steeds op,

als een Psalm die met Jezus meeging.

Als Jezus op een ezeltje Jeruzalem binnenrijdt,

wordt hem uit volle borst toegezongen:

‘Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!’

- een zinnetje uit Psalm 118.

Kort daarna vertelt Jezus een schokkende gelijkenis

over een aantal wijnboeren die een wijngaard huren

en de zoon van de eigenaar vermoorden.

‘Maar,’ sluit Jezus af, ‘de steen die de bouwers afkeurden,

is de hoeksteen geworden’ – weer Psalm 118.

Even later trekt Jezus flink van leer tegen de Schriftgeleerden en Farizeeën,

en sluit dan wéér af met Psalm 118:

‘Jullie zullen me niet meer zien, tot de tijd komt dat je zult zeggen:

“Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!”’

En dan is er nog de Pesachmaaltijd:

aan het einde van die maaltijd, vlak voor zijn arrestatie,

zingt Jezus nog één keer met zijn vrienden de lofzang,

en daarmee is Psalm 118 het laatste lied

dat Jezus gezongen heeft voor Pasen.

 

Of het ook het eerste lied is dat Jezus zong ná zijn opstanding,

dat weet ik niet, maar het zou heel goed kunnen!

Want nu valt Psalm 118 pas echt goed op zijn plek.

Het is onbekend wie deze Psalm geschreven heeft,

maar het had zo Jezus kunnen zijn, nadat hij uit het graf wandelde!

Dus als je thuis nog van plan was de hele Psalm te lezen:

probeer hem eens vanuit Jezus te lezen.

 

2.   De wending

Voor nu focussen we op vers 22:

‘de steen die de bouwers afkeurden, is een hoeksteen geworden.’

Want dit is het meest ‘Paasigste’ vers van de hele Psalm.

Hier gaat het precies over die spannende plotwending die Pasen is.

 

We zetten even een veiligheidshelm op, en lopen een bouwplaats op.

Een metselaar vult net z’n speciekuip bij de cementmolen,

om weer verder te kunnen bouwen aan een muur.

Met zijn troffel kwakt hij wat cement op het muurtje in wording,

legt er een steen op en tikt hem aan.

Tot hij een wel heel rare steen pakt: het formaat klopt van geen kanten.

‘Wat een misbaksel’, bromt hij, en hij gooit de steen over zijn schouder.

Later op de middag verdwijnt de steen in een grote container,

die een week later wordt afgevoerd naar de stort.

 

Dat is het verhaal van de steen, en het is een pijnlijk verhaal.

Afgewezen worden is misschien wel de pijnlijkste ervaring die je kunt hebben.

‘Jij mag niet meedoen, want jij bent…’

Nou ja, vul zelf maar wat in.

Uiteindelijk zoeken we allemaal een plek waar je voelt: ‘ik mag er zijn’.

Het verhaal van de steen is het verhaal van Jezus.

Hij werd afgewezen, keer op keer.

‘Nee, jij mag niet meedoen, we willen je niet.’

Gelukkig had Jezus vrienden, bij wie hij veilig was,

maar als het erop aan komt, wijzen ook zij Jezus af:

‘wie zeg je? Jezus? Nee, ik ken die kerel niet.’

Zo wordt Jezus afgevoerd naar het kruis, en later naar de begraafplaats.

 

Maar dán komt de grote plotwending!

Jezus had het zelf al gezegd:

‘de steen die de bouwers afkeurden, is de hoeksteen geworden.’

Die steen is op de stort beland – en dreigt voorgoed vergeten te worden.

Ware het niet dat God een kijkje op de stort neemt.

Want God houdt van de stort – van de rafelranden van de samenleving.

En wat hij daar nu toch weer vindt!

Een steen – precies de steen die hij nodig heeft.

‘Van jou maak ik een hoeksteen’ roept hij met glimmende ogen.

 

Ik kwam tegen, en ik vind dat wel een mooi beeld,

dat met die hoeksteen de sluitsteen van een boogconstructie bedoeld kan zijn.

Aangezien het in Psalm 118 ook over een poort gaat,

vind ik dat helemaal niet zo gek gedacht.

Zo’n sluitsteen in een boog is de laatste steen die erin wordt gezet.

Als deze steen er in staat, kan al het ondersteunende hout er vanaf,

en houdt deze steen alles bij elkaar.

De hoeksteen krijgt echt een sleutelpositie.

 

En dat is precies wat met Jezus, die was afwezen, gebeurt:

God haalt hem uit zijn graf, uit de dood.

Het verhaal dat eigenlijk niet goed meer kón aflopen,

krijgt de grootste plotwending ooit.

God haalt Jezus niet alleen terug,

zegt niet alleen: ‘maar ik wijs je niet af’,

hij geeft Jezus juist de aller, aller, allerbelangrijkste plaats!

God zegt: ‘als je vrede met mij wilt hebben,

als je wilt léven, écht wilt leven,

dan kun je niet langer om Jezus heen.’

Niet langer loopt alles op de dood uit, want zijn opstanding is jouw opstanding!

 

Later, in Handelingen 4, moet Petrus zich verdedigen

tegenover dezelfde rechtbank als Jezus.

En dan zegt hij: ‘Jezus Christus is door u gekruisigd,

maar door God uit de dood opgewekt.

Jezus is de steen die door u, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen,

maar die nu de hoeksteen geworden is.

Door niemand anders kunnen wij worden gered,

want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’

 

3.   Vier feest

Pasen is dé plotwending van de geschiedenis.

De wereld wees Jezus af, stuurde hem naar het graf,

maar God haalde hem eruit, om hem de hoogste plaats te geven.

En dan is er maar een gepaste reactie.

Het is de reactie van Maria en Maria: bewijs hem eer!

Laat dat nu net zijn waar al die hallel-Psalmen over gaan.

Ook Psalm 118 loopt erop uit:

‘loof de Heer, want hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw.’

 

Hoe loof je de Heer?

Daar zijn heel veel antwoorden op te geven,

vandaag wil ik er 1 uitlichten: vier feest voor God.

Staat ook in Psalm 118: ‘vier feest’.

Feest vieren is namelijk niet alleen leuk,

het is ook een manier om God te eren,

te laten zien hoe blij je met hem bent.

 

Christenen lijken nog wel eens te denken

dat het feest is als we er een extra kerkdienst tegenaan gooien.

En ik hoop dat jullie deze kerkdienst ook als een beetje feestelijk ervaren,

maar feest vieren is zoveel meer dan ergens in een kerkdienst bij stil staan.

Dus laat het Paasfeest niet na deze dienst ophouden!

Houd deze dag lekker vrij,

nodig je buren uit, bak een taart (of koop er een als je je bakkunsten niet vertrouwt),

trek een fles champagne open, geniet van een extra goede maaltijd,

doe eens een keer niet zo zuinig,

zet de muziek aan, draai de volumeknop omhoog en dans.

Kortom: doe eens gek en vier feest!

Want Jezus leeft – Halleluja!

Amen.

Psalm 118 - DE PLOTWENDING

Inleiding

Ik ben een echte lezer.

Er is niets zo ontspannend als een goed boek.

Nu weet ik dat Zaankanters niet bekend staan als de grootste lezers,

dus ik loop het risico dat je nu al bent afgehaakt bij mijn verhaal,

maar als ik af mag gaan op de minibieb in onze voortuin,

waar elke dag weer andere boeken in staan,

ben ik best optimistisch over lezende Zaankanters.

 

Dat lezen heb ik al jong geleerd.

Als ik om 19:30 naar bed moest, mocht ik nog lezen tot 20:00.

Maar ja, wat is een half uurtje nou?

Zit je net helemaal in de wereld van de Kameleon,

en kun je niet wachten om te weten hoe het verder gaat,

moet je je nachtlampje alweer uitdoen en gaan slapen…

Gelukkig sliep ik op zolder,

en de trap naar die zolder kraakte een beetje,

dus ik werd op tijd gealarmeerd als mijn ouders op komst waren.

Dan kon ik snel mijn lampje uit doen,

en doen alsof ik al lang aan het slapen was.

Om zodra de kust veilig was weer verder te lezen.

 

En dat heb ik altijd gehouden:

als ik nog 100 bladzijden moet, en het boek heeft me echt te pakken,

en ik heb werkelijk geen idee hoe dit boek nog goed kan aflopen,

omdat het alleen met een enorme plotwending nog goed kan komen,

dan móet ik dat boek in één ruk uitlezen.

In de laatste hoofdstukken van een boek kan álles nog veranderen,

en in een spannend boek gebeurt dat ook,

op zo’n manier dat je er totaal door verrast wordt.

 

En dát is Pasen: een razend spannende plotwending.

In dit geval niet van een boek, maar van de geschiedenis.

De opstanding van Jezus is het punt in de geschiedenis waar alles anders wordt.

Die plotwending vieren we vandaag,

en daarbij wil ik met jullie luisteren naar een stukje uit Psalm 118.

Die hele Psalm past geweldig bij Pasen,

maar hij is te lang voor dit moment, dus lees hem thuis maar helemaal –

nu luisteren we naar Psalm 118:17-24.

 

1.   Laatste paaspsalm

Waarom vandaag Psalm 118?!

Als je de diensten in de 40-dagentijd hebt meegemaakt,

is het antwoord heel voorspelbaar: ik moest mijn prekenserie nog afmaken…

Maar als Psalm 118 niets met Pasen te maken zou hebben,

dan had ik hem met alle liefde laten schieten –

zó dwangmatig ben ik nu ook weer niet…

Maar laat Psalm 118 nu net de Psalm zijn

die al heel vroeg in de kerkgeschiedenis

in de roosters een plek kreeg op 1e Paasdag.

Psalm 118, de laatste Psalm van het Hallel,

de Psalmen die de Joden op het Pesachfeest zongen,

is een echte Paaspsalm!

 

In Jezus’ laatste week dook deze Psalm al steeds op,

als een Psalm die met Jezus meeging.

Als Jezus op een ezeltje Jeruzalem binnenrijdt,

wordt hem uit volle borst toegezongen:

‘Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!’

- een zinnetje uit Psalm 118.

Kort daarna vertelt Jezus een schokkende gelijkenis

over een aantal wijnboeren die een wijngaard huren

en de zoon van de eigenaar vermoorden.

‘Maar,’ sluit Jezus af, ‘de steen die de bouwers afkeurden,

is de hoeksteen geworden’ – weer Psalm 118.

Even later trekt Jezus flink van leer tegen de Schriftgeleerden en Farizeeën,

en sluit dan wéér af met Psalm 118:

‘Jullie zullen me niet meer zien, tot de tijd komt dat je zult zeggen:

“Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!”’

En dan is er nog de Pesachmaaltijd:

aan het einde van die maaltijd, vlak voor zijn arrestatie,

zingt Jezus nog één keer met zijn vrienden de lofzang,

en daarmee is Psalm 118 het laatste lied

dat Jezus gezongen heeft voor Pasen.

 

Of het ook het eerste lied is dat Jezus zong ná zijn opstanding,

dat weet ik niet, maar het zou heel goed kunnen!

Want nu valt Psalm 118 pas echt goed op zijn plek.

Het is onbekend wie deze Psalm geschreven heeft,

maar het had zo Jezus kunnen zijn, nadat hij uit het graf wandelde!

Dus als je thuis nog van plan was de hele Psalm te lezen:

probeer hem eens vanuit Jezus te lezen.

 

2.   De wending

Voor nu focussen we op vers 22:

‘de steen die de bouwers afkeurden, is een hoeksteen geworden.’

Want dit is het meest ‘Paasigste’ vers van de hele Psalm.

Hier gaat het precies over die spannende plotwending die Pasen is.

 

We zetten even een veiligheidshelm op, en lopen een bouwplaats op.

Een metselaar vult net z’n speciekuip bij de cementmolen,

om weer verder te kunnen bouwen aan een muur.

Met zijn troffel kwakt hij wat cement op het muurtje in wording,

legt er een steen op en tikt hem aan.

Tot hij een wel heel rare steen pakt: het formaat klopt van geen kanten.

‘Wat een misbaksel’, bromt hij, en hij gooit de steen over zijn schouder.

Later op de middag verdwijnt de steen in een grote container,

die een week later wordt afgevoerd naar de stort.

 

Dat is het verhaal van de steen, en het is een pijnlijk verhaal.

Afgewezen worden is misschien wel de pijnlijkste ervaring die je kunt hebben.

‘Jij mag niet meedoen, want jij bent…’

Nou ja, vul zelf maar wat in.

Uiteindelijk zoeken we allemaal een plek waar je voelt: ‘ik mag er zijn’.

Het verhaal van de steen is het verhaal van Jezus.

Hij werd afgewezen, keer op keer.

‘Nee, jij mag niet meedoen, we willen je niet.’

Gelukkig had Jezus vrienden, bij wie hij veilig was,

maar als het erop aan komt, wijzen ook zij Jezus af:

‘wie zeg je? Jezus? Nee, ik ken die kerel niet.’

Zo wordt Jezus afgevoerd naar het kruis, en later naar de begraafplaats.

 

Maar dán komt de grote plotwending!

Jezus had het zelf al gezegd:

‘de steen die de bouwers afkeurden, is de hoeksteen geworden.’

Die steen is op de stort beland – en dreigt voorgoed vergeten te worden.

Ware het niet dat God een kijkje op de stort neemt.

Want God houdt van de stort – van de rafelranden van de samenleving.

En wat hij daar nu toch weer vindt!

Een steen – precies de steen die hij nodig heeft.

‘Van jou maak ik een hoeksteen’ roept hij met glimmende ogen.

 

Ik kwam tegen, en ik vind dat wel een mooi beeld,

dat met die hoeksteen de sluitsteen van een boogconstructie bedoeld kan zijn.

Aangezien het in Psalm 118 ook over een poort gaat,

vind ik dat helemaal niet zo gek gedacht.

Zo’n sluitsteen in een boog is de laatste steen die erin wordt gezet.

Als deze steen er in staat, kan al het ondersteunende hout er vanaf,

en houdt deze steen alles bij elkaar.

De hoeksteen krijgt echt een sleutelpositie.

 

En dat is precies wat met Jezus, die was afwezen, gebeurt:

God haalt hem uit zijn graf, uit de dood.

Het verhaal dat eigenlijk niet goed meer kón aflopen,

krijgt de grootste plotwending ooit.

God haalt Jezus niet alleen terug,

zegt niet alleen: ‘maar ik wijs je niet af’,

hij geeft Jezus juist de aller, aller, allerbelangrijkste plaats!

God zegt: ‘als je vrede met mij wilt hebben,

als je wilt léven, écht wilt leven,

dan kun je niet langer om Jezus heen.’

Niet langer loopt alles op de dood uit, want zijn opstanding is jouw opstanding!

 

Later, in Handelingen 4, moet Petrus zich verdedigen

tegenover dezelfde rechtbank als Jezus.

En dan zegt hij: ‘Jezus Christus is door u gekruisigd,

maar door God uit de dood opgewekt.

Jezus is de steen die door u, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen,

maar die nu de hoeksteen geworden is.

Door niemand anders kunnen wij worden gered,

want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’

 

3.   Vier feest

Pasen is dé plotwending van de geschiedenis.

De wereld wees Jezus af, stuurde hem naar het graf,

maar God haalde hem eruit, om hem de hoogste plaats te geven.

En dan is er maar een gepaste reactie.

Het is de reactie van Maria en Maria: bewijs hem eer!

Laat dat nu net zijn waar al die hallel-Psalmen over gaan.

Ook Psalm 118 loopt erop uit:

‘loof de Heer, want hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw.’

 

Hoe loof je de Heer?

Daar zijn heel veel antwoorden op te geven,

vandaag wil ik er 1 uitlichten: vier feest voor God.

Staat ook in Psalm 118: ‘vier feest’.

Feest vieren is namelijk niet alleen leuk,

het is ook een manier om God te eren,

te laten zien hoe blij je met hem bent.

 

Christenen lijken nog wel eens te denken

dat het feest is als we er een extra kerkdienst tegenaan gooien.

En ik hoop dat jullie deze kerkdienst ook als een beetje feestelijk ervaren,

maar feest vieren is zoveel meer dan ergens in een kerkdienst bij stil staan.

Dus laat het Paasfeest niet na deze dienst ophouden!

Houd deze dag lekker vrij,

nodig je buren uit, bak een taart (of koop er een als je je bakkunsten niet vertrouwt),

trek een fles champagne open, geniet van een extra goede maaltijd,

doe eens een keer niet zo zuinig,

zet de muziek aan, draai de volumeknop omhoog en dans.

Kortom: doe eens gek en vier feest!

Want Jezus leeft – Halleluja!

Amen.