Preek - Romeinen 8:18-25 - LIJDEN V: HOPEN

Inleiding

Op mijn studeerkamer hangt een tegeltje.

Of sinds kort zijn het er eigenlijk 2.

Het nieuwste tegeltje houdt mij voor:

‘as de preek langer as’n ûre duorret komt de duvel yn é tsjerke.’

Een verjaardagscadeautje van een gemeentelid dat van korte preken houdt.

Ik zal geen namen noemen, Fred…

Maar het gaat mij om het andere tegeltje, afkomstig van mijn opa:

‘God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.’

 

Dat tegeltje gaat precies over het thema van vandaag.

Nog één keer denken we na over hoe je met lijden kunt omgaan.

We hebben het al gehad over verdriet hebben, vertrouwen, bidden en prijzen.

Vandaag het laatste deel: hopen.

In dat tegeltje zit hoop: er is een behouden aankomst,

uiteindelijk komt het goed!

 

Hoop is iets heel krachtigs:

hoop helpt je om lijden vol te houden.

Ik denk dat ik daarom ook zo kriegel wordt van de corona-persconferenties:

er zit geen hoop in.

Ik word somber van de term ‘het nieuwe normaal’:

het suggereert dat we maar moeten wennen aan alle maatregelen

omdat het coronavirus de nieuwe werkelijkheid is die niet meer weggaat.

Maar ik wíl er helemaal niet aan wennen –

ik wil niet doen alsof die maatregelen helemaal niet zo erg zijn.

Dat zijn ze namelijk wel.

Dus houd ik mijzelf steeds voor:

‘houd vol Mark, het is maar tijdelijk, het wordt weer beter.’

Want als het niet tijdelijk zou zijn, zou ik het opgeven.

Ik snap ook wel dat het kabinet geen einddatum van corona kan geven,

die bepalen zij namelijk ook niet.

Maar laat ze alsjeblieft positief blijven,

laat ze ons blijven voorhouden dat dit overgaat.

We hebben hoop nodig!

 

Hoop: daarover gaat het in Romeinen 8.

Christenen zijn mensen die leven met hoop,

en daardoor  kracht vinden zich niet door het lijden te laten verlammen.

Laten we lezen: Romeinen 8:18-25.

 

1.   Een diepe zucht

Paulus zet ze tegenover elkaar: het lijden en de hoop.

‘Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd

in geen verhouding staat tot de luister

die ons in de toekomst zal worden geopenbaard.’

Let wel - Paulus zegt dus niet:

‘joh, dat lijden stelt allemaal niet zoveel voor.

Jullie maken het veel te groot.’

Nee: lijden is echt en lijden is iets groots –

maar de hoop voor de toekomst is nog groter!

 

Als Paulus denkt aan al het lijden op de wereld,

het lijden van mensen, maar ook van de natuur,

dan slaakt hij een diepe zucht.

Ja: mensen zijn niet de enigen die lijden –

de hele natuur doet daarin met ons mee.

Paulus zegt het zo:

‘de schepping is ten prooi aan zinloosheid.’

En verderop:

‘wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt.’

Met barensweeën heb ik weinig ervaring,

Paulus voor zover ik weet ook niet,

maar het schijnt een vrij pijnlijk gebeuren te zijn.

 

In ieder geval: de natuur lijdt.

Niet in de laatste plaats door toedoen van mensen.

De natuur lijdt onder oprukkende woestijnen, ontbossing en uitgeputte bodems:

het wordt steeds doodser.

De natuur lijdt onder wegwerpplastic en de laatste tijd ook wegwerpmondkapjes.

Maar de natuur lijdt ook onder dingen waar de mens niet direct invloed op heeft,

zoals aardbevingen en tornado’s.

Het is allemaal zo zinloos.

 

De mensen lijden net zo goed.

‘Wij,’ zegt Paulus, ‘zuchten in onszelf

in afwachting van de verlossing van ons sterfelijk bestaan.’

Daar komt het uiteindelijk op neer: alles loopt op de dood uit.

Het lijkt wel de enige zekerheid van het leven:

je zult een keer sterven.

Wij proberen dat moment zo lang mogelijk uit te stellen,

maar uiteindelijk krijgt de dood altijd z’n zin.

 

Wat nu als er geen hoop is?

Als de natuur en het leven nu eenmaal op de dood uitlopen,

en je daar maar beter aan kunt wennen?

Dat klinkt vrij uitzichtloos…

Het is een wel erg harde waarheid.

En  mensen hebben heel verschillende manieren om daarmee om te gaan.

De een probeert de dood zo lang mogelijk te ontkennen,

stort zich vol op het leven en denkt liever niet over het einde na.

Die strategie werkt trouwens alleen als je weinig met lijden te maken krijgt.

Krijg je dat wel, dan kan het je verlammen.

Je bent bang geworden van het leven,

en je hebt er totaal geen verwachting meer van – het valt toch altijd tegen.

Daarom sluit je je zoveel mogelijk af van de rest van de wereld,

en duim je dat het lijden jou in de volgende ronde overslaat.

Je kunt het ook dapper ondergaan:

je verandert er toch niets aan, dus omarm je sterfelijkheid en maak er het beste van.

Dat klinkt altijd wel heel stoer – maar volgens mij klopt het gewoon niet:

de dood is geen vriend die je helpt het beste van je leven te maken,

dan heb je de dood veel te lief gemaakt.

 

2.   Hoop doet leven

Hoop verandert alles.

Volgens het gezegde doet hoop leven – en zo is het!

Hoop is dat je verder kunt kijken dan je situatie van vandaag,

omdat je weet dat het tijdelijk is en er betere tijden komen.

Vraag: wie van jullie heeft in een spannend boek

wel eens op de laatste bladzijden gespiekt

om te kijken hoe het verhaal zou aflopen?

Daar zijn boeken natuurlijk niet voor bedoeld,

maar soms is een boek gewoon té spannend!

Even doorbladeren naar het einde kan je dan gerust stellen –

als het tenminste goed afloopt…

Daar ga ik maar van uit.

Als je weet dat alles in het boek goed komt,

ga je het op een andere manier lezen.

Je maakt je geen zorgen meer om de afloop,

maar bent wel benieuwd naar hoe de schrijver daar uitkomt.

Alles wat vervolgens nog in het boek gebeurt, is ook minder erg:

je weet toch al dat uiteindelijk alles op z’n pootjes terecht komt.

 

Stel je voor dat we een half jaar in de toekomst zouden kunnen kijken.

En dat je dan een corona-vrije wereld ziet,

waar alle beperkingen zijn opgeheven

en we onbezorgd op Menorah-weekend kunnen gaan.

Dat zou wel helpen om het nu nog even vol te houden.

Of stel, je zit in geldnood, maar je weet dat het over een jaar opgelost is:

dan helpt dat om nu niet bij de pakken neer te zitten.

Als je weet dat het in de toekomst goed komt,

dan helpt dat je vandaag enorm – dát is hoop.

 

En het goede nieuws is: het kómt goed!

Er wacht een geweldige toekomst.

Deze hoop is een van de kernpunten van het christelijk geloof.

Paulus zegt: ‘in deze hoop zijn we gered.’

Hoop is heel krachtig – en juist christenen hebben hoop!

Uiteindelijk komt alles goed,

met de schepping én met de mensen.

‘De schepping,’ zegt Paulus, ‘zal worden bevrijd

uit de slavernij van de vergankelijkheid.’

Er komt een einde aan dat de natuur alleen maar achteruitgaat,

alleen maar doodser wordt.

En het is niet alleen dat God de achteruitgang stopt:

God gaat het juist mooier maken dan het ooit geweest is.

In de laatste hoofdstukken van de bijbel, Openbaring 21 en 22,

kun je lezen over die nieuwe wereld.

Het gaat er onder andere over een boom

waar je elke maand vers fruit van kunt plukken.

En het wordt nóg mooier: elke maand hangt er ander fruit aan!

Dus geen kroket van de week, maar het fruit van de maand.

Zó mooi is het nog nooit geweest!

 

Ook voor óns is er goed nieuws:

het loopt niet allemaal op de dood uit.

Voor Gods kinderen is er léven – ook na de dood!

Een leven dat onvoorstelbaar veel beter is dan dit leven,

een leven waar jij helemaal jij bent, maar ook helemaal nieuw.

Er is heel veel wat we niet weten over dat leven,

maar wel dat het schitterend is – schitterender dan je je kunt voorstellen.

Paulus noemt dat de ‘luister in de toekomst’.

Christenen geloven in die toekomst,

God heeft ons alvast even vooruit laten bladeren

zodat we weten dat het uiteindelijk goed afloopt.

 

Dát weten beïnvloedt je leven van vandaag.

Als je weet hoe de toekomst eruit ziet,

heeft dat invloed op wat je vandaag doet.

Drie jaar geleden kwamen wij op de terugweg van onze vakantie in Denemarken

langs de Duitse Autobahn stil te staan met een defecte dynamo.

Dat was een mooi avontuur,

met het hele gezin in de bus van de ADAC, en onze auto achterop,

maar als we van tevoren hadden geweten dat dit zou gebeuren,

dan hadden we de dynamo alvast preventief laten vervangen.

Dus: wat je weet van de toekomst, verandert wat je vandaag doet.

 

Als christen ken je de toekomst – en dat verandert dus wat je doet.

We weten dat het uiteindelijk goed afloopt,

al weten we niet wat de weg er naartoe is.

Maar weten dát het goed afloopt, maakt verschil, op 2 manieren.

Manier 1: het maakt dat je lijden kunt verdragen.

Het lijden, hoe echt en groot ook, is tijdelijk.

Als je lijdt is dat niet het einde.

Zelfs al weet je dat je binnenkort zult sterven,

dan nóg is dat niet het laatste.

Daarom hoeft lijden je niet te verlammen:

het kan je toekomst niet van je afpakken.

Paulus zegt: ‘als we hopen, blijven we volharden’.

 

Maar weten dat het goed afloopt,

verandert je leven op nog een manier:

Misschien heb je wel eens de uitspraak van Karl Marx gehoord

dat geloof in een hiernamaals ‘opium van het volk’ is.

Marx bedoelt daarmee dat hoop passief zou maken:

als je weet dat het goedkomt,

ben je minder geneigd om voor je eigen rechten te knokken.

En als het om jezelf gaat:

ik denk inderdaad dat hoop voor de toekomst

je helpt om je eigen situatie te accepteren.

Maar als het goed is, stimuleert het je ook

om voor de situatie van ánderen op te komen!

Als het uiteindelijk goed afloopt,

waarom zou je je daar vandaag dan niet voor inzetten?!

Juist als je weet dat het goed afloopt,

is het niet bij voorbaat mislukt als je je wilt inzetten voor een betere wereld,

hoef je niet te denken dat het toch allemaal zinloos is.

 

Daarom merkt C.S. Lewis op:

‘Als je naar de geschiedenis kijkt,

dan zie je dat de christenen die het meeste deden voor deze wereld

juist degenen waren die het meest aan de andere wereld dachten.’

Dát doet hoop.

 

3.   Houd hoop levend

Dus houd hoop!

Dat lijkt mij ook een mooie afsluiter

van deze serie preken over omgaan met het lijden.

Houd de hoop levend!

 

Hoe doe je dat?

In ieder geval door aandacht voor de toekomst te hebben.

Ik merk zelf hoe snel ik opga in het dagelijkse leven,

en hoe weinig aandacht ik voor de toekomst heb.

En over het algemeen kun je denk wel zeggen

dat christenen in Nederland veel nadenken over hoe je christen bent,

maar veel minder over de toekomst.

Maar die toekomst geeft het leven vandaag juist kleur!

 

Wie dat goed wisten, dat waren de slaven in Amerika.

Wat een onrecht is hén aangedaan.

Maar ze hielden vol.

Een van de manieren waarop ze dat deden,

was door te zingen over de toekomst.

De zogeheten spirituals staan vol met verwijzingen naar de toekomst,

met het vertrouwen dat het uiteindelijk goed komt.

Zo hielden zij de hoop levend.

 

Zingen over de toekomst is een manier om hoop te voeden.

Een andere manier is mee te doen met de maaltijd van Jezus.

Die maaltijd is een klein voorproefje

van de feestmaaltijd als Jezus terugkomt.

Elke keer dat we die maaltijd vieren,

en vandaag kunnen we dat sinds lange tijd weer samen doen,

is het een herinnering aan die wereld die komt.

 

Je leeft vandaag, maar vergeet de toekomst niet.

Want hoop doet leven!

Amen.

Romeinen 8:18-25 - LIJDEN V: HOPEN

Inleiding

Op mijn studeerkamer hangt een tegeltje.

Of sinds kort zijn het er eigenlijk 2.

Het nieuwste tegeltje houdt mij voor:

‘as de preek langer as’n ûre duorret komt de duvel yn é tsjerke.’

Een verjaardagscadeautje van een gemeentelid dat van korte preken houdt.

Ik zal geen namen noemen, Fred…

Maar het gaat mij om het andere tegeltje, afkomstig van mijn opa:

‘God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.’

 

Dat tegeltje gaat precies over het thema van vandaag.

Nog één keer denken we na over hoe je met lijden kunt omgaan.

We hebben het al gehad over verdriet hebben, vertrouwen, bidden en prijzen.

Vandaag het laatste deel: hopen.

In dat tegeltje zit hoop: er is een behouden aankomst,

uiteindelijk komt het goed!

 

Hoop is iets heel krachtigs:

hoop helpt je om lijden vol te houden.

Ik denk dat ik daarom ook zo kriegel wordt van de corona-persconferenties:

er zit geen hoop in.

Ik word somber van de term ‘het nieuwe normaal’:

het suggereert dat we maar moeten wennen aan alle maatregelen

omdat het coronavirus de nieuwe werkelijkheid is die niet meer weggaat.

Maar ik wíl er helemaal niet aan wennen –

ik wil niet doen alsof die maatregelen helemaal niet zo erg zijn.

Dat zijn ze namelijk wel.

Dus houd ik mijzelf steeds voor:

‘houd vol Mark, het is maar tijdelijk, het wordt weer beter.’

Want als het niet tijdelijk zou zijn, zou ik het opgeven.

Ik snap ook wel dat het kabinet geen einddatum van corona kan geven,

die bepalen zij namelijk ook niet.

Maar laat ze alsjeblieft positief blijven,

laat ze ons blijven voorhouden dat dit overgaat.

We hebben hoop nodig!

 

Hoop: daarover gaat het in Romeinen 8.

Christenen zijn mensen die leven met hoop,

en daardoor  kracht vinden zich niet door het lijden te laten verlammen.

Laten we lezen: Romeinen 8:18-25.

 

1.   Een diepe zucht

Paulus zet ze tegenover elkaar: het lijden en de hoop.

‘Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd

in geen verhouding staat tot de luister

die ons in de toekomst zal worden geopenbaard.’

Let wel - Paulus zegt dus niet:

‘joh, dat lijden stelt allemaal niet zoveel voor.

Jullie maken het veel te groot.’

Nee: lijden is echt en lijden is iets groots –

maar de hoop voor de toekomst is nog groter!

 

Als Paulus denkt aan al het lijden op de wereld,

het lijden van mensen, maar ook van de natuur,

dan slaakt hij een diepe zucht.

Ja: mensen zijn niet de enigen die lijden –

de hele natuur doet daarin met ons mee.

Paulus zegt het zo:

‘de schepping is ten prooi aan zinloosheid.’

En verderop:

‘wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt.’

Met barensweeën heb ik weinig ervaring,

Paulus voor zover ik weet ook niet,

maar het schijnt een vrij pijnlijk gebeuren te zijn.

 

In ieder geval: de natuur lijdt.

Niet in de laatste plaats door toedoen van mensen.

De natuur lijdt onder oprukkende woestijnen, ontbossing en uitgeputte bodems:

het wordt steeds doodser.

De natuur lijdt onder wegwerpplastic en de laatste tijd ook wegwerpmondkapjes.

Maar de natuur lijdt ook onder dingen waar de mens niet direct invloed op heeft,

zoals aardbevingen en tornado’s.

Het is allemaal zo zinloos.

 

De mensen lijden net zo goed.

‘Wij,’ zegt Paulus, ‘zuchten in onszelf

in afwachting van de verlossing van ons sterfelijk bestaan.’

Daar komt het uiteindelijk op neer: alles loopt op de dood uit.

Het lijkt wel de enige zekerheid van het leven:

je zult een keer sterven.

Wij proberen dat moment zo lang mogelijk uit te stellen,

maar uiteindelijk krijgt de dood altijd z’n zin.

 

Wat nu als er geen hoop is?

Als de natuur en het leven nu eenmaal op de dood uitlopen,

en je daar maar beter aan kunt wennen?

Dat klinkt vrij uitzichtloos…

Het is een wel erg harde waarheid.

En  mensen hebben heel verschillende manieren om daarmee om te gaan.

De een probeert de dood zo lang mogelijk te ontkennen,

stort zich vol op het leven en denkt liever niet over het einde na.

Die strategie werkt trouwens alleen als je weinig met lijden te maken krijgt.

Krijg je dat wel, dan kan het je verlammen.

Je bent bang geworden van het leven,

en je hebt er totaal geen verwachting meer van – het valt toch altijd tegen.

Daarom sluit je je zoveel mogelijk af van de rest van de wereld,

en duim je dat het lijden jou in de volgende ronde overslaat.

Je kunt het ook dapper ondergaan:

je verandert er toch niets aan, dus omarm je sterfelijkheid en maak er het beste van.

Dat klinkt altijd wel heel stoer – maar volgens mij klopt het gewoon niet:

de dood is geen vriend die je helpt het beste van je leven te maken,

dan heb je de dood veel te lief gemaakt.

 

2.   Hoop doet leven

Hoop verandert alles.

Volgens het gezegde doet hoop leven – en zo is het!

Hoop is dat je verder kunt kijken dan je situatie van vandaag,

omdat je weet dat het tijdelijk is en er betere tijden komen.

Vraag: wie van jullie heeft in een spannend boek

wel eens op de laatste bladzijden gespiekt

om te kijken hoe het verhaal zou aflopen?

Daar zijn boeken natuurlijk niet voor bedoeld,

maar soms is een boek gewoon té spannend!

Even doorbladeren naar het einde kan je dan gerust stellen –

als het tenminste goed afloopt…

Daar ga ik maar van uit.

Als je weet dat alles in het boek goed komt,

ga je het op een andere manier lezen.

Je maakt je geen zorgen meer om de afloop,

maar bent wel benieuwd naar hoe de schrijver daar uitkomt.

Alles wat vervolgens nog in het boek gebeurt, is ook minder erg:

je weet toch al dat uiteindelijk alles op z’n pootjes terecht komt.

 

Stel je voor dat we een half jaar in de toekomst zouden kunnen kijken.

En dat je dan een corona-vrije wereld ziet,

waar alle beperkingen zijn opgeheven

en we onbezorgd op Menorah-weekend kunnen gaan.

Dat zou wel helpen om het nu nog even vol te houden.

Of stel, je zit in geldnood, maar je weet dat het over een jaar opgelost is:

dan helpt dat om nu niet bij de pakken neer te zitten.

Als je weet dat het in de toekomst goed komt,

dan helpt dat je vandaag enorm – dát is hoop.

 

En het goede nieuws is: het kómt goed!

Er wacht een geweldige toekomst.

Deze hoop is een van de kernpunten van het christelijk geloof.

Paulus zegt: ‘in deze hoop zijn we gered.’

Hoop is heel krachtig – en juist christenen hebben hoop!

Uiteindelijk komt alles goed,

met de schepping én met de mensen.

‘De schepping,’ zegt Paulus, ‘zal worden bevrijd

uit de slavernij van de vergankelijkheid.’

Er komt een einde aan dat de natuur alleen maar achteruitgaat,

alleen maar doodser wordt.

En het is niet alleen dat God de achteruitgang stopt:

God gaat het juist mooier maken dan het ooit geweest is.

In de laatste hoofdstukken van de bijbel, Openbaring 21 en 22,

kun je lezen over die nieuwe wereld.

Het gaat er onder andere over een boom

waar je elke maand vers fruit van kunt plukken.

En het wordt nóg mooier: elke maand hangt er ander fruit aan!

Dus geen kroket van de week, maar het fruit van de maand.

Zó mooi is het nog nooit geweest!

 

Ook voor óns is er goed nieuws:

het loopt niet allemaal op de dood uit.

Voor Gods kinderen is er léven – ook na de dood!

Een leven dat onvoorstelbaar veel beter is dan dit leven,

een leven waar jij helemaal jij bent, maar ook helemaal nieuw.

Er is heel veel wat we niet weten over dat leven,

maar wel dat het schitterend is – schitterender dan je je kunt voorstellen.

Paulus noemt dat de ‘luister in de toekomst’.

Christenen geloven in die toekomst,

God heeft ons alvast even vooruit laten bladeren

zodat we weten dat het uiteindelijk goed afloopt.

 

Dát weten beïnvloedt je leven van vandaag.

Als je weet hoe de toekomst eruit ziet,

heeft dat invloed op wat je vandaag doet.

Drie jaar geleden kwamen wij op de terugweg van onze vakantie in Denemarken

langs de Duitse Autobahn stil te staan met een defecte dynamo.

Dat was een mooi avontuur,

met het hele gezin in de bus van de ADAC, en onze auto achterop,

maar als we van tevoren hadden geweten dat dit zou gebeuren,

dan hadden we de dynamo alvast preventief laten vervangen.

Dus: wat je weet van de toekomst, verandert wat je vandaag doet.

 

Als christen ken je de toekomst – en dat verandert dus wat je doet.

We weten dat het uiteindelijk goed afloopt,

al weten we niet wat de weg er naartoe is.

Maar weten dát het goed afloopt, maakt verschil, op 2 manieren.

Manier 1: het maakt dat je lijden kunt verdragen.

Het lijden, hoe echt en groot ook, is tijdelijk.

Als je lijdt is dat niet het einde.

Zelfs al weet je dat je binnenkort zult sterven,

dan nóg is dat niet het laatste.

Daarom hoeft lijden je niet te verlammen:

het kan je toekomst niet van je afpakken.

Paulus zegt: ‘als we hopen, blijven we volharden’.

 

Maar weten dat het goed afloopt,

verandert je leven op nog een manier:

Misschien heb je wel eens de uitspraak van Karl Marx gehoord

dat geloof in een hiernamaals ‘opium van het volk’ is.

Marx bedoelt daarmee dat hoop passief zou maken:

als je weet dat het goedkomt,

ben je minder geneigd om voor je eigen rechten te knokken.

En als het om jezelf gaat:

ik denk inderdaad dat hoop voor de toekomst

je helpt om je eigen situatie te accepteren.

Maar als het goed is, stimuleert het je ook

om voor de situatie van ánderen op te komen!

Als het uiteindelijk goed afloopt,

waarom zou je je daar vandaag dan niet voor inzetten?!

Juist als je weet dat het goed afloopt,

is het niet bij voorbaat mislukt als je je wilt inzetten voor een betere wereld,

hoef je niet te denken dat het toch allemaal zinloos is.

 

Daarom merkt C.S. Lewis op:

‘Als je naar de geschiedenis kijkt,

dan zie je dat de christenen die het meeste deden voor deze wereld

juist degenen waren die het meest aan de andere wereld dachten.’

Dát doet hoop.

 

3.   Houd hoop levend

Dus houd hoop!

Dat lijkt mij ook een mooie afsluiter

van deze serie preken over omgaan met het lijden.

Houd de hoop levend!

 

Hoe doe je dat?

In ieder geval door aandacht voor de toekomst te hebben.

Ik merk zelf hoe snel ik opga in het dagelijkse leven,

en hoe weinig aandacht ik voor de toekomst heb.

En over het algemeen kun je denk wel zeggen

dat christenen in Nederland veel nadenken over hoe je christen bent,

maar veel minder over de toekomst.

Maar die toekomst geeft het leven vandaag juist kleur!

 

Wie dat goed wisten, dat waren de slaven in Amerika.

Wat een onrecht is hén aangedaan.

Maar ze hielden vol.

Een van de manieren waarop ze dat deden,

was door te zingen over de toekomst.

De zogeheten spirituals staan vol met verwijzingen naar de toekomst,

met het vertrouwen dat het uiteindelijk goed komt.

Zo hielden zij de hoop levend.

 

Zingen over de toekomst is een manier om hoop te voeden.

Een andere manier is mee te doen met de maaltijd van Jezus.

Die maaltijd is een klein voorproefje

van de feestmaaltijd als Jezus terugkomt.

Elke keer dat we die maaltijd vieren,

en vandaag kunnen we dat sinds lange tijd weer samen doen,

is het een herinnering aan die wereld die komt.

 

Je leeft vandaag, maar vergeet de toekomst niet.

Want hoop doet leven!

Amen.